Knetemann weet: het is nooit goed

Onder bondscoach Gerrie Knetemann eindigden de laatste dertien jaar twee Nederlandse profs op het podium van een WK wielrennen. Te vrezen valt dat de teller morgen niet op drie komt.

De wereldkampioen van 1978 had als renner meer succes dan als bondscoach. De Amsterdamse stratenmaker Gerrie Knetemann won op de Duitse Nürburgring met banddikte verschil van de Italiaanse campionissimo Francesco Moser. Huilend stond hij op het podium. Verhalen over omkoping heeft hij altijd ontkend. `De Kneet' was naar zijn zeggen gewoon leper en rapper in de bloedstollende eindsprint.

Zijn familie droomt stilletjes van een tweede regenboogtrui in huize Knetemann; dochter Roxane deed gistermorgen mee aan de WK wegwedstrijd voor junioren. Ze eindigde op een vijfde plaats. Als trotse vader stond Gerrie langs de kant in Verona, op dezelfde plek waar hij morgen als bondscoach van de beroepsrenners voor de veertiende keer een gooi doet naar de wereldtitel.

In de voorgaande dertien afleveringen heeft hij zich tevreden moeten stellen met een zilveren medaille (Steven Rooks in 1992) en een bronzen medaille (Leon van Bon in 1997). Dieptepunt in zijn tweede carrière was het WK in Colombia, waar in 1995 geen enkele Nederlander de wedstrijd uitreed. Knetemann had zich vergist in de zwaarte van het parcours; tijdens de verkenning een jaar eerder had hij een toenmalig bospaadje niet voor een geasfalteerde scherprechter aangezien. Ook toen had hij een excuus. De Nederlandse profs waren niet goed genoeg op het zware terrein. Alleen bij het WK in Zolder in 2002 was sprake van een vlak parcours. Toen won de Italiaanse sprinter Mario Cipollini.

Het collectieve falen van de Nederlandse profs in Colombia werd destijds gecompenseerd door de regenboogtrui van Danny Nelissen, die tijdelijk was teruggekeerd naar de amateurs. De huidige commentator van Eurosport had Knetemann niet nodig om wereldkampioen te worden. Toch is Nelissen vol lof over de bondscoach die hij als prof bij vijf WK's heeft meegemaakt. ,,Gerrie heeft uiteindelijk geen invloed op de prestaties. Wie zou hem moeten vervangen? Hij heeft mensenkennis, hij is een sfeermaker en hij heeft tactisch inzicht. Wat moet je nog meer hebben als bondscoach?''

Een tweede en derde plaats vormen een magere oogst voor een bondscoach van een middelgroot wielerland, dat in de jaren zeventig en tachtig een groot wielerland was. De laatste wereldkampioen bij de profs dateert uit die tijd (Joop Zoetemelk in 1985). In de gouden periode deden de diverse ploegleiders (Piet Liebregts, Peter Post, Jan Raas, Jan Gisbers) om beurten dienst als bondscoach. Met alle roddel en achterklap vandien. De teambazen werden door hun sponsorbelangen beticht van partijdigheid op het WK.

De `onafhankelijke' Knetemann heeft in de loop der jaren ook kritiek gekregen voor zijn selectiebeleid. Volgens renners en ploegleider van TVM had hij een voorkeur voor Raborenners, al was het maar omdat de geldschieter tevens sponsor is van de wielrenunie KNWU, de werkgever van de bondscoach. Door de sponsorstop van TVM en later Farm Frites is Rabobank de enige profploeg in Nederland en rijdt een handvol renners in buitenlandse dienst. Deze `eenlingen' betichten de bondscoach van vriendjespolitiek. Zo wachtte hij lang met het selecteren van Bram Tankink. Dit talent van het Belgische QuickStep reed goed in de Vuelta, maar zou volgens Knetemann in Verona voor zijn Italiaanse ploeggenoot Paolo Bettini kunnen rijden. Het WK is een landenwedstrijd, toch zijn tegenstrijdige sponsorbelangen niet uit te vlakken. Pas toen Tankink in de pers zijn beklag deed, werd hij uitverkoren.

Knetemann: ,,Tankink stond al op mijn lijstje, toen hij onzin begon uit te kramen in de krant. Kan ik er wat aan doen dat de beste renners toevallig bij Rabo rijden? En is het gek dat ik een ploeg rond Boogerd bouw? Hij is de enige die op dit parcours wereldkampioen kan worden. In het verleden had Michael ook wel eens kritiek, omdat hij niet genoeg zeggenschap zou hebben. Het is nooit goed, weet je.''

De optimist Knetemann is pessimistisch over de kansen in Verona. Hij heeft bij de selectieprocedure gegokt op een fitte kopman, maar Boogerd kwam zondag voor de zoveelste keer ten val. De bondscoach: ,,Het ziet er niet florissant uit. Boogerd heeft last van wondkoorts. Hij is helemaal verrot, niet alleen lichamelijk, ook geestelijk.''

Knetemann was van plan twee renners uit te spelen, van wie Erik Dekker dit seizoen de topvorm van de voorbije jaren mist. Deze Raborenner fietst liever op vlakkere wegen. Boogerd boekte bijna altijd goede uitslagen op WK's, maar belandde door pech (lekke band in de finale van het WK in 1998) of door gebrek aan sprintkracht nooit op het erepodium. Moet de bondscoach de `kaart Boogerd' blijven spelen?

Knetemann heeft weinig keus. ,,De spoeling is dun. Wij zouden in Nederland in onze handjes knijpen met een kanjer als Davide Rebellin. In Italië wordt hij niet eens geselecteerd'', verwijst Knetemann naar de tot Argentijn genaturaliseerde winnaar van het drieluik Waalse Pijl, Amstel Goldrace en Luik-Bastenaken-Luik. Rebellin kreeg gisteren te horen dat hij morgen voor zijn tweede vaderland niet in actie mag komen. Hij kon vóór de deadline van de internationale wielrenunie (UCI) niet de vereiste papieren overhandigen.

De andere Nederlanders in de WK-selectie zijn waterdragers die kwaliteit tekortkomen om zich met de buitenlandse top te meten. Sprinter Max van Heeswijk van US Postal is wegens privé-problemen van de fiets gestapt; hij had als matige klimmer ook weinig te zoeken in Verona. Van Heeswijk deed net als Servais Knaven wel mee aan de olympische wegwedstrijd in Athene. Beide uitverkorenen van Knetemann rijden in buitenlandse dienst. Voor het WK worden negen Raborenners gecompleteerd door de knechten Tankink, Gerben Löwik (volgend jaar ook Rabo) en Koos Moerenhout.

Het wachten is op de volgende lichting Nederlands wielertalent. Thomas Dekker, Lars Boom en Koen de Kort zijn veelbelovende renners. Het is de vraag of zij onder de hoede van Knetemann een WK voor profs gaan rijden. Het contract met de bondscoach loopt volgend jaar af. ,,Ik ben slechts een radartje in het voorwaarden scheppende verhaal'', bagatelliseerde Knetemann vorig jaar zijn invloed op het koersverloop. ,,Als anderen het beter kunnen, ben ik de eerste die een stap opzij zet.''