The Sadies surfen in de woestijn

Ralph en Stanley Carter, Don en Phil Everly: er zijn vaker broers geweest die dankzij hun uit precies hetzelfde hout gesneden stemmen bijzondere muziek maakten. De twee Canadese broers Travis en Dallas Good, die met bassist Sean Dean en drummer Mike Belitsky als The Sadies sinds 1998 een handvol platen maakten, buitten dat voordeel vrijdagavond echter vrijwel alleen uit tijdens hun gitaarspel. Snelle unisono uitgevoerde duetten, waarbij het ondanks het al te vaak halsbrekende tempo toch leek alsof er maar één gitaar werd aangeslagen. Daarbij stond rechts op het podium Dallas roerloos en netjes rechtop in zijn enkelrijs tabaksbruine kostuum waarvan het voorpand onder de schouderpartij voorzien was van wat donkerbruin borduurwerk met botanische motieven. Broer Travis, links, had van hetzelfde laken een pak, dat bij hem als een postzak aan de schouders hing.

Voor samenzang à la Byrds en Moby Grape, waarvan ook op hun recente cd Favourite Colours weer te genieten valt, was minder plaats. Er werden voornamelijk van die laatste plaat liedjes uitgevoerd, en die plaat is lang zo leuk niet als bijvoorbeeld Stories Often Told. Te veel instrumentale nummers met weliswaar veel energie, maar uiteindelijk inwisselbaar. Dat was jammer voor wie had gehoopt op meer van de aanstekelijke popsongs die ze ook in hun arsenaal hebben. Op hun best trokken The Sadies in Paradiso af en toe een onweerstaanbare wolk van geluid op waarin

surfmuziek een even grote rol speelde als hard country. Veel muziek voor een imaginaire spaghettiwestern, zoals A#1, een lied alsof je over een highway door de woestijn van Arizona richting een majestueus ondergaande zon jakkert. Met een surfplank op het dak. Waar The Ventures zij aan zij met Ennio Morricone over het asfalt denderen om vervolgens de afslag Speedgarage te nemen en via een citaat van The Dave Clark Five te finishen in een elektro-gospelkerk.

Travis, de mond wijd opengetrokken, zong dan die hele lange gepijnigde mondharmonicapartijen uit pakweg A Fistful Of Dollars. Het waren momenten waarop de hele halfvolle zaal even leek weg te zweven, maar het gebeurde te weinig. Dallas Good kan een grafstem opzetten die een liefdesbaby lijkt van Leonard Cohen en Lee Hazlewood, en die had hij best wat meer mogen laten horen. Neemt niet weg dat The Sadies met een enkel akkoord of zangharmonie een concentraat uit de pophistorie kunnen destilleren om die als tic door hun liedjes te mengen, en daar tegelijkertijd liefdevol de draak mee kunnen steken. Duane Eddy doet de polka: je moet er maar opkomen.

Concert: Concert: The Sadies. Gehoord: 1/10 Paradiso, Amsterdam.