Ik wil onredelijk zijn

Sinds gisteren is de schrijver Richard Klinkhamer weer op vrije voeten. Klinkhamer vertelt over het gevangenisleven, zijn negatieve mensbeeld en de vrouw die hij in 1991 om het leven bracht. `Al naar gelang de misère waarin je verkeert, staat het je vrij je aan andermans goed en eventueel andermans leven te vergrijpen.'

Op een van de terrassen in de Amsterdamse binnenstad zit een oudere man met een hoed op en een doordringende blik. Een glas pils staat voor hem op tafel. Dan stapt een jongere man op hem af, gespierd, stekeltjeshaar. ,,Klinkhamer?'', vraagt hij.

,,Dat klopt, maar als je een smeris bent, praat ik niet met je.''

Het blijkt een fan die al zijn boeken heeft gelezen. Klinkhamer wordt vaker aangesproken op het terras, maar blijft op zijn hoede. De herinneringen aan de gevangenis liggen nog vers in zijn geheugen. ,,Als ik een smeris zie'', zegt hij, ,,komen mijn nekharen overeind.''

In januari 2000 werd Richard Klinkhamer gearresteerd, nadat de nieuwe bewoners van zijn huis bij Finsterwolde bij graafwerkzaamheden in de achtertuin op de botten van zijn vrouw gestuit waren. De schrijver bekende onmiddellijk dat hij haar negen jaar eerder tijdens een ruzie had doodgeslagen en begraven. De zaak werd wereldnieuws, vooral vanwege het feit dat Klinkhamer in de jaren voorafgaand aan zijn arrestatie een roman had geschreven over de verdwijning van zijn vrouw, Woensdag gehaktdag. Dat hij haar zelf vermoord had, was één van de mogelijkheden die hij in het boek opperde. In hoger beroep werd hij veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf. Tweederde van zijn straf zat hij uit, het laatste jaar mocht hij buiten de gevangenis doorbrengen onder elektronisch toezicht. Zijn detentie liep officieel af op 1 oktober.

Het afgelopen jaar moest Klinkhamer drie dagen per week werken in de afwaskeuken van een verzorgingshuis in Amsterdam. Dat hij een woning in de Jordaan betrok bleef niet onopgemerkt. Klinkhamer vertelt: ,,Ik vond een anonieme brief in mijn bus, waarin mij een schep werd aangeboden om een nieuw graf te graven. En er werd een ei tegen mijn raam gegooid. Zoveel achterbakse schijnheiligheid. Je zou bijna terugverlangen naar de vanzelfsprekendheid waarmee criminelen elkaars delicten accepteren. Het bajesvolk is niet erg hoffelijk, maar wel minder hypocriet.''

Nu is hij 67, de onrust die hem zijn leven lang voortdreef lijkt voorbij. Hij is gelukkig, zegt hij. ,,Zelfs de telefoon kan mijn rust niet verstoren, omdat niemand mijn nummer heeft. En de drang naar financiële zekerheid is weggevallen. Dat beheerste vroeger mijn hele leven. Ik heb nu AOW. Mijn eisen zijn beperkt.''

We zitten bij Klinkhamer thuis. De interviewer en de ondervraagde zijn geen onbekenden voor elkaar. Voor de biografie die ik over hem schreef, in april verschenen onder de titel Klinkhamer. Een leven tussen woord en moord, voerde ik verschillende gesprekken met hem.

Ik heb begrepen dat diverse kranten en televisieprogramma's u hebben benaderd voor een gesprek. Waarom heeft u die verzoeken afgewezen?

,,Ik heb afgelopen twintig jaar slechte ervaringen opgedaan met het journaille. Ze komen binnen met een rotsmoes, ze hebben alles van je gelezen en je bent zo'n interessante schrijver. Uiteindelijk blijkt dat ze alleen komen voor de sensatieverhalen. Aan het eind van hun verhaal komt ten gerieve van het brave lezerspubliek de moralistische aap uit de mouw. Dan krijg je nog even een veeg uit de pan.''

Een korte stilte. ,,Als jij mij ook zoiets flikt, dan stuur ik een paar Joegoslaven op je dak.''

Klinkhamer lacht. ,,Ik voel geen behoefte om rekenschap af te leggen'', benadrukt hij, ,,tegenover wie dan ook.''

Waarom praat u dan met mij?

,,Om van het gezeur af te zijn van de journalisten die nog iets uit me willen peuren.''

In het verleden was u maar al te zeer bereid om journalisten te woord te staan.

,,Dat was in de periode dat ik nog bezig was als schrijver mijn naam gevestigd te krijgen. Ik heb nu bewezen dat ik schrijven kan. Het interesseert me niet meer, al die aandacht.''

