De vallei van de Canaudonne

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Frankrijk, in de Haute Gironde.

De druiven, gedrongen paarse kralen, hangen in zware trossen onder het frommelige wijnblad uit. Niet diep maar breeduit groeien de kniehoge wijnboompjes, want ze worden meevoerd door tussen steunpaaltjes gespannen ijzerdraad. Ruige natuur is in deze streek niet voorhanden en in klassieke veldwegjes voorziet de wijnboer niet.

Ach, wat maakt het uit. De wind suizelt achter mijn oren, zon leunt op mijn wenkbrauwen. Het is niet koud, nog lang niet, maar de zomer laat zich nakijken. De ronde kruinen van de loofbomen verkleuren en grond en gras en braamheg ruiken gekruid want ze beginnen stiekem te dorren. En die wijnstokken (hoezo `stokken'? het zijn stammetjes), die spelen soldaatje maar ze menen het niet zo streng. Ze groeien in rechte rijen maar ze doen dat op weinig serieuze slagvelden, die in allerlei hoeken ten opzichte van elkaar liggen, schuins, schuinser, schuinst. Ze kruipen dwars en haaks tegen de hellingen op. Ze strekken zich zigzag uit over de bodem van het dal. En wij passeren ze, de een na de ander, onder een hemel die zijn dunne blauw accentueert met witdonzen mofjes.

`503ME Garcia Rayet' definieert een etiket een druivenstruikenveld. Het volgende heet `490DV', met dezelfde aanduiding, `Garcia Rayet'. Wat dat betekent? Dat betekent zaken doen. `Vente directe' lokken de borden aan de poorten van de herenboerderijen die op zijn minst zijn opgetuigd met een toren en een indrukwekkende oprijlaan. Al gaat de architecturale overkill hier minder ver dan op de andere oever van de Dordogne rondom het klinker-keitjesdorp St.-Emilion, ook de klant die hier wijn koopt krijgt de kick van een wijnkasteel er sowieso bij geleverd.

In de wijndorpen is het veeltalig druk, maar niemand wandelt hier en dat verbaast me. Afgezien van de stille charme van de druivenakkers tussen rijtjes bolle bomen is het comfortabel lopen over dit ouwelijk asfalt met vlekken en putjes en barsten. Een pluimpje rook verwaait in de diepte, een vergeeld gehucht soest ernaast. Een kraai krast, een ezel balkt terug en in de verte knettert een brommer.

Nu en dan passeert er een landbouwvoertuig, heel soms een auto. Zoals nu. Hij stopt, een man met zorgelijke ogen leunt naar buiten: ,,Avez-vous vu un pointer? Un chien blanc?''

Nee, die hebben we niet gezien. Even later stopt er weer een auto, met vier mensen plus een zwartwitte jachthond. Allemaal zoeken ze naar die ene verdwenen witte, die een jonkie blijkt te zijn. We noteren een telefoonnummer en kijken uit. We zien het beestje niet.

Maar het komt goed. Dat moet.

13 km. Route 9 uit `Guide Franck nr 58, Bordelais 1'

van A. Framarin en J.Y. Rossignol.

Begin en eind van het circuit

in het dorp Génissac.