Kamp wijst kritiek VN op missiebeleid af

Het kabinet wijst de kritiek van de hand dat Nederland te weinig zou doen aan vredesoperaties van de Verenigde Naties.

Bij een deel van de oppositiepartijen in de Tweede Kamer vindt de kritiek, die zaterdag door een hoge VN-functionaris in deze krant werd geuit, wel weerklank.

Jean-Marie Guéhenno, VN-ondersecretaris-generaal voor vredeshandhaving, wees erop dat Nederland op het ogenblik slechts zestien mensen heeft gedetacheerd bij vredesoperaties van de VN. Nederland kan volgens hem meer doen. ,,Wij zouden graag meer Nederlandse troepen hebben.'' Hij opperde dat Nederland een bijdrage zou kunnen leveren aan MONUC, de vredesoperatie voor Congo, door schepen te leveren die kunnen patrouilleren op de Grote Meren.

De woordvoerder van minister Kamp (VVD, Defensie) acht de kritiek op de inzet van Nederland niet ter zake. De ruim 1.500 manschappen die Nederland bijdraagt aan de vredesoperaties in Afghanistan en Irak dragen weliswaar geen blauwe VN-helm, maar hun aanwezigheid is wel gelegitimeerd door resoluties van de Veiligheidsraad. ,,Je kunt niet zeggen dat Nederland te weinig doet'', aldus de woordvoerder.

De woordvoerders van linkse oppositiepartijen zijn echter een andere mening toegedaan. ,,Wij delen de kritiek van de Verenigde Naties'', zegt het Kamerlid Koenders (PvdA). ,,De Nederlandse regering is niet bereid haar nek uit te steken voor de operaties van de Verenigde Naties in Afrika.'' Volgens Koenders, die onlangs het Grote Meren-gebied bezocht, zouden patrouillevaartuigen nuttig kunnen zijn. Ook zijn collega Karimi (GroenLinks) meent dat Nederland meer moet leveren aan VN-operaties dan zestien mensen. ,,Dat is echt schandalig weinig.'' Het CDA-Kamerlid Ferrier daarentegen vindt het niet per se nodig dat veel Nederlanders aan VN-operaties meedoen. Wel meent ze dat het kabinet moet overwegen vliegtuigen te sturen die MONUC in Congo kunnen bijstaan met verkenningswerk.