Heeft u dan nooit op die aandacht gekickt?

,,Natuurlijk, het streelt je ijdelheid. Maar naarmate ik de mensen beter heb leren kennen, is mijn verlangen verdwenen om indruk op hen te maken. Ik veracht het zootje stinkburgers. Schrijven doe je uit geldingsdrang. Ik heb vijf boeken geschreven, één daarvan is in Duitsland een groot succes geweest. Daar ben ik tevreden mee. Al die publiciteit is trouwens gebakken lucht. Dat wordt duidelijk als je een jaartje in een verzorgingshuis werkt. Ik heb daar Ramses Shaffy vaak gezien. Hij heeft altijd in de publieke belangstelling gestaan en nu schuifelt hij in het gezelschap van een rollator zijn resterende levensdagen door.''

Heeft u geschreven omdat u de drang had om te schrijven, of om aandacht te krijgen?

,,In het begin schrijf je omdat je overtuigd bent dat je beter kan schrijven dan de meeste schrijvers die je hebt gelezen. Dan ben je twintig jaar bezig om gelijk te krijgen. Als je zelf wat meegemaakt hebt, dan erger je je aan de onbenullige verhaaltjes die andere schrijvers vertellen. Wat wil je ook: ze zijn zo van school naar de baas gegaan, hebben een beetje met hun pik gespeeld, en dan moet er geschreven worden.''

Waar komt die geldingsdrang vandaan?

,,Uit een vroeg miskend zijn.''

U bent als schrijver nooit doorgebroken.

,,Mijn werk is nogal controversieel. Een goed boek nodigt uit tot empathie en identificatie. Maar hoe wenselijk is identificatie met een criminele auteur? Dat hangt af van de mate van morele onthechting die de lezer zich kan permitteren. Als je niet salonfähig bent, kan ook geen criticus zich lovend over je uitspreken. Tenminste, niet zonder zelf aan repressailles bloot te staan. Nee, ik kom nooit meer in aanmerking voor de Nobelprijs.'' Grinnikend trekt hij een flesje pils open.

Veel mensen zien u alleen als `Klinkhamer de moordenaar'.

,,Voor mijn boeken interesseren ze zich niet, nee. De doorsneeburger heeft geen literatuur nodig, die leest hooguit in de radiobode.''

Uw persoonlijkheid wordt dus gereduceerd tot `de dader'. Vindt u dat onrechtvaardig?

,,Nee hoor, ik begrijp dat wel. Ik vind het geweldig als iemand de honderd meter in acht seconden loopt. Dan is hij sneller dan ik; voor de rest interesseert de persoon me niet. Dat een ander zich niet voor mijn schrijverschap interesseert, begrijp ik dus ook.''

In het rapport dat het Pieter Baan Centrum over u schreef wordt u als een man met narcistische trekken gekarakteriseerd.

,,Narcist zijn we allemaal. Ieder mens is de spil waar alles om draait. Daar kom je achter als je in de kroeg of in de bajes luistert naar de mensen. Het gaat altijd over henzelf, echt geïnteresseerd in een ander zijn ze niet. Als je dat eenmaal doorhebt, dan kun je ermee leven, maar je hoeft zelf niet zo te worden.''

Ik krijg de indruk dat u niemand vertrouwt.

,,Ik ben nooit een mensenvriend geweest. Aan de afgelopen periode van mijn leven heb ik een negatief mensbeeld overgehouden waarvan ik nooit meer hoop te genezen. Dat komt ook door de laatste zogenaamde vrienden die ik heb verloren. Gedurende de drieëneenhalf jaar dat ik vastzat, waren al mijn brieven en verhalen welkom. Het was `beste Klink' en `lieve Richard'. Maar toen ik voor de eerste keer verlof zou krijgen, waren ze allemaal bang dat ik met mijn koffertje op de stoep zou staan. Wat zouden de buren er wel niet van zeggen?''

Hoeveel vrienden heeft u nog over?

,,Niemand.'' Hij lacht. ,,En daar ben ik heel erg blij mee. Het ruimt op. In het verleden heb ik vier keer mijn boekenkast opgeruimd, toen ik mijn schepen achter me moest verbranden. Dan hou je de top van de literatuur over. En zelfs die paar boeken heb ik nu niet meer, want ze zitten in mijn hoofd. Zo gaat het ook met vrienden. Er blijft niets over, een paar herinneringen misschien, en op het laatst verkeer je op eenzame hoogte, in een heldere, frisse lucht.''

Heeft u gedurende de maanden van het elektronisch toezicht geleefd met het idee dat u teruggestuurd zou kunnen worden naar de gevangenis?

