Freire fietst zich in het rijtje van de grote kampioenen

Met zijn derde wereldtitel in vijf jaar heeft Oscar Freire Gomez zich in een illuster rijtje wielerkampioenen geschaard. De Spaanse renner van de Nederlandse sponsor Rabobank moet in staat worden geacht het recordaantal van vier regenboogtruien bij elkaar te fietsen. Volgend jaar is het WK in Madrid, waar de organisatie een gespreid bedje voor hem dekt. Het vlakke parcours in de Spaanse hoofdstad is hem op het ranke lijf geschreven, zo verzekerde een Spaanse verslaggever die even daarvoor de moeder van Freire tijdens de persconferentie van haar zoon een spontane handkus had gegeven.

Wielerminnend Spanje had gisteren alle reden trots te zijn. Freire evenaarde in Verona de prestatie van drie grote kampioenen. De Italiaan Alfredo Binda (1927, 1930 en 1932), de Belg Rik van Steenbergen (1949, 1956 en 1957) en de Belg Eddy Merckx (1967, 1971 en 1974) gingen hem voor. Ook zij behaalden een WK-trilogie. Bij de vergelijking met Merckx, de beste renner aller tijden, ging het jongensachtige gezicht van de 28-jarige Freire een beetje blozen. Hij kent zijn klassiekers.

Freire ging in Verona op herhaling, maar hoe anders waren de omstandigheden in 1999. Destijds was hij als werknemer van de ploeg Vitalicio nog een `grote onbekende' in het profpeloton. Hij had door ziektes en blessures nauwelijks serieuze wedstrijden in de benen en werd ten onrechte als `eendagsvlieg' afgeschilderd. Navraag leerde dat hij een veelbelovende amateur was geweest en ondanks fysieke ongemakken goede resultaten had geboekt. Een dag na zijn eerste wereldtitel had hij een aanbieding van Mapei op zak. Het verhaal gaat dat Freire bij terugkomst in zijn hotel een contract onder zijn kussen vond.

Bij de grootste wielerploeg ter wereld kon hij de verwachtingen niet waarmaken. Als zovele wereldkampioenen leek hij te bezwijken onder de last van de regenboogtrui. Freire had toen ook pijn in zijn rug, verklaarde hij gisteren. Eenmaal hersteld behaalde hij in het Spaanse shirt op het WK in 2001 zijn tweede wereldtitel. In Lissabon won hij weer de sprint van een kopgroep. De eenmalige landenwedstrijd ligt hem beter dan de dagelijkse sponsorkoersen, vertelde Freire in de Portugese hoofdstad. Bij Mapei leerden ze hem kennen als een vriendelijk trainingsbeest. Bij Rabobank is het niet anders. `Laat Freire maar schuiven', luidt het adagium van ploegleider Erik Breukink.

De Nederlandse inbreng was gisteren te verwaarlozen. Kopman Michael Boogerd bleek hersteld van een serie valpartijen, maar miste in de finale de steun van een paar helpers. Hij demarreerde halverwege de laatste beklimming van de Torricelle, die achttien keer moest worden bestegen. Hij achterhaalde de ontsnapte Deen Michael Rasmussen (ook Rabo) en werd vervolgens zelf voorbijgereden door Freire. De sponsorbelangen zijn op een WK blijkbaar minder groot dan veel volgers veronderstellen. Boogerd eindigde op een verdienstelijke zevende plaats. Hij was ,,blij voor Freire, maar had uiteraard liever zelf gewonnen''.

Boogerd had met een jaloerse blik naar het Spaanse collectief gekeken. Als een heuse armada reed het dertiental in het voorste gelid. Freire wist altijd landgenoten in zijn buurt en werd in de eindsprint voorbeeldig gelanceerd door Alejandro Valverde. Deze alleskunner cijferde zichzelf weg in het belang van zijn kopman. De andere Spanjaarden hadden het tempo in de slotronde zo hoog mogelijk gehouden en voorkwamen daarmee een buitenlandse uitbraak.

Zo kon de Italiaanse klimmer Damiano Cunego zijn specialisme niet waarmaken. De winnaar van de Giro reed in zijn geboortestad Verona een thuiswedstrijd voor honderdduizenden tifosi. Hij werd negende. De miljoenen tv-kijkers kregen vooral zijn landgenoot Paolo Bettini in beeld. De olympisch kampioen raakte geblesseerd aan zijn knie, nadat hij tijdens een reparatie van zijn fiets met zijn knie in botsing kwam met de ploegleiderswagen.

De Italianen moesten zich tevreden stellen met een derde plaats voor Luca Paolini. Erik Zabel eindigde op een even eervolle als pijnlijke tweede plaats. Hij was er weer zo dichtbij. De Duitser kwam bijna een fietslengte tekort in de eindspurt. Met het betere duw- en trekwerk manoeuvreerden de sprintspecialisten zich na zeven uur koersen in een gunstige uitgangspositie. Freire bleek de fitste én de slimste van het stel.

De metaalarbeider is een geduldig wielrenner, die zich zo nodig 250 kilometer schuil houdt in het peloton. Zijn manier van sprinten laat zich vergelijken met een katapult; hij kan nog versnellen tot vlak onder het finishdoek. Zo won hij dit voorjaar zijn eerste klassieker Milaan-Sanremo. Zo won hij vorige maand een etappe in de Vuelta, waar hij in de laatste koersweek afstapte om krachten voor het WK te sparen. Zo won hij gisteren voor de tweede keer in zijn favoriete Italiaanse stad.

Freire had tijdens trainingsrondjes in Verona kippenvel gekregen bij de herinnering aan het vorige WK in 1999. ,,Toen is mijn leven veranderd. Ik was ineens een vedette'', blikte hij gisteren terug op zijn internationale doorbraak. De beklimming van de Torricelle kon hij wel dromen. In de buurt van Torrelavega, de Noord-Spaanse woonplaats van zijn ouders, ligt een soortgelijke helling en daarom was hij afgelopen weken in zijn geboortestreek gaan trainen en niet rondom het Meer van Lugano, waar hij tegenwoordig woont.

Hoe anders was zijn leven vijf jaar geleden. Toen woonde Freire nog bij zijn ouders op een flatje en reed hij auto in een boodschappenwagentje. Nu is hij de eigenaar van een luxe wagen en heeft hij een villa betrokken op de grens van Italië en Zwitserland. Zijn karakter is onveranderd bescheiden. De guitige blik en de ontwapenende glimlach zijn gebleven. De wielerwereld kan zich nauwelijks een mooiere wereldkampioen wensen.