Het geluid van de hik

Voor hetzelfde geld had de Hongaarse debuutfilm Hukkle (spreek uit Hoeklèh) `Ayha', `Vacca' of `Hucca' geheten. Pardon? Hukkle dus. Op het Filmfestival Rotterdam van 2003 (en al ietsje eerder op sommige andere internationale filmfestivals) dook opeens een maffe Hongaarse film op, met een onbegrijpelijke titel. Een film met hoofdrollen voor bijen in close-up, slome slangen, gemeen zoemende wespen op de rand van een kraag, een oude man, een varken en wat gemene boerenwijfies. Er werd geen woord in gesproken, maar verder was-ie oorverdovend; een symfonie van rammelende melkbussen, krakende deuren, schuifelende voeten in het gras. Er gebeurde niet veel anders in dan gewoonlijk op een dag in het plattelandsleven: de kat krijgt eten, de kat gaat dood, de politieman piest in de berm, de mensen vieren feest en er wordt een moord gepleegd. En ondertussen zit een oude boer voor zijn huisje en heeft de hik. Hik. Hik na hik. Zo'n stevige, verstikkende hik die in het Hongaars als `hukkle' klinkt.

Op het commentaarkanaal van de dvd die nu van deze film is verschenen, vertellen, verklappen kun je beter zeggen, regisseur György Pálfi (1974) en zijn cameraman dat `hukkle' in het Hongaars misschien wel het meeste lijkt op het geluid van de hik, maar dat ze de om juiste hik-klank te krijgen met heel andere lettercombinaties hebben geëxperimenteerd. `Vacca' bijvoorbeeld, en `hucca'. En uiteindelijk zegt de acteur, die ze liefkozend met `oompje Bandi Ferri' aanduiden `ayha'. Niks te `hukkle' dus.

Het commentaarkanaal is een genot. De film, die bij tijd en wijle nog het meeste op een associatieve natuurdocumentaire lijkt, met zijn fascinatie voor kruipende wezens, blijkt een en al berekening en special effects. Al kwam de computer er weinig aan te pas. Hukkle is daarom vooral een ode aan inventief en traditioneel filmmaken: kijk eens wat je allemaal met perspectief, spiegels en speciale lenzen kunt doen, juichen de twee jonge filmmakers op de audiotrack. De al bekende kikker-, vogel- en vissenoogperspectieven worden aangevuld met het `onder in de waterputperspectief', het `bakje-aardappelprutperspectief' en het `vissendarmenperspectief'. Deze film is verheven en aards tegelijk. Het is mooi als een debuut er ook werkelijk uit kan zien alsof het niet alleen de film met al zijn mogelijkheden ontdekt, maar alsof het ook werkelijk de eerste film is ooit gemaakt: verrassend, ongewoon, geestig en vol nieuwe oude beelden.

De minieme plot biedt nog wel wat ruimte voor bespiegeling. Zoveel banaliteiten worden al snel een metafoor voor filosofische vraagstukken over leven en dood. En er is nog dat lijk natuurlijk. Dus ook de liefhebbers van een gewone whodunnit komen aan hun trekken.

Hukkle

Film:

Extra's: