Mensen, neuronen en boerenkool met worst 2

Jaap van Heerden maakt in een uiterst heldere uiteenzetting op grond van bevindingen van neurowetenschappers aannemelijk, dat het bestaan van een `menselijk zelf' een dubieuze aanname is. Enkele opmerkingen zoals de aantekening dat Van Heerden ook de auteur is van een columnbundel onder de titel `Wees blij dat het leven geen zin heeft' en zijn observatie dat vrijwel ieder weldenkend mens het eens is met de stelling dat persoonlijke identiteit en zogenaamde vrije wil niet meer betekenen dan het oncontroleerbaar gedrag van een bundel zenuwcellen en bijbehorende moleculen, lijken het overbodig te maken om de auteur opmerkzaam te maken op overigens in het oog springende, hoewel verstrekkende consequenties.

Hooguit zou men zich kunnen afvragen waar de psycholoog Van Heerden het optimisme vandaan haalt dat ieder die even nadenkt het met hem eens is, dan wel het pessimisme om van zoveel mensen te veronderstellen dat ze te dom zijn om het te begrijpen. Gelukkig ziet hij het probleem dat zijn, en mijn, inzichten morele en intellectuele verplichtingen met zich lijken mee te brengen. Al zijn begrippen als verplichting, schuld, boete en vrije wil dan ook filosofische, en voor wat mij betreft literaire verzinsels.

Maar hij stelt een vraag: ,,Maar denkt u dat de hersenfysiologie een nieuw gevoel kan ontdekken, naast de bestaande gevoelens als woede, vebazing en verdriet? Een nieuw gevoel dat we maar hebben te accepteren?'' De formulering wekt de indruk dat de tekst gecorrumpeerd is, omdat elders in het artikel nergens sprake is van een aangesprokene of een vragensteller. Dan wordt de beantwoording van de vraag naar wat de hersenfysiologie in deze ontdekken kan wellicht ook irrelevant, want fysiologie ontdekt natuurlijk geen gevoel.

Maar als de vraag is of de inzichten die de neurofysiologie ons oplevert specifieke emotionele impact heeft op een mens die gewoon zijn neus blijft snuiten als hij verkouden is, dan is die hoogst interessant.