Gehaaid handelen

Het computerspel `Miniconomy' bootst een economie na. Scholieren maken er kennis met handelen op de beurs, het opzetten van een bedrijfje en zelfs verkiezingen.

Het is dinsdagmiddag 13.00 uur. Tijd voor het keuzevak Management & Organisatie (voorheen Economie 2, ofwel handelsrekenen) op Rijksscholengemeenschap Pantarijn in Wageningen. Zodra de 5-vwo-ers het klaslokaal binnenkomen, vallen ze op een stoel achter één van de computers en surfen naar de `Eurodam Exchange Index' om te zien hoe hun aandelen ervoor staan. Peter (17 jaar, profiel Economie & Maatschappij): ``Ik ga even twee aandelen `Kronadax' kopen. Die stonden eerst heel hoog, maar nu staan ze heel laag. Dus dit is het goede moment om te kopen, want ik verwacht dat ze weer zullen stijgen.''

Kronadax is één van de bedrijven in de virtuele wereld van `Miniconomy'. Dit is, zoals de makers zelf zeggen `de eerste Nederlandstalige online game waarin een economie wordt nagebootst'. Circa 3.000 mensen (meest jongeren) loggen dagelijks een paar keer in op www.miniconomy.nl om hun zaakjes op orde te houden in Cyberië, het fictieve land waarin handelsrelaties, criminaliteit, politiek en sociaal leven iedere vier weken – zo lang duurt een spelronde – weer opbloeien.

De makers van Miniconomy zijn twee broers: Wouter en Mark Leenards. Wouter (23, gebleekte jeans, oranje overhemd) studeert Informatica aan de Vrije Universiteit (6e jaars), Mark (21, donkerblauw streepjespak, lila overhemd) studeert Financial Services Management aan de Hogeschool Inholland. Wouter is de prater, Mark luistert en vult af en toe wat aan. Wouter: ``Echte spelletjes-fanaten zijn wij niet, maar als kind al simuleerden wij graag dingen. Wij speelden geen Indiaantje, maar bankje en winkeltje. Wat ons op internet geïnspireerd heeft is een spel als `settlers' waarin je een samenleving leidt. Maar ook dat gaat meer richting een oorlogsspel, net als 90% van de spellen, en daar houden wij niet van. Dus zijn we zelf iets gaan ontwerpen: een realistisch handelsspel.''

Wouter en Mark begonnen simpel met virtuele winkeltjes en een paar samenhangende producten. Daarvoor zetten ze hele productieschema's op: om hout te kunnen verkopen heb je bomen nodig, maar ook een zaag en om een zaag te produceren heb je weer ijzererts nodig. Doel van het spel: zoveel mogelijk geld verdienen. Begin 2001 probeerden ze op internet hun spel negen dagen uit met een kleine vijftig vrienden. Aan het einde van die negen dagen was het aantal spelers vertienvoudigd tot 500. ``Toen wisten we dat we iets hadden wat meer mensen leuk vonden'', zegt Mark.

De broers breidden het spel steeds verder uit en namen ook ideeën van spelers over. Wouter: ``Spelers wilden een stem hebben en gingen politieke partijen oprichten. Dat hebben we opgepikt. We hebben verkiezingen geïntroduceerd waarin parlementariërs gekozen kunnen worden die de wetten in het spel bepalen.'' De nieuwste ontwikkeling is dat het spel nu ook in klassikaal verband kan worden gespeeld. Met subsidie vanuit de Stimuleringsregeling Digitale Pioniers hebben Wouter en Mark een managementmodule ontwikkeld waarmee docenten leerlingenaccounts kunnen aanmaken en de verrichtingen kunnen volgen van hun leerlingen – die allemaal individueel meespelen. Mark Loosschilder van het Pantarijn is één van de docenten die het spel deze maand heeft uitgeprobeerd. ``Zowel havisten als vwo-ers vinden het leuk. Ze leren spelenderwijs de betekenis van de bedrijfseconomische begrippen die ze in hun boeken terugzien. Het competitieve element werkt vanuit didactisch oogpunt ook erg goed.''

Loosschilder ziet nog een andere verdienste van het spel: ``Leerlingen lezen over het algemeen niet graag, maar in dit spel zijn ze in het nadeel als ze niet lezen. Dan missen ze wezenlijke informatie die van invloed is op het spel, net als in het echte leven. Dus hier lezen ze wél.'' Bijvoorbeeld de wetboeken en het dagblad `De Miniconomist' dat voor het grootste gedeelte gevuld wordt door Mark Leenards, maar waaraan spelers ook een bijdrage kunnen leveren.

Aardig detail is dat spelers ook criminele activiteiten kunnen ontplooien. Er spelen zich ware afrekeningstaferelen af met moord en doodslag. Maar voor scholieren is die mogelijkheid vanuit educatief oogpunt geschrapt. ``Nou'', zegt Nine (16, profiel Economie & Maatschappij), ``soms druk je op de verkeerde knop en dan steel je per ongeluk iets''. Maar ook dat heeft een opvoedende reden zo blijkt: ``Je wordt heel vaak betrapt en dan krijg je een boete.''

Overigens zijn het veelal de jongens in de klas die als eerste de grenzen van het spel gaan opzoeken en stoer vertellen over hoeveel winst ze hebben gemaakt door `farming'. Daarbij maken ze thuis een tweede account aan (op een ander netwerk dan dat van school) waardoor ze een lucratief handeltje kunnen opzetten met hun schoolaccount en met hun vrienden (goederen onder de marktwaarde verkopen, bijvoorbeeld). Maar ook dat is een illegale activiteit die zwaar beboet wordt.

Nine zit samen met Sjaak (16, profiel Natuur & Techniek) achter de computer. Allebei checken ze even hoe het met hun winkeltjes gaat. Nine verkoopt computerchips in `Het Goedkoopje' en Sjaak doet hetzelfde in `The Cheap Shop'. Nine vindt het spel ``wel goed opgezet'', maar niet echt leuk om te doen. ``Het kost heel veel tijd om het goed te doen. In het begin deed ik maar wat. Ik heb bijvoorbeeld heel goedkoop grond gekocht maar achteraf bleek dat ik op die plek geen winkel mag bouwen. Ik kan er dus niks mee. Maar ja, er zijn altijd wel een paar sukkels die dat ook niet weten, dus ik kan het wel weer verkopen.''

Sjaak heeft er meer lol in. Hij kijkt iedere dag wel even hoe het met zijn handeltje gaat, en dat geldt voor de meeste jongens in de klas. Miniconomy is duidelijk `a man's world'. Negen van de tien spelers zijn man. ``Logisch'', zegt Wouter Leenards. ``Het gaat om geld en macht en om winnen. Dat zijn mannendingen.''

www.miniconomy.nl