Gekke Pippi sterker dan keurige Alice

Opvallend veel scènes in de familiemusical Alice in Wonderland gaan over slapen. De Zevenslaper bij de Maartse Haas doet niets anders, maar ook de bloemen in de tuin van de koningin zouden het graag willen. Alice slaapt een hele musical lang; net als een deel van het jonge publiek. Vandaar dat Alice in Wonderland terecht komt.

Lewis Carroll schreef met Alice in Wonderland in 1865 geen lieflijk sprookje, zoals dikwijls wordt gedacht. Alice is een kreng die het eimannetje Humpty Dumpty van een muur mikt en de bizarre wezens die ze tegenkomt stom en irritant vindt. Bewerker en regisseur John Yost moet bang zijn geweest dat de taalgrapjes en gekke details uit het originele verhaal het geheel nog onaantrekkelijker zouden maken, want die zijn in de theaterbewerking niet terug te vinden.

Het resultaat is een dun verhaal met veel dansjes, zonder spanningsboog en een overdaad aan saaie synthesizerliedjes gecomponeerd door Ton Scherpenzeel, gelardeerd met ééndimensionale teksten van Coos van Doesburgh. Jammer voor de hardwerkende cast die erg zijn best doet er nog iets van te maken. Vooral de vrouwelijke leden van het gezelschap, zoals Marit Slinger en Linda van Nimwegen, tillen het stuk af en toe uit de modder.

Grappig is wel dat Alice (Marjolein Teepen) evenveel girl power uitstraalt als de hoofdrolspeelster van die andere familiemusical die dit weekeinde in première ging: Pippi Langkous. Hoe verschillend hun rollen ook zijn: Alice is het keurige meisje omringd door gekken en Pippi (Veerle Baetens) is een gek meisje omringd door keurige mensen.

Villa Kakelbont, het huis van Pippi, reikt tot de nok van het theater. Het is een houten bouwwerk vol uitsteeksels en alle kamertjes zien er even gezellig uit. Pippi komt samen met haar aapje meneer Nilsson op een dag uit de lucht vallen, tot groot genoegen van buurkinderen Tommy en Annika. Drie keurige tantes zijn het daar niet mee eens en willen Pippi ontvoeren om haar in een kindertehuis te stoppen. Na de pauze moet Pippi haar vader redden op het eiland Taka-Tuka, waar hij gevangen wordt gehouden door de gemene pirate Renate.

Het openingslied is voor veel ouders bekend van de gelijknamige televisieserie uit de jaren zeventig. De overige liedjes zijn vers gecomponeerd door Ronny Mosuse en van teksten voorzien door Ivo de Wijs. De stijlen lopen uiteen van rock naar rap en hier en daar een ballad. Het zijn goed in het gehoor liggende melodieën, die een grappige, soms poëtische omlijsting van het verhaal vormen. Soms laat de verstaanbaarheid te wensen over omdat er Vlaams en diverse soorten Nederlands door elkaar klinken.

Bovendien hebben de acteurs erg veel tekst die niet door actie wordt ondersteund. Ze staan op een kluitje hun zinnen te zeggen, terwijl de zesjarigen in de zaal zich hardop afvragen wat er nou `gebeurt' en het tempo inzakt. Pippi Langkous bevat echter een scheldwedstrijd, een wilde vechtpartij in slowmotion en een ijzersterke Pippi die een paard rondtilt. Alice had nog nog veel méér op Pippi mogen lijken.

Familiemusicals: 1. Alice in Wonderland door Opus One. Vanaf 8 jaar. Gezien: 2/10 Schouwburg het Park te Hoorn. Inl. 020-6125034 2. Pippi Langkous door Theater Familie BV. Vanaf 6 jaar. Gezien 3/10, Chassé Theater, Breda. Inl. 0900-9203 of www.ntk.nl.