Hoogtijdagen in de Koude Oorlog

Ernst van der Beugel was in veel opzichten een unieke figuur in het Nederlandse landschap. Hij overleed woensdag, 86 jaar oud. In 1941 aan de Gemeente-universiteit van Amsterdam als econoom afgestudeerd – de oorlog overleefde hij vooral doordat hij als jood met een niet-joods meisje was getrouwd – werd hij, nog geen dertig jaar oud, de rechterhand van dr. H.M. Hirschfeld, die als regeringscommissaris de taak kreeg de Marshallhulp aan Nederland te coördineren. Dat was het begin van een netwerk aan internationale relaties waarvan Van der Beugel lange jaren een middelpunt zou zijn.

In 1952 werd hij directeur-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken en nauwe medewerker van de ministers Beyen en Luns. Hij stond aan de wieg van de Europese integratie.

Toch was hij geen fervente `Europeaan'. Hij gaf eerder prioriteit aan de Atlantische banden. Geestverwanten had hij hierin in minister-president Drees en minister Luns (met wie hij al sinds hun studententijd bevriend was). Zij wisten zijn benoeming tot staatssecretaris, belast met Europese samenwerking, te bewerkstelligen, ondanks bezwaren van zijn eigen partij, de PvdA, in wier ogen hij een `anti-Europeaan' was.

Die functie behield hij ongeveer twee jaar (januari 1957 tot december 1958), omdat na de val van het laatste kabinet-Drees de PvdA niet in de regering terugkeerde. Van der Beugel ging toen over naar de KLM, waarvan hij in 1961 president-directeur werd. Dit werd geen succes. Na twee jaar trad hij weer af.

Ook aan de wetenschap wijdde hij zich: in 1966 promoveerde hij in Rotterdam. Kort daarop volgde een buitengewoon hoogleraarschap in Leiden. Hier bracht hij zijn studenten vooral in kennis met de praktijk van de internationale politiek.

Intussen was hij secretaris-generaal van prins Bernhards Bilderberg-conferenties geworden. Opnieuw bewoog hij zich hier als een vis in het internationale water. Zijn kring aan buitenlandse vrienden breidde zich aanzienlijk uit. De bekendste van hen was wel Henry Kissinger, die ook een woord vooraf in zijn proefschrift schreef. Maar het waren niet alleen Amerikanen die hij tot zijn vrienden kon rekenen, ook Britten en Duitsers.

In 1965 was hij de geestelijke vader van de `brief van de 35', een open brief aan de regering waarschuwende voor toegeven aan de Europese conceptie van president de Gaulle. Het was ook omstreeks die tijd dat hij zijn lidmaatschap van de PvdA opzegde, omdat hij zich niet kon verenigen met de koers die de partij, onder invloed van Nieuw Links, had ingezet.

Van der Beugels hoogtijdagen waren die van de Koude Oorlog. Zolang Nederland daarin onverbloemd partij trok, was zijn invloed groot. Onvermijdelijk werd die in de loop der jaren kleiner. De generatie die verantwoordelijk was geweest voor de naoorlogse nationale en internationale opbouw, stierf langzamerhand uit. Het Amerika van Bush was hem vreemd. Zijn laatste jaren waren dan ook niet zonder tragiek.

Maar lang nog bleef hij voor zijn overgebleven vrienden een raadsman, die de gave bezat de kern van elk hem voorgelegd probleem onmiddellijk te zien, en voor een latere generatie van historici een bron van kennis en wetenswaardigheden. Zo heeft hij ook in dit opzicht het land gediend.