Democraten VS mogen weer hopen

In het debat met president Bush van donderdagnacht heeft uitdager John Kerry laten zien hoe kwetsbaar zijn tegenstander in de race naar het presidentschap eigenlijk is, concludeert E.J. Dionne.

Vrijdagochtend kwamen in heel de Verenigde Staten de Democraten met verende tred hun huis uit. Na het presidentiële debat van de avond ervoor hadden velen van hen een nieuwe ervaring: het was mogelijk om vóór John Kerry en niet alleen tégen president Bush te zijn.

Het is haast niet te overschatten hoe belangrijk het sterke optreden van Kerry in het debat voor zijn campagne was. Al wekenlang liep het Democratische voetvolk voornamelijk te klagen en te treuren. Het vroeg zich af waarom Kerry het liet afweten, waarom de Republikeinen betere campagnes leken te voeren. Als Kerry was afgegaan, zou de campagne voorbij zijn geweest.

Kerry vermeed niet alleen een ramp. Hij wist eindelijk als leider over te komen. Hij sprak in korte zinnen, zonder de voltooid verleden aanvoegende wijs die hij geheel zelf heeft verzonnen. Hij ging het gevecht met Bush hard aan. Maar zijn toon van ,,ik ben niet boos, ik ben verdrietig'' voorkwam dat Kerry onhebbelijk of arrogant leek. Toen Bush iets hoffelijks tegen Kerry zei over zijn gezin, was Kerry hoffelijk terug. Wie even innemend als Bush kan zijn, levert een prestatie van formaat.

En nadat hij, wie weet hoeveel honderden keren, was aangevallen omdat hij zou zwalken, had Kerry eindelijk het weerwoord tegen Bush dat past in het beeld dat het publiek van de president heeft.

,,Je kunt wel zeker van iets zijn, maar je kunt iets zeker weten en je toch vergissen,'' zei Kerry. ,,En je kunt ook zeker van iets zijn en gelijk hebben, of zeker zijn en de goede kant opgaan, of zeker zijn van een principe en dan op grond van nieuwe feiten je koers verleggen naar het juiste beleid.''

Dé stelling van Bush is dat hij geen duimbreed wijkt, maar dat is ook de keerzijde van dé zwakte die hij heeft: zodra hij een beslissing neemt, denkt hij daar nooit ofte nimmer meer kritisch over na, hoe de informatie ook mag luiden.

Maar het debat zorgde er niet alleen voor dat de Democraten zich beter voelen. Het toonde ook aan hoe kwetsbaar Bush eigenlijk is. Er waren tal van momenten dat een welsprekende en kalme Kerry meer weg had van een president dan de president zelf.

Bush is een begaafd en gedisciplineerd verkiezingsredenaar die zijn zorgvuldig gekozen gehoor kan bezielen en vermaken en die scherpe en heldere uitspraken kan doen waar elke producent van droomt.

Maar de Bush van donderdag was geen schim van de Bush op campagne. Slecht op zijn gemak en vaak stamelend gaf hij een van de slechtste publieke optredens uit zijn presidentschap.

Af en toe leek het wel of hij zijn hoofd afzocht naar verdwaalde feiten. Hij bleef maar leunen op zijn campagneretoriek, ook als die misplaatst leek. Een paar keer leek hij te hopen dat de tijd al om zou zijn, omdat hij niets meer te zeggen had.

Het debat onthulde de holle kern van de eentonige campagne die de president voert: het enige argument waar Bush echt op wilde hameren telkens en telkens weer was dat Kerry een ,,dubbelzinnige boodschap'' verspreidt en dat Kerry, zoals de president hem voorhield, ,,steeds weer van mening verandert over deze oorlog''.

Bush leek maar met één ding bezig: iedereen moest weten dat Kerry de strijd in Irak ,,de verkeerde oorlog op de verkeerde plaats op het verkeerde moment'' had genoemd, een uitspraak hij minstens zeven keer herhaalde.

Bush hoopt duidelijk dat hij het tot de dag van de verkiezing uit kan zingen met het argument dat Kerry zwalkt, en met zijn steeds onrealistischer beweringen dat in Irak alles in orde is. Hij gaat ervan uit dat niemand lastige vragen zal stellen over het verhaal dat hij ophangt.

Maar dat deed Kerry wel, en toen ging het verhaal de mist in. Dat was het tweede opvallende en verontrustende aspect van het debat: Bush bakt er weinig van als hij flink wordt uitgedaagd. En dat baart zorgen over zijn kracht in omstandigheden die hij niet volledig in de hand heeft.

Sinds 11 september 2001 heeft de president opmerkelijk weinig tegengas gekregen. Hij treedt zelden de pers tegemoet. Hij spreekt alleen aanhangers toe; critici die zich vertonen lopen het risico gearresteerd te worden. Er zijn weinig aanwijzingen dat Bush wordt tegengesproken door zijn staf of zijn kabinet. Hij is het meest op zijn gemak als hij zich bij de gesprekspunten houdt.

Maar plotseling, toen Bush 90 minuten lang een tegenstander kreeg die bereid was hem voluit aan te pakken, begon hij te stotteren, te aarzelen en te fronsen. De Frons van Bush zal zeker zijn plaats krijgen tussen de Zucht van Gore en de Schreeuw van Dean.

Het kamp van Bush zal ongetwijfeld een manier proberen te vinden om dit debat in een overwinning van Bush om te zetten. Ik kan me vergissen, maar ik denk eerlijk gezegd dat dit zelfs voor zijn topadviseur Karl Rove misschien wel te hoog gegrepen is. En daarom kunnen de Democraten eindelijk weer eens lachen.

E.J. Dionne is columnist van de Washington Post .

© Washington Post Writers Group.