Afnemen seniorendagen mogelijk onrechtmatig 2

Het verwoestende spoor dat de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) door de arbeidsvoorwaarden trekt, heeft nu de seniorenregeling bereikt. De CGB is van mening dat het toekennen van extra vakantiedagen aan werknemers van 45 jaar en ouder discriminatie naar leeftijd oplevert.

Vervolgens sneuvelde in dezelfde uitspraak het toekennen van extra vrije tijd bij het bereiken van een bepaald aantal dienstjaren. Er werd niet direct gerefereerd aan een leeftijdscriterium, maar het was al snel duidelijk dat indirect vooral werknemers van hogere leeftijd veel dienstjaren hadden en dus werden bevoordeeld.

Het doel, het belonen van loyaliteit, kon volgens de CGB ook wel op een andere manier vorm gegeven worden. Arbeidsduurvermindering voor medewerkers van 60 jaar en ouder was voor de CGB weer een makkie: expliciete verwijzing naar een leeftijdsgrens, dus directe discriminatie.

Recent onderzoek zou hebben aangetoond dat het verband tussen leeftijd, gezondheid en inzetbaarheid van oudere werknemers zwak is. Je moet daarom voortaan van geval tot geval, per sector en functie, onderzoeken en aantonen dat van een onverantwoorde belasting sprake is. Kunnen we er echt niet mee volstaan dat oudere werknemers recht hebben op meer vrije dagen dan jongere werknemers om hen zich geleidelijk te laten voorbereiden op de pensionering? Is het niet objectief genoeg dat bij leven en welzijn ook de huidige jongere generaties werknemers straks een beroep op die seniorenregelingen kunnen doen en aan die vrije dagen toekomen?