Zwei-Mann-Orchester: de schoonheid van de ruïne

Slechts twee man had Mauricio Kagel in 1973 nodig om een orkest met 250 instrumenten te bespelen. Het requiem voor de symfonische muziek is in Den Haag weer enkele malen te horen.

De laatste dagen van het symfonieorkest zijn aangebroken, dachten velen aan het begin van de jaren zeventig. Dit negentiende-eeuwse instituut, met zijn streng hiërarchische structuur, was de muzikale belichaming van het establishment. In die dagen van maatschappijkritiek en protestbeweging leek de toekomst een heel andere kant op te wijzen: kleine, heterogene ensembles voerden de boventoon in de oude muziek, die in opkomst was, en in de allernieuwste muziek. Componisten hadden bovendien torenhoge verwachtingen van de elektronica, die hen zou bevrijden van alle beperkingen van het traditionele instrumentarium, én die van zijn bespelers.

Toen de Duits-Argentijnse componist Mauricio Kagel (1931) in 1971 de opdracht kreeg een werk te creëren, had hij al naam gemaakt met grensverleggende projecten waarin het muziekinstrument als instrument geproblematiseerd werd. Het naderende einde van het symfonieorkest greep hij aan om een grafmonument op te richten dat gold, zoals hij in zijn opdracht stelde, `ter nagedachtenis aan een instituut, dat op het punt staat uit te sterven: het Orkest.'

Als uitgangspunt nam hij de Nikkelen Nelis, het aloude eenmansorkest waarin de muzikant al zijn ledematen gebruikt om op meerdere instrumenten tegelijk te spelen. Zijn schepping noemde hij voluit Zwei-Mann-Orchester, für zwei Ein-Mann-Orchester. Het is een installatie van zo'n 250 muziekinstrumenten en deels gevonden gebruiksvoorwerpen, waaraan via de meest ingenieuze constructies door slechts twee musici de meest uiteenlopende geluiden kunnen worden ontlokt.

Onno Mensink is conservator muziek van het Haags Gemeentemuseum, dat het Zwei-Mann-Orchester in 1989 aankocht. ,,Het Zwei-Mann-Orchester gaat over de teloorgang van het symfonieorkest. Als je het ziet, is het één grote tristesse, het is droevigheid ten top. Bijvoorbeeld die harpen die erin zitten: die zien er zó ongelooflijk droevig uit, daar spatten elke dag nog schilfertjes vanaf – daar is nog eens een harpiste van in tranen uitgebarsten. Maar het heeft ook grote schoonheid, de schoonheid van de puinhoop en de ruïne. Als museaal object is het enorm indrukwekkend.''

Ger de Zeeuw is slagwerker en met collega Steef Gerritse al jaren vaste bespeler van het orkest. ,,Het is, heel oneerbiedig gezegd, een verzameling vuilnis die geen mens wil hebben, maar waar toch iets muzikaals mee gedaan wordt. Er zitten overigens ook prachtige instrumenten bij. De bandoneon die erin zit, is van Kagel persoonlijk geweest. Die is in het orkest terechtgekomen en meeverkocht aan het Gemeentemuseum. Dat heeft hem pijn gedaan, want het is de bandoneon die hij had meegenomen uit Argentinië. Het is een van de mooiste instrumenten uit het orkest.''

De essentie van het musiceren is bij Kagel de fysieke eenheid van musicus en instrument, die in het Zwei-Mann-Orchester pregnant tot uitdrukking komt. De spelers zijn immers lichamelijk volledig in het orkest opgenomen. Mensink: ,,De musici zijn ingepakt in een soort uniform, en door touwen, stangen, draden en stokken verbonden met de instrumenten. Het muziekinstrument is te zien als gereedschap en verlengstuk van het lichaam. Er is geen muziek zonder beweging, maar ook geen beweging zonder muziek. Het is het levende lichaam als muziekinstrument.''

Het is geen toeval dat veel van de `gevonden voorwerpen' in het orkest uit de medische wereld komen. Zij helpen de musicus soms om eigenlijk onmogelijke technieken uit te voeren, zoals circular breathing (eindeloos blazen) op een tuba.

De musicus krijgt te midden van deze protheses en uitbreidingen een paradoxale status, die echter snel blijkt te wennen. De Zeeuw: ,,Dat je als speler helemaal ingesnoerd zit, beperkt je fysiek natuurlijk buitengewoon. Maar het zorgt er tevens voor dat je heel bewust met het geheel omgaat, ook wetend dat het inmiddels behoorlijk kwetsbaar is. Je leert in de loop der jaren omgaan met het orkest; je leert wat de mogelijkheden ervan zijn en wat wel en niet werkt. Je moet in het begin even door de fysieke beperking heen, maar die vormt nu geen enkele belemmering meer.''

De musici moeten hun uitvoering uiterst nauwkeurig voorbereiden en instuderen. Mensink: ,,De partituur van het Zwei-Mann-Orchester bestaat eigenlijk als een soort kookboek uit een systematische opsomming van ingrediënten. De hoofdstukken zijn melodie, harmonie, ritmiek en lichaamsbewegingen. De musici moeten een partituur uitschrijven waarin ze al hun keuzes uit de ingrediënten precies vastleggen. Het Zwei-Mann-Orchester lijkt er uit te zien als een vrolijke, ludieke en spontane aangelegenheid, maar het wordt wel degelijk héél precies uitgevoerd.''

Het theatrale element speelt hierbij een grote rol, zoals in veel muziek van Kagel. Ook de humor neemt een belangrijke plaats in. De Zeeuw: ,,Het gaat om méér dan muziek, om een idee. Kagels muziek is vaak humoristisch, maar meestal tongue-in-cheek. Wat ik briljant vind, is dat je met heel veel moeite meestal een heel klein geluidje maakt. Aan elke klank gaat een arsenaal aan voorbereidingen vooraf, maar het resultaat is van een subtiliteit die daarmee sterk in tegenstelling staat.''

De reacties van het publiek zijn zeer uiteenlopend. Voor sommigen is het resultaat niet om aan te horen en te zien, anderen weten het juist wél op prijs te stellen. De Zeeuw: ,,Het publiek is vaak overdonderd door de massaliteit van het geheel. Mensen realiseren zich na een voorstelling vaak dat ze nog niet de helft hebben gezien van wat er is gebeurd. Ze komen vaak terug bij een volgende voorstelling.''

Hoewel het Zwei-Mann-Orchester bedoeld was ter nagedachtenis aan het symfonieorkest, bleek dat beter bestand tegen de tand des tijds dan men dacht. Ook Kagel schreef later weer werken voor groot symfonieorkest, bijvoorbeeld zijn Sankt-Bach-Passion uit 1985. De Zeeuw: ,,Kagels orkest komt voort uit de tijdgeest van de jaren zeventig, maar het is boven zichzelf uitgestegen. Het gaat niet meer over het verval van het symfonieorkest, maar over de eindigheid van alle dingen. Het is mooi als een werk zo in de loop der tijd méér betekenis blijkt te krijgen.''

Bespelingen Zwei-Mann-Orchester: 10/10, 12/11; 2/1 15 uur Gemeentemuseum Den Haag.