,,Ik heb daar over nagedacht. Ook toen er bepaalde zaken aan het licht kwamen met het verschijnen van mijn biografie. [Klinkhamer zou in 1968 bij een liquidatie in een Amsterdamse gokclub betrokken zijn geweest, red.] Maar daar is gelukkig geen werk van gemaakt, door wie dan ook. En als ik in de kroeg ruzie had gekregen en in een vechtpartij betrokken was geraakt, dan was ik teruggestuurd.''

Hoe is het om een enkelbandje te dragen dat registreert waar u bent?

,,Dat enkelbandje stelt niets voor. Het zou alleen pijnlijk zijn als je in de koffer terechtkomt met een vrouw die van niets weet.''

In januari van dit jaar zou Klinkhamer uit eigen werk voorlezen en geïnterviewd worden op de Schrijversschool in Groningen. Na anonieme bedreigingen en protesten besloot justitie dat de lezing niet door kon gaan. Klinkhamer kreeg een spreekverbod opgelegd tot zijn definitieve vrijstelling, 1 oktober.

Van wie kwamen die protesten?

,,Uit Noordoost-Groningen, van de oude buurtbewoners. Ze konden me even een hak zetten, dachten ze. Het was allemaal uit verveling. Voor hetzelfde geld waren ze tegen een pedofiel te hoop gelopen die in de buurt kwam wonen.''

En wat vond u van dat spreekverbod?

,,Ik had de mensheid sowieso niets meer te zeggen.''

Heeft u in de gevangenis vrienden gemaakt?

,,Vrienden niet. Je treft er een paar mensen met wie je kunt praten. Je hebt elkaar nodig, er kan tot op zekere hoogte vertrouwen ontstaan, maar weer in vrijheid worden de verschillen en tegengestelde belangen duidelijk.''

Later herinnert hij zich: ,,Ik heb wel één vriend gehad, een Joegoslaaf. Die had al in diverse gevangenissen gezeten. Hij bezat helemaal niets, zelfs geen horloge. Ik heb hem toen wat geld opgedrongen. Een uitzondering. Meestal word je uitgebuit als je geld kunt missen. Hij is later, na zijn vrijlating, doodgeschoten in Amsterdam.''

Klinkhamer ging in gevangenis Norgerhaven vooral om met Amsterdammers, met name de zwaardere criminelen.

,,Jongens van de gestampte pot'', noemt hij ze. ,,De bankovervallers, de drugsbaronnen, zij vormen de elite. Status is daar heel belangrijk, en die wordt bepaald door de aard van het delict, huidskleur, nationaliteit, solvabiliteit en persoonlijkheid. Ik was geen junk, had AOW en viel niemand lastig om een telefoonkaart of een joint. Bovendien bezat ik een zeker overwicht door mijn leeftijd en mijn achtergrond als oud-legionair en zeeman. Dat werkt mee. Maar echte status groeit binnen de gevangenismuren, die uit zich in de omgang met elkaar. Je kunt nog zo'n superieure oplichter zijn, als je je niet aan een bepaalde code houdt, blijf je een klootzak.''

Als ik Klinkhamer vraag of hij misschien vriendelijk met de bewakers omging, schiet hij overeind, als door een adder gebeten. ,,Praat me niet van de bewakers. Tachtig kilo vlees in uniform. Justitiemedewerkers, van hoog tot laag, zijn in mijn ogen een noodzakelijk kwaad. Als je van nabij meemaakt hoe incompetent ze zijn, moet je wel tot de conclusie komen dat het hun aan talent ontbreekt om elders een carrière op te bouwen.''

Nu bent u onredelijk.

,,Ik wil helemaal niet redelijk overkomen, ik wil gewoon lekker onredelijk tegen de Hermandad aantrappen.''

Aanvankelijk zei u dat gevangenisstraf in uw geval zinloos was. Denkt u daar nog hetzelfde over?

,,Het was voor mij geen straf. Je hebt een droge slaapplaats, regelmatige maaltijden, het is er veiliger dan in de grote stad. Je komt er gezonder uit dan je er in gegaan bent. Het is een soort low-budget hotel, met de deur op slot. Voor een oude man best uit te houden, als hij geen tasjesrover is of kinderneuker. Voor een jongeman die een vriendin heeft of een gezin is het een ramp.

,,Achteraf gezien had ik het niet willen missen. Er opende zich een wereld. Net als het Franse Vreemdelingenlegioen is de bajes een universiteit des levens voor mij geweest. Ik heb daar zoveel rare lui ontmoet dat ik me nu nergens meer over verbaas. Als ik nu in de kroeg een mafketel tegenkom, dan denk ik: jou ken ik ergens van. En ik heb in de bajes een enorme schrijfimpuls gekregen. Woensdag gehaktdag, waar ik in 1992 mee begonnen ben, heb ik verbeterd en voltooid. En ik heb een veertigtal realistische bajesverhalen geschreven, over de mensen die ik daar heb meegemaakt.''

