`Bemiddeling mag geen theekransje worden'

Komt het nog goed tussen kabinet en vakbeweging? Herman Wijffels is genoemd als bemiddelaar. Zeven vragen aan de SER-voorzitter.

De vakbeweging en dit kabinet staan verder uit elkaar dan ooit. Direct na de massale demonstratie op het Museumplein liet het kabinet al weten niet te zullen terugkomen op zijn beleid om de fiscale subsidies voor VUT en prepensioen af te schaffen. Ieder overleg tussen de partijen was al weken opgeschort.

De zorgen over deze kloof groeien. Werkgevers zien op tegen de komende CAO-onderhandelingen waarin ze een gesterkte vakbeweging tegenover zich zullen vinden, die reparatie van het kabinetsbeleid eist. Inmiddels klinkt de roep om bemiddeling. Herman Wijffels, prominent CDA-lid, oud-topman van Rabobank en voorzitter van de Sociaal Economische Raad, het belangrijkste sociaal-economische overlegforum met werkgevers, vakbonden en onafhankelijke experts, is al genoemd als dé persoon voor een poging te bemiddelen. Hij is daartoe bereid.

Steunt u het kabinetsbeleid?

,,In beginsel wel. En dat is ook het drama: over de richting van het beleid bestaat tussen partijen geen verschil van opvatting, en ook niet dat er stevige stappen moeten worden gezet. Het is fout gegaan bij de concrete vormgeving van de maatregelen. En dat heeft zich ontwikkeld in de richting van een krachtmeting, helaas.''

Hoe komt dat?

,,Bij de vakbeweging is het beeld ontstaan dat het kabinet zijn positie wil aantasten, althans in ieder geval dat het kabinet haar niet serieus neemt. Dus de vakbeweging wil bewijzen dat ze wel serieus te nemen is, en dat is ze gelukt. Over de mobilisatiekracht van de vakbeweging hoeft geen twijfel meer te bestaan.''

Moeten partijen weer gaan praten?

,,Hoe het verder moet is niet zonder meer duidelijk. Dit is een land met een gespreide machtsstructuur. Ik moet vaak aan buitenlanders uitleggen waarom we hier in Nederland zoveel overleggen. Niet omdat we zoveel van elkaar houden. Maar de gespreide machtsstructuur maakt het noodzakelijk om te overleggen. Maar er moet wel iets te bemiddelen zijn. De afgelopen weken is er nul communicatie tussen de partijen geweest, letterlijk. Het kabinet heeft inmiddels de Tweede Kamer achter zich, de vakbeweging nu ruim 200.000 betogers. Iedereen maakt zich zorgen over hoe we hier uit komen.

,,Welke exit-strategie heeft het kabinet? Er moet wel ruimte zijn voor een inhoudelijk gesprek. Als praten geen inhoudelijke consequenties heeft, wordt het een theekransje. De vraag is of partijen ruimte zien. Duidelijk is in ieder geval dat gezamenlijk beleid je verder brengt dan vechtend doorgaan. Voor je het weet gaat men in individuele bedrijfstakken over tot het continueren van de bestaande regelingen, terwijl de fiscale ondersteuning wegvalt. Dan gebeuren er twee dingen die we niet willen: de prepensioen-regelingen bestaan nog steeds, zodat het doel van langer doorwerken niet wordt bereikt, en de arbeidskosten stijgen doordat de fiscale ondersteuning voor die regelingen wegvalt. We moeten proberen om dát te voorkomen.''

Maar valt er nog wel iets te praten, na de opmerking van Zalm dit weekend dat de discussie over VUT en prepensioen voor dit kabinet gesloten is?

,,Politiek is een compromis moeilijk, maar er zijn technisch zeker nog onderhandelingen mogelijk.

[vervolg WIJFFELS: pagina 13]

WIJFFELS

'Kabinet en vakbonden moeten nu praktisch zijn'

[vervolg van pagina 1]

,,Er zijn nog onderwerpen in dat dossier te vinden waarover gepraat kan worden. Eén van de conflictpunten is of de fiscaal gefaciliteerde spaarmogelijkheid, de levensloopregeling, strikt individueel is, of dat er ook collectieve elementen mogelijk zijn. Daar kan je ideologisch naar kijken, maar je kan er ook praktisch naar kijken. En dan is het in ieder geval zo dat collectieve regelingen efficiënter en goedkoper zijn. De uitkomst zal niet voor alle sectoren hetzelfde zijn. Kabinet en vakbeweging moeten zich van hun praktische kant laten zien, niet van hun ideologische kant.''

Hoe beïnvloedt dit conflict de verhouding tussen sociale partners en kabinet op de langere termijn?,,De uitkomst van dit conflict zal een verdere decentralisatie van de arbeidsverhoudingen zijn. Er is een toenemende behoefte aan differentiatie: VUT en prepensioen is echt iets anders in de dienstensector dan voor zware beroepen.''

Moet ook de sociale zekerheid worden gedifferentieerd?,,Ja. De levensloopregeling wordt het kernelement van sociale zekerheid `nieuwe stijl'. De sociale zekerheid verandert van een staatsregeling naar een stelsel met ook private elementen. Neem bijvoorbeeld de nieuwe WAO: een basisvoorziening voor mensen die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn. Maar daarbovenop komt een private regeling voor mensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn.

,,De sociale zekerheid zal parallellen gaan vertonen met ons pensioenstelsel, met een staatsvoorziening, de AOW, en eigen regelingen. Beschouw de hervorming van de sociale zekerheid als invulling van de Lissabon-strategie. Sociale zekerheid moeten we meer zien als een investeringsproject, niet als een kostenpost. Niet alleen als inkomensvervanging als mensen geen inkomen meer hebben. Als iemand werkloos is, krijgt hij een uitkering op voorwaarde dat hij zich laat bijscholen. Daar kunnen ook op bedrijfstakniveau regelingen voor worden getroffen met behulp van de levensloopregeling. Dan heb je een gezamenlijk project voor werkgevers en werknemers. Je moet mensen in een positie brengen dat ze een relevante bijdrage kunnen blijven leveren aan onze samenleving en hun eigen onderhoud. Van nazorg naar voorzorg, zoals econoom Lans Bovenberg dat noemt.''

Hoe uniek is dit conflict?

,,Wat er nu gebeurt lijkt onderdeel te zijn van een cyclus die zich iedere 20 jaar herhaalt. In de jaren zestig kwam er een einde aan de geleide loonpolitiek, in de jaren tachtig werd voor het eerst gesleuteld aan de verzorgingsstaat. Het Akkoord van Wassenaar werd getekend voor loonmatiging en arbeidstijdverkorting. Nu zitten we in een volgende fase. De overeenkomsten met begin jaren tachtig geven me een déjà-vu gevoel, ook dat was een strijdperiode, deels om dezelfde onderwerpen. De parallellen zijn groot. Ook toen liep de verzorgingsstaat vast in te hoge arbeidskosten en een aantasing van onze concurrentiepositie. Ik zie de verzorgingsstaat als een emancipatieproject. Om de twintig jaar komen iedere keer nieuwe sociaal-economische uitgangspunten op tafel. Een bepaalde manier van aanpak komt aan het eind van zijn levenscyclus. En elke keer geeft dat strijd. Maar stap voor stap maken we een beweging die de verantwoordelijkheden verder verschuift naar de mensen zelf. Dat gebeurt nu weer.''