`Grap gaat vaak op de loop met Dirkjan'

Mark Retera kreeg woensdag de Stripschapprijs 2004 voor de krantenstrip Dirkjan. ,,Dirkjan is een betweterig mannetje.''

Mark Retera is blij met de Stripschapprijs 2004. ,,Wel een eer eigenlijk. Het rijtje van prijswinnaars als Marten Toonder en Jan Kruis maakt het heel bijzonder. De jury zei dat ik mijn vorm opnieuw gevonden heb. Misschien omdat ik sinds een jaar dagelijks met Dirkjan bezig ben. Misschien vinden ze het wat leuker dan voorheen.''

Dirkjan begon in 1989 in studentenblaadjes en verscheen later in het stripblad SjoSji. Nu staat de strip in het Veronica-blad en een negental regionale dagbladen. Het achtste verzamelalbum verscheen onlangs. Tot vorig jaar maakte Mark Retera (40) wekelijks een karikatuur voor Panorama. Tegenwoordig tekent hij de hoofden voor de actuele tekenfilmpjes Café de Wereld in het tv-programma Vara Laat.

De grappen in Dirkjan worden verteld in drie plaatjes (soms twee of vier). Ze staan altijd op zichzelf, maar regelmatig beleeft Dirkjan een avontuurtje van meerdere grappen. De situaties komen uit het dagelijkse leven of uit films. Eerder dit jaar was Dirkjan een tijdje de vampier Dirkula en daarvoor persifleerde hij Star Trek als kapitein Kirk-Jan. De humor wordt wel flauw genoemd, maar een groeiend publiek vindt het briljant absurd.

Dirkjan is een rare stripheld. ,,Ik heb hem altijd als een student gezien, een jaartje of 22'', zegt Retera. ,,Hij heeft een slechte houding, een nylon streepjestrui die te strak zit, een broek die iets te kort is, een terugwijkende haarlijn met een blond toefje op het achterhoofd, vooruitstekende tanden en iets dat ooit een bril was voor zijn ogen. Hij is een betweterig mannetje, niet erg van de wereld. Het karakter verandert wel eens. De grap gaat vaak op de loop met Dirkjan.''

Retera bedenkt eens per maand grappen met zijn oud-studiegenoot psychologie Herman Roozen. Wilfred Ottenheijm en Remco Bolman tekenen twee van de zes wekelijkse krantenstroken. ,,Een dagstrip is hard werken, de kranten willen altijd een voorraadje hebben. Ik bedenk grappen voor de anderen, maar soms doen ze het zelf. Je gaat samen zitten en na een uurtje weet je niet meer wie wat bedacht. Ik ben wel de baas. Ik heb er altijd wel iets aan getekend.''

Het juryrapport meldt dat Retera zijn vorm definitief gevonden heeft. ,,Ik hoop het niet. Ik probeer het levend te houden.'' Hij wil verhalen maken die langer zijn, en `pretentieuzer'. ,,Met verzorgder plaatjes. Mijn tekeningen werken wel, maar ik wil dat je er langer bij kan stilstaan. Ik hou me te weinig bezig met lijnvoering of compositie, het gaat alleen maar om effect. Ik heb al eens een boekje over Dirkjan gemaakt, De Foto. Zonder moppen maar wel met een verhaal. Volgend jaar wil ik nog iets meer van de dagelijkse productie uit handen geven, dan houd ik tijd over voor andere projecten.''

Voor wie hij Dirkjan maakt, weet Retera eigenlijk niet. ,,Ik moet het zelf leuk vinden. Doe es gek en doe es vies, zoals vroeger voor studentenbladen, doe ik niet meer. Ik hoef niet echt te shockeren. Dat is ook niet verstandig in een krantenstrip. Fokke & Sukke maken harde grappen die wel ergens over gaan. Anders kun je net zo goed een andere grap maken. Dat is de les die ik geleerd heb.'' Het Haarlems Dagblad stopte september vorig jaar met Dirkjan na een pedofiele grap waar veel lezers zich aan stoorden.

Naast de titelheld heeft de strip een vaste kern, zoals huisgenoot Bert, Van Druten, Opa Bokma, meneer Marini en de bevallige nachtclubdanseres Lulu. ,,Haar houd ik er in. Een vrouw is altijd goed.'' Binnenkort gaat het verhaal naar de pruikentijd, zegt Retera. ,,Het wordt een soort Dangerous Liaisons. Het gaat over eer. Dirkjan is kamerheer van Markies de Marini. `U heeft om twaalf uur een amoureus rendez-vous met mevrouw die en die en om half twee wordt u betrapt'. Zo volgt een hele serie agendapunten. Het komt over een maand in de kranten en over twee weken in de Veronica-gids.''

In Dirkjan is Retera vaak wreed voor kabouters. Ze worden gebruikt als dartpijltjes en bestreden als ongedierte. ,,Als ik het niet meer weet komen de kabouters opdraven. Het is een minderheidsgroep waar je nooit problemen mee krijgt. Niemand identificeert zich ermee en daarom kan ik ze rustig plattrappen.'' Het komt uit zijn studententijd als er op het laatste moment nog een grap bedacht moest worden. ,,Een wanhoopspoging. Het was toen heel absurd, maar het sloeg geweldig aan. En ik houd ze erin: wat Rien Poortvliet kan, kan ik ook.''