Hollandse jongens

Dezer dagen beginnen in de Noord-Afghaanse provincie Baghlan een kleine 175 Nederlandse militairen in NAVO-verband patrouilles te lopen ter voorbereiding van de presidentsverkiezingen van 9 oktober, de eerste vrije verkiezingen in Afghanistan sinds de val van de Talibaan. Het verdrijven van de Talibaan leek drie jaar geleden een logische en verdedigbare stap in de War on Terror, die door Bush was afgekondigd. Zo kort na de schrik van 11 september stond de hele wereld pal achter de Amerikaanse president. Afghanistan bood al jaren onderdak aan de trainingskampen van het terreurnetwerk Al-Qaeda en aan het Talibaan-bewind was ook niet veel verloren.

Inmiddels zijn we drie jaar en een andere oorlog verder en aanzienlijk sadder and wiser. In Irak hebben de Amerikanen ons bedrogen. Er was geen aanleiding voor de oorlog, de Irakezen zijn ons niet dankbaar en het blijkt een helse klus om een functionerende democratie op te bouwen. En intussen gaan de terreuraanslagen gewoon door, overal ter wereld.

Maar hoe staat het intussen in Afghanistan met de 'nation building'? Nou, niet zo best, blijkt uit de reportage over de bloeiende papavervelden die zich de afgelopen drie jaar over het hele land hebben uitgebreid. Karzai zal volgende week wel herkozen worden, maar buiten Kabul is hij zijn leven niet zeker. 'Wie een rol wil spelen in de Afghaanse politiek, móet betrokken zijn bij de handel in narcotica', zegt een kenner in Kabul tegen Antoinette de Jong en Robert Knoth, die voor M twee maanden door het grensgebied van Afghanistan, Pakistan en Tadzjikistan reisden. De macht van de krijgsheren is onbeperkt.

En die Nederlandse militairen? Toen ze vorige maand naar Afghanistan vertrokken, zei een Nederlandse commandant trots tegen een verslaggever dat hij al een afspraak had met de gouverneur van Baghlan. Je kunt een glimlach nauwelijks onderdrukken.