`Toch blijft het ergens knagen'

Ruim een maand na de verloren olympische finale van zijn hockeysters heeft hij het mysterie nog niet helemaal ontrafeld. Bondscoach Marc Lammers (35) over de dunne scheidslijnen tussen winst en verlies. ,,Van zelfverwijten word je niet beter.''

Na amper vijftien minuten schiet hij in de verdediging. Hij zit niet in de beklaagdenbank. ,,Het is allemaal zo makkelijk. Achteraf heeft iedereen de wijsheid in pacht, achteraf weet iedereen het beter. Ik kijk verder dan die ene wedstrijd, en ik laat me niet aanpraten dat het toernooi mislukt is. Integendeel: het toernooi is in mijn ogen wél geslaagd. Sinds 1984 (goud op Spelen in Los Angeles, red.) hebben de hockeysters niet zo goed gepresteerd. Dat wordt in alle teleurstelling gemakshalve vergeten. We hebben alleen verzaakt om het af te maken.''

Marc Lammers begrijpt het wel, al die vragen en suggesties over die ene, bijna surrealistische vertoning: de verloren olympische finale tegen het op papier vele malen zwakkere Duitsland, de ploeg die in de voorronde nog met 4-1 over de knie ging bij Nederland. De ploeg ook die nota bene door toedoen van zijn `meiden' (winst in de laatste poulewedstrijd op Australië) doordrong tot de halve eindstrijd. Maar mag de bondscoach nog een kleine en in zijn ogen niet onbelangrijke kanttekening plaatsen? ,,Ik heb die wedstrijd nog één keer op video bekeken, en nogmaals vastgesteld dat wij achttien schoten op doel hebben gehad en zij slechts vier. Wij scoren één keer, zij twee keer. Wij hebben kansen gecreëerd, dus heeft het niet aan de tactiek gelegen. Soms moet je ook genoegen nemen met de constatering dat sport af en toe een kwestie van geluk is.''

Pardon? Dat uit de mond van de coach, die in de lange aanloop naar `Athene' geen detail over het hoofd zag. Als sport domweg `een kwestie van geluk' is, had de 35-jarige oud-speler van Den Bosch en Oranje Zwart zichzelf de voorbije vier jaar niet zo uit de naad hoeven te werken, toch? Glimlachend: ,,Mijn stelregel is: je kan veel, maar niet alles voorbereiden. Elk toernooi heeft zijn eigen dynamiek, en een halve finale of een finale is alles of niets. Een ongelukkige beslissing van de scheidsrechter en je bent gezien. Dat is, hoe vervelend dat soms is, ook de charme van de sport.''

En niet zelden de valkuil, zoals Lammers in Athene ondervond. Het beeld dat beklijft is dat van een in de voorronde oppermachtige ploeg, die uiterst slagvaardig te werk ging en de tegenstander al vroegtijdig tot overgave dwong. Diezelfde hockeysters holden in de finale vanaf de eerste minuut consequent achter de feiten aan, en hadden tot het ochtendgloren kunnen doorspelen en nog niet gescoord. ,,Natuurlijk heb ik spijt van sommige beslissingen. Misschien heb ik een aantal `dragende' speelsters in de poulewedstrijden iets te veel laten spelen, want ze waren in de eindfase sneller vermoeid dan voorzien. Meer rust dus, maar dan was het risico dat we de voorronde niet ongeschonden waren doorgekomen. Je moet keuzes maken, en dat heb ik gedaan.''

Zelfkritiek, maar hartgrondig zelfbeklag is niet aan hem besteed. ,,Ik kan mezelf achteraf nog zoveel voor de voeten werpen, maar van zelfverwijten word je niet beter. Ik moet verder. Je leert van je fouten, akkoord, maar het probleem is: ik weet niet of het fouten waren. Ja, iedereen roept nu heel hard: dat ging fout, zus ging fout, dat had anders gemoeten. Allemaal leuk en aardig, maar zekerheid dat een andere keuze wél tot succes had geleid heeft niemand. Ik niet, maar al die anderen ook niet. Voor zover hun mening überhaupt telt. Het zijn vermoedens, meer niet.''

