Gruizige vervorming

De nieuwe Tom Waits heeft trekjes van een gezinsactiviteit. Als vanouds deelt Waits de schrijf- en productie-credits met echtgenote Kathleen Brennan en nu is zoonlief Casey ook nog ingeschakeld: op drums, percussie en, in opener `Top Of The Hill', op draaitafels. Dat lijkt misschien een vreemde zet, die draaitafels: Waits in de hiphopmix? Maar de schurende geluiden die Casey eraan ontleent, passen naadloos in de wereld van Waits, die immers vergeven is van de vermolmde klanken. Niet voor niets is een van zijn favoriete instrumenten de chamberlain, een verre en gretig vervormende voorloper van de sampler.

Anders dan Alice en Blood Money, het twee jaar geleden verschenen tweeluik, is Real Gone nogal kleinschalig van opzet. De kern van de begeleiders bestaat uit bassist Larry Taylor, drummer Brain Mantia en gitarist Marc Ribot, weer terug nadat hij Waits in de jaren tachtig al regelmatig bijstond. De piano, het instrument waaraan Waits in zijn eerste incarnatie als singer-sonwriter annex bluesy barvlieg leek vastgekleefd, schittert op deze plaat door afwezigheid. Zo'n ding kun je kennelijk niet vuig genoeg laten klinken voor wat Waits wil uitdrukken.

Deze beperkte bezetting leidt nog tot een behoorlijk complex klankbeeld. Zoals in `Shake It', dat lijkt op een stapeling van steeds wisselende vervormde lagen. Ribot is een belangrijke steunpilaar: tussen de dreiging die Waits met zijn grofgeschuurde kolengraversstem legt in het allerimponerendste `Hoist That Rag' komt zijn stekelige solo als een welkome opluchting en in `Sins Of My Father' is hij een belangrijk, sfeerbepalend element. Maar dat zo'n nummer de volle tien en een halve minuut bloedspannend blijft, is vooral de verdienste van Waits zelf. Het kreupele huppelritme klinkt vertrouwd voor de Waits-vorser, van veel melodieuze of harmonieuze ontwikkeling kun je niet spreken, maar toch: Waits houdt je bij de les.

Zijn muziek lijkt van alle tijden. Om allerlei redenen, waarvan die constante neiging tot vergruizende vervorming niet de minste lijkt. Die werkt als een soort patina, waaronder minstens een eeuw Amerikaanse volksmuziek in al haar facetten doorklinkt. Het is het muzikale equivalent van Carnivàle, de met bovennatuurlijke invloeden bezwangerde HBO-televisieserie over een rondreizend kermisgezelschap uit de jaren dertig.

De wereld van Tom Waits is kleurrijk en gitzwart tegelijkertijd. Dat maakt hem tot een uiterst boeiend figuur in het hedendaagse poplandschap. Toch bevrijdt ook veelvuldige beluistering van Real Gone ons niet van de cynische gedachte: dit is dus wel de Tom Waits zoals we die vanaf pakweg Swordfishtrombones, dus sinds 1983, uitgebreid hebben leren kennen. Heel veel nieuws heeft hij aan zijn zelfgeschapen idioom niet toe te voegen, maar het is net genoeg voor weer een bloedmooie plaat.

Real Gone

(Anti)****