Berezovsky tovert alles uit piano

Ze gaan door voor de allermoeilijkste stukken die ooit voor de piano werden geschreven: de 53 parafrases van Chopin-etudes van de legendarische 19de eeuwse pianovirtuoos Leopold Godowsky. Zijn vingers bewogen sneller dan de wind en zijn muzikale intellect deed niet onder voor de intelligentie van een meesterschaker of een briljant mathematicus. Godowsky voegde in zijn Chopin-parafrases twee etudes samen tot één duizelingwekkend geheel, zoals in zijn Badinage (`grap'), waarin hij Chopins zwarte-toetsenetude en diens vlinderetude met diabolisch polyfoon gemak in elkaar paste. Ook bewerkte hij Chopin-etudes tot ingenieuze studies voor de linkerhand, of hij maakte er met groot vakmanschap nieuwe variatievormen of een originele mazurka van. Zo dreef Godowsky de polyfone, polyritmische en polydynamische mogelijkheden van de vleugel op tot een niveau waarvan zelfs Liszt niet had kunnen dromen.

De moeilijkheidsgraad van Godowsky's parafrases maakt dat vrijwel geen pianist zich er op het podium aan waagt. Behalve dan de Russische pianist Boris Berezovsky (1969), die kan worden uitgeroepen tot de meest virtuoze klavierleeuw van dit moment. Berezovsky heeft een formidabele pianotechniek en een ontstellende trefzekerheid. Muzikaal straalt hij een dwingende kracht uit. Er klinkt geen twijfel, geen aarzeling of onzekerheid in zijn spel.

Als een ongenaakbaar blok graniet zat Berezovsky achter de Steinway, terwijl zijn soepele vingers door de muziek van Chopin en Godowsky raasden als tien afzonderlijke handen. Pianistisch gesproken ligt de complete kosmos binnen Berezovsky's handbereik. Zelfs met alleen zijn linkerhand kan hij al meer dan menig pianist met beide handen. Donderend tumult werd afgewisseld met ijle droomklanken en alles daar tussenin, alsof hemel, hel en vagevuur in één lange adem op sublieme wijze tot klinken werden gebracht.

Berezovsky opende met de zelden of nooit uitgevoerde Sonate `Night Wind' van de Russische pianist en componist Nikolaj Medtner, tijdgenoot en vriend van Rachmaninov. Ook al werd hij door Rachmaninov bewonderd, toch slaagde de getalenteerde Medtner er niet in werkelijk overtuigende muziek te componeren. Zijn duidelijk door Skrjabin en Rachmaninov beïnvloede idioom neigt naar het oeverloze en vormeloze, en dat kon zelfs de briljant solerende Berezovsky niet verhullen.

Schitterend van klank, vorm en beweging klonken daarna de Variaties op en thema van Corelli van Rachmaninov, gebaseerd op het de eeuwenoude Spaanse danslied `folia, waarvan Berezovsky in de voetsporen van Rachmaninov op onnavolgbare wijze alle eigentijdse klank- en kleurmogelijkheden onthulde.

Concert: Boris Berezovsky, piano. Gehoord: 3/10 Concertgebouw Amsterdam.