Mensen, neuronen en boerenkool met worst 1

De kop van het artikel van Jaap van Heerden in Opinie & Debat van 25 september `Wij mensen bestaan uitsluitend uit neuronen nou en?' vangt meteen de aandacht vanwege de onjuiste biologische inhoud. Een mens bestaat immers niet alleen uit neuronen maar gelukkig ook uit vele andere typen cellen, zodat we kunnen lopen en spreken en nog veel meer dan alleen maar het denken, waarover het opstel handelt. De inleiding maakt duidelijk dat het over één aspect van de mens gaat, namelijk het veronderstelde `ik'.

Verder lezende bekroop mij het gevoel dat de auteur zich behoorlijk laat meeslepen door de resultaten van de neurofysiologie die beslissingen van `het ik' en gevoelens en emoties kunnen weergeven in gelokaliseerde hersenactiviteit en transmitterproducerende neuronen. Zeker, de neurofysioloog is ongetwijfeld in staat om vast te stellen dat een bepaald gevoel te koppelen is aan de activiteit van neuronen in een bepaald hersengebied. Maar het probleem omkeren en je afvragen of de hersenfysioloog een nieuw gevoel kan ontdekken, is een onderneming die tot mislukken is gedoemd.

De reden daarvoor is eenvoudig: de neurofysioloog werkt en beschrijft zijn resultaten op het niveau van cellen en moleculen. Voor dat werk heeft hij een adequaat begrippenapparaat: transmitters, celmembranen, membraanpotentialen, actiepotentialen etc. en hij kan de activiteit van cellen op dit niveau met moderne technieken zichtbaar maken. Maar een gevoel (honger, woede) laat zich niet adequaat beschrijven met behulp van deze begrippen. Evenmin als stamppot boerenkool met worst adequaat te beschrijven is door vermelding van de koolhydraten, eiwitten, vetten en andere stoffen waaruit die stamppot bestaat.

Arthur R. Peacocke, een Engels biochemicus en tevens Anglicaans priester, geeft in het boekje `Van DNA tot God' een zeer bruikbare indeling van de wetenschappen in vier niveaus: de fysische werkelijkheid, de levende systemen, het gedrag van levende organismen en de menselijke cultuur.

Een chemicus kan de samenstelling van stamppot boerenkool met worst prima weergeven, maar de consument van dezelfde boerenkool zal dit gerecht op een heel andere manier beschrijven, hij gebruikt dan een andere begrippenapparaat om smaak en consistentie weer te geven. Hoe het gerecht vervolgens gegeten wordt valt weer onder een discipline van het derde niveau: beschrijving van gedrag met kauwen en slikken.

Ten slotte zal de econoom met zijn begrippen kunnen beschrijven of het eten van stampot boerenkool met worst binnen het budget van de consument een verantwoorde uitgave is. In alle gevallen gaat het steeds om dezelfde moleculen die de chemicus heeft beschreven, maar het ontbreekt hem aan mogelijkheden om smaak, consumptie en kosten op een zinvolle manier te beschrijven. Zo liggen onder de begrippen die de psycholoog gebruikt wel de neurofysiologisch beschreven activiteiten, maar zijn de begrippen uit de neurofysiologie niet bruikbaar voor de beschrijving van een gevoel. De vraag of de hersenfysioloog een nieuw gevoel kan ontdekken is daarom een overbodige vraag, het antwoord kan immers niet anders dan `nee' zijn. Met de orde in de onderlinge verhouding van de wetenschappen zoals Peacock die aanreikt, kunnen dit soort overbodige vragen gemakkelijk voorkomen worden.