Snelle vrouw?

Britse onderzoekers voorspelden deze week in het blad Nature dat vrouwen over ruim 150 jaar sneller zijn op de 100 meter sprint dan mannen. Een realistisch onderzoek?

Jacqueline Poelman, meervoudig Nederlands sprintkampioene (100 en 200 meter): ,,Mannen zullen door hun lichaamsbouw altijd beter sprinten dan vrouwen. Dit onderzoek is nergens op gebaseerd. Ze hebben de lijn (progressie in tijden op de olympische 100 meter vanaf 1900, red.) doorgetrokken. Vrouwen hebben meer progressie geboekt, omdat ze later zijn begonnen. In het begin maakten ze grote stappen met behulp van de bestaande kennis en ervaring bij de mannen. Dichter bij de top worden de stapjes kleiner. Ik denk dat mannen op de sprint meer verbeteren dan vrouwen. Het wereldrecord van Florence Griffith (10,49 seconden, bij de mannen liep Tim Montgomery in 2002 9,78, red.) staat sinds 1988. We zitten al zo'n beetje aan de top. De tijden gaan eerder met honderdsten dan met tienden van seconden vooruit.''

Jos de Koning, bewegingswetenschapper aan de Vrije Universiteit in Amsterdam: ,,Dit is onzin. Een schande dat het in Nature (wetenschappelijk tijdschrift, red.) staat. Ik ben het niet eens met het simpelweg doortrekken van de lijn. Ze vergeten te beschouwen welke atleet je nodig hebt om zo'n tijd (de Britten voorspellen in 2156 tijden van 8,079 respectievelijk 8,098 seconde voor vrouwen en mannen, red.) neer te zetten. Ik weet niet waar de grens ligt voor sprinters, maar bij een berekening met enig waarheidsgehalte moet je je afvragen welk vermogen de `motor' van een atleet moet produceren voor dergelijke tijden. Hoe ziet zo'n lijf eruit? De manier waarop dit onderzoek is gedaan, is kinderlijk.''

Peter Verlooy, bondscoach `explosieve nummers': ,,Records verbeteren is altijd mogelijk. Maar een vooruitgang van anderhalf tot twee seconden? Op de sprint gaat het eerder om duizendsten van seconden. Winst valt nog te halen door efficiëntere trainingsmethodes, het vergroten van de belastbaarheid van de sporter en met `biofeedback' achteraf kijken naar wat nodig is voor betere prestaties. Het is niet realistisch dat vrouwen de mannen inhalen. Bij sprinten speelt de hoeveelheid spiermassa een rol en die is bij mannen groter. Ik zie vrouwen de mannen eerder naderen – maar niet inhalen – op de marathon, waar longinhoud een grote rol speelt. Het onderzoek is een simplificering van de werkelijkheid.''

Margo Vliegenthart, oud-staatssecretaris van Sport: ,,Vrouwen zijn dus toch het sterke geslacht, dacht ik toen ik het bericht las. Ik vind het een leuk idee dat dat (vrouwen sneller dan mannen, red.) zou kunnen. Vrouwen halen in elke sector de mannen in. Of het realitisch is, durf ik niet te zeggen. Ik weet niet of de extrapolatie van de tijden wetenschappelijk verantwoord is. De fysieke kracht is minder bij vrouwen. Vanuit dat perspectief is het niet logisch. Er is vooruitgang te boeken door materiaal of (loop)techniek. Maar er is wel een grens aan het menselijk kunnen. Als je kijkt naar hoe vaak wereldrecords op de sprint worden gebroken, zit er niet veel verbetering in.''

Guido Vroemen, sportarts en triatlontrainer: ,,Heel ongeloofwaardig. Dat redden vrouwen nooit op de 100 meter. Mannen hebben veel meer vetvrije spiermassa en kunnen nog meer winst boeken dan vrouwen. Ze herstellen sneller en zijn meer belastbaar. Zwemmen is de enige sport waar vrouwen, op de lange aftsand, een inhaalslag kunnen maken. Vrouwen hebben meer drijfvermogen omdat ze een relatief hoger vetgehalte hebben. En ze kunnen het gebrek aan kracht – veel meer dan bij hardlopen – compenseren met techniek. Op de sprint wordt niet veel winst meer geboekt. Het gaat om honderdsten van seconden. Een tijd van 8 seconde op de 100 meter (45 kilometer per uur, red.)? Dat lijkt me fysiek niet mogelijk. Er zit een bepaalde limiet aan de kracht die spieren kunnen verstouwen. Daarboven scheuren pezen en spieren af.''