Het beeld

Arnon Grunberg is niet de nieuwe presentator van het VPRO-kunstprogramma R.A.M. Hij is iets anders, legt de schrijver uit in een manifest, gepubliceerd door VPRO gids en -website: ,,Als in voorgaande jaren zal R.A.M gedeeltelijk bestaan uit filmpjes, zeg maar minidocumentaires, maar anders dan voorgaande jaren zal niet meer de suggestie worden gewekt dat het verbindend element, ik dus, iets met die filmpjes te maken heeft.''

De eerste aflevering bestond uit een column die Grunberg voorlas als `ansichtkaart uit Boedapest', een ontmoeting van Grunberg met kunstenaar Zeger Reyers bij zijn karpervijver en daar tussenin twee zeg maar minidocumentaires, over de plunderphonics van de Canadese kunstenaar John Oswald en over de in Eindhoven exposerende shock artist Paul McCarthy. Ik zou niet durven suggereren dat er een verband was, maar het tegendeel is evenmin uitgesloten.

Het programma werd ingeleid door nog een beginselverklaring, bestaand uit zeven door Grunberg voorgelezen wetten van het medium televisie. Kort samengevat luiden die als volgt:

1. Iedereen die regelmatig op televisie verschijnt is een televisiedominee. De televisiedominee ontvangt gasten die iets te bekennen hebben.

2. De televisiedominee zalft zijn gasten.

3. Waar televisie is, is redding. Het publiek maken van zijn worsteling redt de bekenner.

4. Televisie hangt aan de illusie van de realiteit. Om hun louterende werking te bereiken moeten de voor het oog van de wereld beleefde emoties de pretentie hebben echt te zijn. Televisie ontheiligt, zij toont wat nooit getoond had mogen worden. Aan haar kleeft daarom de schijn van moed.

5. De televisie is overal. De hedendaagse televisiedominee weet dat de verlosser een machine is die aan en uit kan worden gezet met de afstandsbediening. Laten wij uw afstandsbediening een naam geven. Bijvoorbeeld Tobias. Streel Tobias. Hij is uw beste vriend.

6. Het wezen van de machinale verlosser die tv heet is propaganda. Iedereen die op tv verschijnt heeft iets te verkopen, meestal alleen zichzelf.

7. In de wereld van de televisie zal ik een huisspook zijn. De televisiedominee zegt: ik zal u zalven. Het huisspook zegt: ik zal aan uw ziel sleutelen. De dominee zegt: ga zitten en maak propaganda. Het spook zegt: niets is de moeite van propaganda waard, maar ga gerust je gang. De dominee zegt: ik meen het. Het spook zegt: op televisie kan niets gemeend worden.

Tot zover de zeven wetten van Grunberg. De theorie klopt. De praktijk is weerbarstiger. Want kan een huisspook interviewen zonder te zalven? Kun je televisie maken die geen propaganda is?

Tobias en ik zien het experiment met spanning tegemoet. Columns en wetten léés ik liever en de ontmoeting Reyers-Grunberg leek bijna een gewoon televisiegesprek, met vragen en bekentenissen over de jeugd van de kunstenaar. Maar toen deze zei: ,,Mensen zijn altijd een soort van vijfde wiel aan de wagen'', verscheen een nauwelijks onderdrukte grijns van triomf op het gezicht van het huisspook: dat was een verlossing!