Als een van de eerste sportploegen in Nederland durfden de hockeysters het twee jaar geleden op voorspraak van Lammers aan om een vaste mental coach in dienst te nemen, in de persoon van oud-politieman Bill Gillissen, met wie ze sindsdien dweepten. Des te verwonderlijker was de ontboezeming van routinier Ageeth Boomgaardt, ter verklaring van de verloren finale: ,,Het was puur een mentale kwestie.'' Heeft Gillissen duimen zitten draaien? Lammers, hoofdschuddend: ,,Ageeth riep dat vlak na de wedstrijd, háár laatste in het Nederlands elftal én in de hitte van haar emotie. Ze had het over zichzelf, niet over anderen. Als dat op dat moment haar perceptie is, prima. Maar op dat punt ben ik het niet met haar eens. Kijk naar de halve finale tegen Argentinië. Alles zit tegen, tot en met de scheidsrechters aan toe, en puur op karakter slepen we die wedstrijd toch uit het vuur.''

Nog zo'n vaak verkondigde mening in hockeykringen, zeker de laatste weken: Lammers heeft zijn ploeg de afgelopen vier jaar zoveel speldiscipline bijgebracht en met zoveel tactische opdrachten opgezadeld dat elk vleugje creativiteit uit het `volgzame' elftal is gestampt. Tegen die opvatting verzet hij zich met kracht. ,,Het zijn geluiden van mensen die heel ver van de ploeg afstaan, van mensen die niet van de hoed en de rand weten. Vraag het mijn speelsters. Ik ben geen coach die alles van hogerhand oplegt. Integendeel bijna. Als er iemand is die veel ruimte laat voor eigen verantwoordelijkheid en die veel traint op creativiteit, dan ben ik het wel. Alleen: bij balverlies moeten we terug kunnen vallen op afspraken.''

Volgende these: hij heeft zijn tactiek te zeer afgestemd op `laagvlieger' Duitsland en is dus niet uitgegaan van eigen kracht. Waarom liep Maartje Scheepstra bijvoorbeeld uit bij de Duitse strafcorner en niet de op papier sterkste cornerverdedigster, die die taak doorgaans op zich neemt, Minke Booij? Zuchtend: ,,Minke liep ook uit, maar goed: de keuze voor Maartje was een bewuste, die bovendien in overleg met de speelsters is genomen. Het bleek geen verkeerde inschatting, hoewel we een doelpunt niet wisten te voorkomen. Zoals het ook een bewuste keuze was om [na rust] tegen Argentinië met vier spitsen te gaan spelen. Dat doen we ook niet elke dag, maar dat pakte wél goed uit.''

Van onder- of overschatting was geen sprake, betoogt Lammers. ,,We hebben in tactisch opzicht een kleine aanpassing gedaan, en dat was de hoge bal eruit halen. Verder hebben we ons eigen spel gespeeld. Ageeth verkondigde laatst een andere mening bij Barend & Van Dorp, maar ook dat standpunt deel ik niet. Iedereen is zo naarstig op zoek naar een verklaring dat van alles en nog wat wordt geroepen.''

Of was de ontlading na de narrow escape (winst na strafballen) tegen regerend wereldkampioen Argentinië te groot? Met de finale nog voor de boeg huppelden de hockeysters uitgelaten over het kunstgras. Alsof de gouden medaille al om hun nek bungelde. Lammers, schuldbewust: ,,Het was een zenuwslopende wedstrijd: eerst een achterstand, toen een voorsprong, op de valreep toch weer gelijk, toen verlenging en uiteindelijk strafballen. Dat duel heeft veel kracht gekost, zowel mentaal als fysiek. Ook ik liet naderhand mijn emoties de vrije loop. Heb ik weer van geleerd. Tijdens een toernooi is dat niet verstandig. Maar goed, het gebeurde, en niet alleen bij mij. Niet voor niets was iedereen de dag erop kapot. Dat was voor mij ook de reden om de tactische voorbespreking te verschuiven naar de wedstrijddag zelf. Daarvan wordt nu ook gezegd: was niet verstandig. Kan zo zijn, op dat moment leek dat me die beslissing wél verstandig.''

