Spuitbus

In Parma liggen de beroemde kazen in grote kluizen achter slot en grendel. In de nacht houden mannen met machinegeweren de wacht. Het is Italië ten voeten uit, wie de mooiste aller kazen steelt, kan een kogel door de kop verwachten. Grana padano, de Parmezaanse kaas, was de hoofdsponsor van het WK wielrennen in Verona.

Zou de winnaar in kaas worden uitbetaald?

Het profpeloton ging zondagmiddag haar zoveelste ronde in. Ik zag een parcours om te dromen, een slingerende laan langs cipressen en pastel gesausde muren. De Italiaanse ploeg moest hun troef Paolo Bettini maar eens uitspelen. Bettini is de sympathiekste renner in het peloton, iedereen was blij toen hij deze zomer goud won in Athene. De Italiaan heeft een neus voor eendaagse wedstrijden. Daar zet je blind al je geld op in.

Daar ging Bettini, hij reed achter in het peloton. Er was iets met hem. Twee ploegmaten reden als paranimfen om hem heen. De Italiaan droeg nummer 28 op de rug, een nummer van niks eigenlijk. Ik heb nummer 28 nog nooit hoeven onthouden. Nummer 1, nummer 14, nummer 13 zijn intrigerende nummers. Nummer 28 is niets. Bettini had het kunnen weten.

,,Hij is met iets spuiterigs bezig'', riep Mart Smeets.

Spuiten in het wielrennen heeft een rare bijsmaak. Je ziet een kamermeisje van een streekhotel, lang na het vertrek van de wielerkaravaan, in een prullenmand staren naar een pikuurtje. Ze rommelt wat en vindt ook nog een slangetje dat naar een onschuldig infuuszakje leidt. Leeg, de inhoud zit in de aderen kilometers verderop. Van mij mag het, ik wil frisse knapen op de fiets, geen lijkbleke.

We mochten alles zien van Bettini. Het betrof hier een spuitbus van het formaat waarmee je aan het Gardameer de muggen in je caravan te lijf gaat. Hij sproeide de inhoud leeg op zijn pijnlijke rechterbeen.

,,Jammer dat je achteraf pas kunt horen wat er allemaal aan de hand was'', verzuchtte medepresentator Maarten Ducrot.

Ik wilde het nog niet weten. Ik wilde alleen maar die te grote spuitbus in het peloton van hand tot hand zien gaan. Maar Bettini hield hem lekker zelf. Daar spoot hij alweer, op zijn knie. Een mooie witte spuitbus was het, met groene letters erop die ik net niet kon lezen. Ik hoopte natuurlijk ergens de naam van wonderdokter Ferrari te ontwaren.

De ploegleiderwagen met Franco Ballerini kwam langs. Bettini praatte met zijn schouders. Voor hem hoefde het niet meer. En dat in eigen land. Hij ging een grote prijs mislopen en dat moesten we zien. Een mannenhand met een rood polshorloge gleed vanuit de ploegwagen langzaam naar buiten en wreef eens twee keer, drie keer over de linkerbil van Bettini.

Op het wegdek stond go go!, maar hij ging er juist langzamer van rijden. Alle ploegmaten kwamen even op audiëntie bij de geblesseerde paus. Pelizotti, Petito en Paolini gaven hem een aai over de bol en lieten hun kopman daarna alleen achter. Bettini kreeg meteen een live-interview met een Italiaanse microfonist op een motor. Het kon echt niet meer verder, hij was bij het opstappen na een mankement aan de fiets met zijn knie hard tegen het stuur aan gekomen. Het leek of er een zenuw geraakt was. Hij ging afstappen. Voor dat praatje kreeg Bettini later 220 Zwitserse franc boete.

De kopgroep reed de laatste rondjes met de Spaanse winnaar Freire in de buik. Langs de kant van de weg onderbrak het lelijke spandoek van de Banca Popolare di Verona de lange gele reclamestrook van de kaassponsor. Het WK is niet veel meer dan een poenerig kermisrondje rond de kerk, met de middenstand op de tribune en een fijne winnaar aan de meet.