Schrijft u nog steeds?

,,Ik maak kroegnotities. Elke dag zit ik anderhalf uur op het terras of in de kroeg, ik kijk en luister. Het gebral dat ik daar hoor onderscheidt zich nauwelijks van het geleuter in de bajes.''

Denkt u dat `Woensdag gehaktdag' nog eens gepubliceerd zal worden?

,,De Prom zou het dit najaar uitgeven, maar uitgever Jan Oegema zag er toch vanaf omdat hij rekening moest houden, zoals hij mij schreef, met de gevoelens die erover leefden binnen het concern. Ik ga niet met dat manuscript leuren. Het wordt ooit uitgegeven, misschien na mijn dood. Het is mij om het even.''

Ziet u zichzelf nog met een nieuwe vrouw?

,,Dat zal niet meevallen, mijn glanstijd is voorbij. Het zou een geestelijke evenknie moeten zijn. Een vrouw met interesse voor literatuur, milieu en klassieke muziek. En ik ben een man met een stigma. Daarom moet ze onbevooroordeeld zijn.''

Aan de muur in zijn huiskamer hangen kopieën van de omslagen van zijn boeken. En foto's van Hannie, zijn overleden vrouw. Het onderwerp valt niet te negeren. Klinkhamer weigert nog in details te treden over de laatste avond die hij met zijn vrouw doormaakte. Tegenover de politie bekende hij in 2000 dat hij zijn vrouw tijdens een ruzie met een breekijzer meerdere malen op haar hoofd had geslagen. Haar lichaam had hij in een diepe put onder het schuurtje verborgen en bedekt met puin en een laag beton.

,,Hannie is de enige grote liefde in mijn leven geweest'', zegt hij nu. ,,Daar wil ik dagelijks aan herinnerd worden. Afgezien van de tragedie daarna. We zijn tien jaar heel gelukkig geweest, en toen was het voorbij. Als er kinderen waren geweest, zou ze waarschijnlijk nog leven. Ik denk dat er dan een instinct-mechanisme in werking zou zijn getreden.''

Even later noemt hij de dood van zijn vrouw `een ongelukkig incident'.

U beschrijft het nu als een ongeluk, maar u bent veroordeeld voor doodslag.

,,Al naar gelang de misère waarin je verkeert, staat het je vrij je aan andermans goed en eventueel andermans leven te vergrijpen. Dat is een natuurwet.''

Dat gaat heel ver. Iedereen is dus zijn eigen rechter?

,,De mens is de maat van alle dingen.''

Maar dat betekent toch niet dat ieder individu zijn eigen wetten mag bepalen?

,,Op het moment dat het op overleven aankomt wel. Dat is wetenschap. De rest is religie. Het geweten is het product van opvoeding, indoctrinatie en regels. Ingetrechterd, net zolang totdat het spontaan lijkt.''

Klinkhamer steekt een joint op. Even is zijn hoofd in een rookwolk gehuld.

In het Pieter Baan Centrum bent u op grond van uw moeilijke jeugd `enigszins verminderd toerekeningsvatbaar' verklaard. Heeft u het idee dat ze u daar werkelijk doorgrond hebben?

,,Ik was voorbereid. Al dertig jaar geleden heb ik me in de psychologie verdiept, dat was niets nieuws voor mij. Ik wist precies wat ze in het PBC zouden vragen en wat ze verwachtten. Daar heb ik op ingespeeld.''

Dus u heeft de psychologen en psychiaters gemanipuleerd?

,,Nee, ik heb de antwoorden gegeven die ze verwachtten.''

Maar heeft u daarbij ook gelogen? U bezit het vermogen om een fraai verhaal te vertellen. Hoe zit het bijvoorbeeld precies met de koffer die zo'n centrale rol speelt in het rapport van het Pieter Baan Centrum?

(Op de fatale avond dreigde de vrouw van Klinkhamer hem het huis uit te zetten. Ze pakte zijn koffer en begon die met zijn kleren te vullen. Een cruciaal moment, volgens het PBC, want in die koffer zou het `kernconflict' schuilen dat door Klinkhamers hele leven verweven zit: de angst om in de steek gelaten te worden.)

,,Die koffer is fantasie geweest'', zegt Klinkhamer. ,,Maar het paste in het stramien van deze mensen. Zij wilden dat horen. Ik ben ooit in mijn jeugd met een koffertje op de trein gezet, en daar heb ik op voortgeborduurd.''

Is de rest van uw verhaal dan wel waar?

,,Wat er echt gebeurd is, gaat niemand wat aan.''