Een ander hardnekkig gerucht wil dat de ploeg in de Griekse hoofdstad in twee kampen uiteen viel. Tweespalt dus, met aan de ene kant de harde en ervaren kern van landskampioen Den Bosch en aan de andere kant de rest van de selectie. Maar ook die suggestie veegt Lammers van tafel. ,,Natuurlijk trekken de meiden van Den Bosch meer naar elkaar toe. Vind je het gek? Die spelen al zo lang samen, hebben al zoveel gewonnen, die hebben een band. Dat juich ik eerder toe dan dat ik krampachtig pogingen zou doen om de een aan de ander op te dringen.''

Blijft de vraag of hij gefaald heeft. Lammers schudt, opnieuw, het hoofd. ,,Ik hoor en lees nu dat wij louter en alleen voor een gouden medaille in Athene waren, en dus gefaald zouden hebben. Dat is niet waar. Wij gingen voor een medaille, dat heb ik altijd gezegd. Kijk de archieven er maar op na. We hadden geen reden om te roepen: wij worden olympisch kampioen. Twee keer derde bij de Champions Trophy, tweede bij het WK. Sterker nog: ik heb de euforie in de media bewust proberen te onderdrukken. We hebben een medaille gewonnen. In dat opzicht zijn we geslaagd in onze opzet. Alleen: als je in de aanloop met kop en schouders boven de rest uitsteekt en je maakt het vervolgens niet af, ja, dan blijft het knagen. Hoe heeft het kunnen gebeuren? Van die vraag ben ik de laatste weken wel eens wakker geworden.''

Maar tijd heelt wonden. Hoewel: ,,We zijn inmiddels ruim een maand verder en nog altijd ben ik moe. Weinig slaap, veel spanning dat vreet aan je. Ik moet afkicken, net als na het WK. Ik slaap de laatste weken veel en probeer te ontspannen door veel met de kinderen te doen.'' Of wringt hier wellicht de schoen? Maar weinig coaches die zo bezeten zijn van hun vak als de oud-bondscoach van Spanje. Met andere woorden: hij neemt (te) weinig afstand. Alleen maar hockey ontneemt het zicht op de realiteit. Grijnzend: ,,Het is al beter dan twee jaar terug, maar op dat punt kan ik mezelf inderdaad nog verbeteren.''

`Een goede coach' is hij dan ook nog niet, beseft Lammers, die volgende maand al weer met zijn ploeg op pad moet voor de Champions Trophy in Argentinië. ,,Ik ben een redelijke coach, geen wereldcoach. Ik heb immers nog lang niet alles gewonnen. Types als Ric Charlesworth (ex-coach Australië, red.), Roelant Oltmans en Maurits Hendriks wel, die hebben het ook `afgemaakt'. Dat is toch een kwestie van ervaring, van innerlijke rust ook.''

Ondanks de verloren finale ziet Lammers nog voldoende draagvlak om door te gaan als bondscoach van de hockeysters. Maar krijgt hij die kans ook? De vijfvoudig international schoof vorige week vrijdag aan voor een gesprek met de bond. Komende week hoopt hij uitsluitsel te krijgen of hij mag doorgaan tot en met het WK van 2006 in Madrid. Als hij iets van zijn voorganger Tom van 't Hek heeft kunnen leren, dan is het wel dat de vlotgebekte oud-international net iets te lang (zes jaar) in het zadel bleef zitten. Lammers: ,,Dat kan wel wezen, maar ik ben nog niet klaar met deze groep. Pas sinds twee jaar heb ik het gevoel dat we op de goede weg zijn. Nu moeten we het afmaken. Het is bovendien een uitdaging te bewijzen dat ook in het vrouwenhockey een coach wel degelijk langer meekan. Vier jaar is ook maar een gemiddelde.''

En die gedroomde overstap naar de mannen dan? Lachend: ,,Dat is geen heilig doel, hoor. Bovendien: ik ben nog jong, ik heb geen haast.'' Gepasseerd voelde hij zich dan ook niet, toen de bond vorige maand de succescoach uit de jaren negentig aanstelde, onder wiens leiding Lammers tien jaar geleden debuteerde in het Nederlands elftal: Roelant Oltmans. ,,Als je voor de Spelen van de bond te horen krijgt dat ze na `Athene' willen praten over een eventueel aanblijven bij de dames, dan weet je in feite genoeg. De bond kiest voor zekerheid, en dat begrijp ik maar al te goed.''