Globalisering is de vader van extreem nationalisme en bedreigt democratie

,,De Derde Wereld is overal'', niet alleen in Afrika en Azië maar ook in Europa. Het is niet de val van de Sovjet-Unie geweest die een nieuw tijdperk heeft ingeluid, maar het wegvallen van het onderscheid tussen de Eerste, Tweede en Derde Wereld. In het Duitse weekblad Die Zeit betoogt de Oost-Duitse auteur Chistoph Hein dat dit komt door de globalisering van de economie. Dat betekent dat ondernemingen arbeid en kapitaal overhevelen van het ene land naar het andere. Nationale staten hebben daar geen vat op, en kunnen nauwelijks of geen belasting heffen op wat deze ondernemingen verdienen. Maar omdat dit nu juist het bestaansrecht is van iedere staat ondergraaft globalisering de basis van de natiestaat. En dat, zo voorziet de auteur, leidt tot terugkeer van extreme vormen van nationalisme. In die zin vormt globalisering een rechtstreekse bedreiging van de democratie. Als voorbeeld noemt hij de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern, het armste gebied van Oost-Duitsland waar in een stad als Anklam de helft van de werkende bevolking werkloos is. Er zullen, zo voorspelt de auteur, steeds meer arbeidsplaatsen uit Europa verdwijnen, zodat het onmogelijk wordt een degelijk netwerk van sociale voorzieningen te betalen. En wat de overheid en de bonden ook doen om het tij te keren, het bedrijfsleven zal de productie verplaatsen naar landen als China, India of Vietnam. In Saigon, zo weet de auteur, ,,betalen Europese werkgevers een uurloon van 6,5 eurocent''.

De ellende in Oost-Duitsland neemt niet weg dat de wereldeconomie er globaal genomen goed voor staat. Maar het is de vraag, schrijft het Britse weekblad The Economist, of de groei in hetzelfde tempo kan blijven doorgaan. Volgens het blad is het niet de olieprijs die de meeste zorgen baart, maar de schulden van de Amerikanen. Daarbij komt dat de Amerikanen slechts 1 procent van het beschikbare inkomen sparen, terwijl de Europeanen 10 procent opzij leggen. Uit onderzoek blijkt dat de Amerikaanse consument meestal afziet van sparen omdat hij uit gaat van het geloofsartikel dat de waarde van zijn huis en zijn aandelen minstens 10 procent zal stijgen. ,,Totaal onrealistisch'', constateert het blad droog. Het is veel waarschijnlijker – en dat is het derde risico dat de groei bedreigt – dat de huizenprijzen op mondiale schaal in elkaar storten. Want nog nooit zijn de huizenprijzen zo snel gestegen in zoveel landen, schrijft het blad.

Het vierde risico voor de groei van de economie is volgens het blad de explosieve groei in China van 10 procent per jaar. De betekenis van de Chinese economie blijkt het best uit het feit dat China voor het eerst in de geschiedenis is uitgenodigd voor een vergadering van de G7, de rijkste economieën van de wereld. Gemeten naar koopkracht is China momenteel de op een na grootste economie ter wereld. Het land heeft de afgelopen drie jaar eenderde van de economische groei voor zijn rekening genomen. Dat is meer dan het Amerikaanse aandeel in de groei. Maar, schrijft het blad geruststellend, de Chinese groei is alleen op korte termijn een risico. Op de lange termijn zal China een krachtige aanjager van de wereldeconomie blijven.

En om die woorden kracht bij te zetten publiceert het blad deze week ook een special over China, in het bijzonder over de relatie tussen de groei in het land en de schulden van de Amerikanen. Immers, de Chinezen hebben een groot deel van hun reserves in buitenlandse valuta's ter waarde van 480 miljard dollar belegd in Amerikaanse staatsobligaties. Het komt er op neer, concludeert het blad, dat de Chinezen dollars kopen om het de Amerikanen mogelijk te maken de Chinese exportproducten te blijven afnemen.

Het Amerikaanse weekblad Barron's meent dat het afhankelijk zijn van derden die steeds opnieuw bereid zijn leningen aan Amerika te verstrekken niet zo'n ramp is. Erger is dat het herstel van de economie lelijk tegenvalt. Week na week blijkt dat de werkloosheidscijfers hoger uitvallen dan de Wall Street-economen voorspellen. En dat komt, zegt het blad, doordat het Amerikaanse bedrijfsleven het herstel niet vertrouwt en daarom investeringen achterwege laat.

De Chinezen moeten nog wel wennen aan hun rol in de globalisering. Want, schrijft het Duitse weekblad Wirtschaftswoche, ,,Duitsland heeft met grote Chinese investeringen geen geluk gehad''. Het ene na het andere bedrijf dat in handen kwam van ,,de kapitalisten uit de Chinese Volksrepubliek'' gaat op de fles of staat dik in het rood, zoals bijvoorbeeld vliegtuigbouwer Fairchild-Dornier in Oberpfaffenhofen of Schneider Electronics in Beieren. De Chinezen kopen graag producenten van bekende merken. Ze doen ook wel hun best, meent het blad, maar het probleem is dat ze te vaak noodlijdende bedrijven kopen. ,,Zo ontstaat de tegenstrijdige situatie'', concludeert het blad, ,,dat de Chinezen proberen Duitse arbeidsplaatsen te behouden, terwijl talloze Duitse bedrijven arbeidsplaatsen overhevelen naar China.''