Jesse Malin

Hij is een goede kennis van Ryan Adams en dat verschafte de New-Yorkse zanger Jesse Malin ingangen en voorprogramma's in singer/songwriterland. Van oorsprong was hij een vuige punk-

rocker, die ontdekte dat levensechte teksten ook in een beheerstere context gespeeld kunnen worden. Hij kwam moeizaam op gang, want eerdere soloconcerten met akoestische gitaar gingen ten onder in neuzelige introspectie.

Maar op zijn tweede album The Heat bloeit Malin op, ergens tussen het po√ętische herenleed van de vroege Neil Young en de galmrock van My Morning Jacket. Na zijn debuut The Fine Art Of Self Destruction, dat slechts een week in de studio vergde, nam Jesse Malin elf maanden de tijd om zijn tweede album tussen de bedrijven van tournees op te nemen. Daartoe keerde hij telkens terug naar de New-Yorkse studio van geestverwanten Fountains Of Wayne, met zijn goed ingespeelde live-band als begeleiders. Malin blinkt uit als verhalenverteller op de korte afstand, in vlotte liedjes die handelen over reizen per TGV, verblijven in het infame Londense Columbiahotel en varen met een veerboot op een `ocean full of tears'. Zijn melancholieke zang getuigt van het grote leed dat hij onderweg is tegengekomen. Vanavond geeft Jesse Malin een concert in de Amsterdamse Melkweg.

Jesse Malin: The Heat (One Little Indian/Labelman)