Koekoeksbloem is na twee eeuwen Amerika echt onkruid

De oorspronkelijk Europese avondkoekoeksbloem (Silene latifolia) heeft zich in Amerika in twee eeuwen tijd ontwikkeld tot een onkruid. In competitie-experimenten blijkt de emigrant zijn Europese voorouder nu ook op eigen terrein te verslaan. De veramerikaanste koekoeksbloem groeit harder en plant zich sneller voort. Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) in samenwerking met de Amerikaanse Georgia Southern University (Ecology Letters, sept).

De avondkoekoeksbloem stak in de 18de eeuw als verstekeling aan boord van graanschepen de Atlantische Oceaan over. Op het Amerikaanse continent heeft de plant 17 keer minder belagers (schimmels, bladluizen en rupsen) dan thuis in Europa, waardoor hij relatief vrij spel kreeg. De plant met zijn opmerkelijke witte bloemen is een hardnekkig onkruid op Noord-Amerikaanse en Zuid-Canadese akkers.

De onderzoekers lieten 20 populaties veramerikaanste koekoeksbloemen en even veel Europese varianten met elkaar concurreren op een zanderig proefveldje nabij het NIOO in Heteren. De Noord-Amerikanen hadden in het experiment twee tot drie keer zo veel last van schimmels, bladluizen en zaadetende insecten. Maar dat betekende niet dat ze minder succesvol waren. Doordat de Amerikaanse planten sneller kiemen, eerder bloeien en twee tot drie keer zo veel bloemen en zaden produceren, hielden zij per saldo toch meer kiemkrachtige zaden over dan hun Europese collega's. Door het grotere aantal nakomelingen zouden de Amerikanen de Europeanen uiteindelijk kunnen wegconcurreren.

Met de proef hebben de biologen aangetoond dat de gedaanteverandering van de avondkoekoeksbloem tot woekerend onkruid genetisch is vastgelegd en niet zuiver een gevolg is van eventueel afwijkende omstandigheden op het Amerikaanse continent. De onderzoekers denken dat koekoeksbloemen in Amerika minder energie hoefden te steken in de verdediging tegen roofvijanden. In plaats daarvan konden zij meer investeren in een snellere groei en een verhoogde zaadproductie. Door twee eeuwen natuurlijke selectie zijn die eigenschappen genetisch vastgelegd. De biologen hopen met verder onderzoek een antwoord te vinden op de vraag waarom gewone soorten bij de introductie naar een ander continent plotseling kunnen uitgroeien tot een plaag.