De bond mobiliseert

Met 200.000 demonstranten tegen het kabinetsbeleid op het Amsterdamse Museumplein heeft de vakbeweging een voorproefje gegeven van haar mobilisatievermogen. Weliswaar hadden niet alle demonstranten hetzelfde doel, maar toch kunnen de bonden deze troef in het najaar verder uitspelen door actie te voeren bij bedrijven. Dat veel demonstranten tussen de veertig en de zestig waren, zegt niets ten nadele. De bevolkingsopbouw ziet er nu eenmaal niet meer uit als een piramide, maar als een vaas met smalle voet: er zijn minder jongeren dan ouderen. Bij een manifestatie die een afspiegeling van de bevolking is, zijn dus relatief veel grijze haren. Dat alleen al geeft aan dat ouderen langer moeten doorwerken om de aantallen werkenden en niet-werkenden met elkaar in evenwicht te houden. Het is al jaren duidelijk dat een royaal prepensioen uit de tijd is, maar het komt de vakbeweging nu uit om dit probleem even niet te zien. Het kabinet kan het zichzelf aanrekenen dat het er niet in is geslaagd om grote delen van de bevolking van de noodzaak van zijn plannen te overtuigen. In 1991 waren er meer demonstranten op de been tegen de WAO-plannen. Maar het kabinet was toen populairder en er was meer regie van de verantwoordelijke ministers en van de premier zelf om maatschappelijke steun te krijgen voor het beleid.

Werkgevers en werknemers moeten inhoud geven aan de plannen van het kabinet. Zij moeten ook perspectief hebben op betere verhoudingen. Veel oudere werknemers zien echter een gapend gat waar ze eerst vooruitzicht hadden op een prepensioen. Bij veel beroepen is de arbeidsmarkt voor ouderen slecht. Ouderen verdienen meer dan jongeren en worden dus duur gevonden door werkgevers die van hen af willen. Ze gelden ten onrechte als improductief. Ouderen die ontslagen worden, krijgen vaak moeilijk een andere baan. Weinig bedrijven doen aan loopbaanontwikkeling voor ouderen. De door het kabinet voorgestelde levensloopregeling – een spaarplan waarvan de inleg deels van de belasting kan worden afgetrokken – lost dat niet op. Economisch herstel en het aantrekken van de arbeidsmarkt bieden ook lang niet altijd soelaas. De oproep om door te werken vindt geen gewillig gehoor bij een huisschilder die op zijn 55ste lichamelijk op is omdat hij veertig jaar lang stellages heeft beklommen. Dat soort speciale omstandigheden kunnen niet in Den Haag worden geregeld. Daaraan moet in afspraken tussen werkgevers en werknemers tegemoet worden gekomen. Zij kunnen de algemene wens van de regering tot langer werken nader invullen. Moet de huisschilder op tijd van baan kunnen veranderen of is veertig jaar werken genoeg? Anders dan de leden van het kabinet afgelopen weekeinde beweerden naar aanleiding van de demonstratie, is het gesprek over de beperking van het prepensioen dus geenszins afgelopen.

Achteraf is het verbazend dat het kabinet er afgelopen voorjaar niet uit is gekomen met de bonden, terwijl het bij het begrotingsoverleg binnen een paar dagen grote concessies over het prepensioen en de WW kon doen aan de regeringsfracties van de Tweede Kamer. De verschillen met de bonden waren niet groter dan de kloof met de regeringsfracties. De huidige confrontatie komt op een ongelukkig moment nu premier Balkenende ziek is. De werkgevers zullen van dit falen de schade ondervinden door arbeidsonrust. Het is ook aan hen om aan te dringen op meer maatschappelijke souplesse van het kabinet. Verlenging van het arbeidzame leven kan niet van bovenaf worden opgelegd, maar is alleen mogelijk als de betrokken partijen daaraan meewerken.