Lege flesjes voor Florida

Maartje Duin ontmoet lieve Republikeinen, die het wel heel vaak met Bush oneens zijn.

Bob en Mary wonen in Detroit, in de buurt van 12 Mile Road. Niet in het echte Detroit – dat begint, zoals we van Eminem weten, vier mijl verderop, bij 8 Mile Road – maar in de suburbs. Ze zijn er in 1967 komen wonen, net voordat de rassenrellen uitbraken die de zogenaamde `white flight' inluidden: het wegtrekken van de blanke middle class uit het stadscentrum. Bob en Mary komen nauwelijks in downtown. ,,De kans dat je auto gestolen wordt, is te groot'', zegt Bob.

Bob en Mary zijn nu een paar jaar met pensioen, maar ik heb nog nooit zulke actieve mensen gezien. Op vrijdagochtend gaat Mary naar aerobics en Bob naar `jazzercise'. Dat is ook een soort aerobics, maar dan op jazz. Hij vindt het niet erg dat hij de enige man is. 's Avonds is hij scheidsrechter voor het softballteam van de middelbare school in de buurt en heeft Mary een vriendin met multiple sclerose te eten.

Op zaterdag smeert Mary boterhammen en tuigt Bob de auto op met blauw-gele vlaggetjes. Dan rijden ze naar de football-wedstrijd van de Universiteit van Michigan in Ann Arbor. Bob heeft daar in de jaren '50 gestudeerd en sindsdien blijft hij komen. Het football-stadion is het grootste van Amerika, er passen 110.000 mensen in. Na afloop vult Mary twee grote vuilniszakken met de lege colaflesjes die onder de banken liggen. Op elk flesje zit 5 cent statiegeld. De opbrengst gaat aan het eind van het football-seizoen naar een goed doel; ze denkt aan de slachtoffers van de orkanen in Florida. Vorig jaar had ze 68 dollar opgehaald.

Op zondag gaan Bob en Mary naar de kerk: de First Congregational Church, een protestantse kerk met een vrijzinnige inslag. Over een paar weken komt er een moslimvrouw over haar geloof praten, ze hadden een keer een uitwisseling gehad met een zwarte zusterkerk en een paar jaar geleden was het onderwerp homoseksualiteit uitgebreid behandeld. Toen was het ook gemakkelijker voor Bob en Mary's dochter, de jongste van de vier, om haar seksuele geaardheid met haar ouders te bespreken.

Dat valt Bob en Mary dan ook tegen van Bush: zijn voorstel om het homohuwelijk met een amendement op de grondwet te verbieden. Gelukkig trad Dick Cheney een paar dagen voor de Republikeinse Conventie met zijn persoonlijke mening naar buiten. Zijn dochter is ook lesbisch: hem kon dat amendement niet zoveel schelen. ,,Dapper van hem'', vonden Bob en Mary.

Er zijn meer dingen waarover Bob en Mary met Bush van mening verschillen. Dat hij het verbod op volautomatische wapens heeft laten verlopen, bijvoorbeeld, vinden ze onbegrijpelijk. Maar dat zal hen niet opeens doen overlopen naar de Democraten. Ze zijn Republikein omdat ze geloven in de eigen verantwoordelijkheid van het individu. En voor John Kerry hebben ze geen goed woord over. ,,Hij heeft het leger verraden toen hij terugkwam uit Vietnam'', zegt Bob. Zelf heeft hij zeven jaar bij de militaire inlichtingendienst gewerkt, in Duitsland, in Arizona en een jaar in Vietnam. ,,Het was een baan, je deed wat er van je gevraagd werd'', zegt hij daarover. Toen hij thuiskwam en de vijandige houding van de vredesactivisten voelde, raakte hij een beetje verbitterd.

Zo kan hij er nu ook slecht tegen als hij ziet hoe de Democraten met modder gooien naar de president. Hoe ze hem een leugenaar noemen. ,,Het is een goede man en hij handelt naar eer en geweten'', zegt Bob.

,,Bob is conservatiever dan ik'', zegt Mary. ,,Als de Democraten op televisie zijn, wil ik ze wel eens horen. Maar Bob zet de televisie uit. Don't confuse me with the facts, zegt hij dan.'' Eigenlijk vinden Bob en Mary het wel lekker dat ze in oktober drie weken op vakantie gaan naar Hongarije en Tsjechië. Zijn ze even van het geschreeuw af. ,,Hoewel, de debatten zou ik wel willen zien'', zegt Mary.