Nieuwe wielerkalender inzet dispuut

De professionele wielersport staat op zijn kop. De internationale wielerunie UCI wil een compleet nieuwe wedstrijdkalender, ProTour geheten. De grote rondes hebben nog veel bezwaren. Een strijd tussen nationalisme en internationalisme.

Het hoofd van Hein Verbruggen was zaterdag vuurrood na urenlang vergaderen. De voorzitter van de internationale wielrenunie (UCI) oogde doodvermoeid tijdens een persconferentie in Verona, het Italiaanse strijdtoneel van de wereldkampioenschappen op de weg.

Verbruggen hield desondanks een gloedvol betoog over de voordelen van de ProTour, zijn pasgeboren baby die per se geen `stiefkindje' mag worden genoemd. Maar als het aan de directies van de drie grote rondes ligt, is het nog veel te vroeg voor een revolutionaire herziening van de internationale wielerkalender. De Tour (Frankrijk), de Giro (Italië) en de Vuelta (Spanje) dwarsbomen de plannen van de UCI. Vandaag vergaderen de kibbelende wielerbestuurders verder.

De nieuwe wedstrijdkalender is 1 januari 2005 een feit, benadrukte Verbruggen zaterdag. De Nederlandse sportbestuurder heeft drie jaar aan de revolutionaire plannen gewerkt, en gunt zichzelf in zijn laatste jaar als UCI-voorzitter een mooi afscheidscadeau. Als IOC-lid gaat hij zich tussen 2006 en 2008 toeleggen op de voorbereidingen van de Olympische Spelen in Peking. Tot die tijd zal hij de ProTour te vuur en te zwaard verdedigen. Verbruggen ontkent dat persoonlijke belangen in het geding zijn. ,,Iedereen die tegen stemt, neemt een grote verantwoordelijkheid'', verklaarde de wielerbaas strijdlustig.

De ProTour is afgekeken van de Formule 1 (autosport) en de Champions League (voetbal). Doel van de hervormingen is popularisering én mondialisering. De Tour is tot ongenoegen van de UCI steeds meer dé blikvanger in de wielersport, die wat uitstraling en toeschouwersaantallen betreft buiten de maand juli niet kan wedijveren met voetbal en autosport. Maar volgens Verbruggen is er wel degelijk een markt voor de klassiekers en de minder grote rondes; alleen ontbeert het wielrennen een duidelijke structuur met heldere spelregels en puntentellingen.

Vandaar de plannen voor de ProTour. Onder auspiciën van de UCI strijden twintig profploegen (twee meer dan voorzien) van maximaal 25 renners in dertig koersen vanaf volgend jaar om prijzengeld én wedstrijdpunten. Elke organisatie kan een paar wildcards verstrekken aan ploegen, die geen deel uitmaken van de ProTour. De UCI hoopt dat de topcoureurs voortaan minder selectief hun agenda invullen, zoals Lance Armstrong die zich alleen op de Tour richt en de andere koersen vrijwel een voor een links laat liggen. Een startplicht is echter niet opgenomen in de ProTour. US Postal moet dus voortaan aan de Giro en de Vuelta deelnemen, maar kan zijn kopman Armstrong nog steeds thuislaten.

Het wereldbekerklassement – in 1989 door Verbruggen geïnitieerd, destijds ook bekritiseerd maar later toch een succes gebleken – is vanaf volgend seizoen verleden tijd. De tien klassiekers uit het wereldbekerklassement gaan in de ProTour samen met kleinere rittenkoersen, zoals Parijs-Nice, en grotere rittenkoersen, zoals de Tour. Nationale en wereldkampioenschappen completeren het wedstrijdschema, dat geen ruimte biedt aan semi-klassiekers en de minst belangrijke rondes zoals de Ronde van de Benelux, de beoogde opvolger van de Ronde van Nederland. Schaalvergroting dus.

Ironisch genoeg heeft juist het grootste mediaspektakel de grootste problemen met de plannen van de UCI. La Société du Tour de France weigert akkoord te gaan met de ProTour. Zo vreest zij de lucratieve tv-rechten aan de UCI kwijt te raken. Volgens Verbruggen is deze angst ongegrond. ,,Wij zullen alleen als mediator optreden'', reageerde hij zaterdag in Verona.

Een andere bezwaar tegen de ProTour is de toewijzing van twintig ploegen voor een tijdsduur van vier jaar. Zo wordt een gulle sponsor niet bepaald gestimuleerd in het wielrennen te stappen, is de redering van de grote rondes. Verbruggen, weer in de tegenaanval: ,,De ProTour moet geen speelbal worden van rijke geldschieters. We willen meer continuïteit. We gaan wel elk jaar evalueren en bij gewijzigde omstandigheden, zoals een uitverkoop van alle toprenners, kan een ploeg wel degelijk zijn plaats kwijtraken.''

De Tourdirectie vreest ook een inbreuk op haar privacy (lees: chauvinisme), en wil het zieltogende cyclisme met een startbewijs voor kleine Franse ploegen een steun in de rug blijven geven. Hetzelfde geldt voor de Vuelta en de Giro, die dit jaar eens temeer werden bevolkt door een overtal aan respectievelijk Spaanse en Italiaanse coureurs. De UCI wil de grote rondes juist een internationaal karakter geven. Bij de WK bleek afgelopen week hoezeer de wielersport is gemondialeerd. Podiumplaatsen voor renners uit Tunesië, Tsjechië, Slovenië en Wit-Rusland waren eerder regel dan uitzondering.

Verbruggen verklaarde zaterdag desnoods zonder de handtekening van de Tourdirectie van start te gaan. Daarmee lijdt hij wel gezichtsverlies, want de Société heeft ook de leiding over zes andere wedstrijden die in de ProTour zijn opgenomen: Parijs-Nice, Parijs-Roubaix, Waalse Pijl, Luik-Bastenaken-Luik, Dauphiné Libéré en Parijs-Tours. Voor de Giro geldt hetzelfde met de Tirreno-Adriatico, Milaan-Sanremo en de Ronde van Lombardije. Het is voor de UCI daarom van het grootste belang dat de grote rondes dit najaar alsnog instemmen met de ProTour. Anders dreigt een schisma zoals in het boksen en het schaken, twee sporten die verdeeld zijn door verschillende bonden én toernooien. Verbruggen: ,,De toekomst van de wielersport is in het geding''.