De republikeinse lawaaimachine

De conservatieve propagandamachine draait in de heftige verkiezingsstrijd in de Verenigde Staten op volle toeren.

De Amerikaanse media zijn behoorlijk naar rechts opgeschoven. Hoe talkradio en Fox TV de Amerikaanse journalistiek hebben opgeblazen.

Als John Kerry de verkiezingen verliest, dan is dat in augustus gebeurd. Dat was de algemeen aanvaarde wijsheid toen de Republikeinse conventie in New York begin september George W. Bush aanwees als de man die zichzelf moest opvolgen in het Witte Huis. Bush' campagne was uitstekend georganiseerd, maar het was zo ver niet gekomen zonder de goed getimede afbraak van het alternatief: John Kerry.

Dat was het werk van een groepje dat zich 'Swiftboat Veterans for Truth' noemde. Deze Vietnam-veteranen bestreden Kerry's lezing van zijn rol in die andere ongelukkige oorlog met middelen waar de Democraat niet van terug had. De waarschijnlijk nauw met de Bush-campagne gecoördineerde actie ter ondermijning van Kerry stoelde op genadeloze tv-reclames, de 24 uurs-tv-zender Fox News, honderden praatradiostations, een boek en de conservatieve aanvalspers die de onbewezen beschuldigingen zo vaak herhaalden dat de 'gewone' pers er geloof aan ging hechten.

Die mediaslagkracht hebben de conservatieven niet altijd gehad. Lang klaagden zij over de linkse dominantie in de media. Maar er is veel veranderd in tien, twintig jaar. Dat wilde een aantal kopstukken uit deze revolutie wel erkennen op een bijeenkomst in de Time-Life-wolkenkrabber in Manhattan. Hier bestuurt men belangrijke media als CNN, Time, Fortune, filmkanaal hbo, honderden bladen en uitgeverijen. Op een verdieping halverwege tussen hemel en aarde zijn succesauteurs bijeen ter gelegenheid van de Republikeinse conventie.

Een van de schrijvers met een goed verkopend nieuw boek op zijn naam is John Podhoretz. Hij is columnist bij het conservatieve tabloid The New York Post en schrijver van het recente 'Bush Country; how Dubya became a Great President while driving Liberals Insane'. Eerder publiceerde hij 'Hell of a Ride', over zijn jaren in het Witte Huis van Bush-senior.

Linkse intellectuelen

Johns vader Norman Podhoretz is een van de geestelijke vaders van de neoconservatieve beweging. Hij publiceerde onlangs een lijvig essay in het blad 'Commentary' dat Amerika's huidige strijd tegen het islamitisch fundamentalisme beschreef als 'De Vierde Wereldoorlog'. De Koude Oorlog geldt als de derde.

Vader Podhoretz besteedde bijna een heel leven aan het breken met de linkse intellectuelen in New York met wie hij opgroeide. Voor John is die breuk een voldongen feit. Hij is lid van de groeiende familie (neo)conservatieve journalisten, schrijvers en omroepers die het Amerikaanse medialandschap de afgelopen twintig, dertig jaar hebben veroverd en radicaal van aanzien hebben veranderd.

Een mengeling van opluchting en triomf is Podhoretz en zijn mede-auteurs boven in het Time-Life-gebouw aan te zien. Hun bijeenkomst is getiteld 'Books done Right', vrij vertaald: succes met rechtse boeken. Podhoretz haalt de herinnering graag op: 'De grote uitgeverijen publiceerden 25 jaar de argumenten van links. Wij hadden niets. Toen ik als student op de Universiteit van Chicago m'n eerste blaadje oprichtte, moest ik per pagina afrekenen met de drukker. Wij hebben een oorlog moeten voeren om onze conservatieve opvattingen te kunnen uitdragen.'

De aanwezige conservatieve auteurs hebben nog verse herinneringen aan de tijd waarin zij voor hun gevoel in de illegaliteit moesten leven. L. Brent Bozell III, schijver over de linkse vooroordelen van de Amerikaanse pers en oprichter van het Media Research Center (www.mrc.org), zei: 'In het begin voelde ik mij als een christen in Rome, die alleen in de schemering over straat kon.'

Die tijd is voorbij. Conservatieve schrijvers en tv-bekendheden als Ann Coulter (Treason), Bill O'Reilly (Who is Looking out for You?), Sean Hannity (Deliver Us from Evil: Defeating Terrorism, Despotism and Liberalism) en Christopher Andersen (American Evita - Hillary Clinton's Path to Power) doen goede zaken.

'Unfit for Commando: Swiftboat Veterans Speak Out against John Kerry', het boek dat John Kerry in augustus beroofde van zijn status als Vietnam-held én hem zijn theoretische voorsprong in de verkiezingsrace ontnam, is geschreven door twee betrekkelijke nieuwkomers in de conservatieve schrijfarena. John O'Neill is advocaat in Houston; de regering-Nixon moedigde hem in 1971 al aan tegen de kritische Vietnam-veteraan John Kerry te getuigen. Zijn co-auteur James Corsi schrijft op conservatieve websites dat de meeste Democraten communisten zijn.

Deze auteurs zijn lid van een revolutionaire beweging. In New York voelen zij zich in de minderheid, maar, zoals John Podhoretz zijn vrienden van buiten de stad geruststelt: 'In Manhattan is 20 procent van de 1,6 miljoen inwoners conservatief. Dat zijn er nog steeds 320.000, maar zij voelen zich alleen. Gelukkig heeft AM talkradio hen bevrijd. Onze boeken reiken hun vervolgens de argumenten aan waar zij bij de koffiemachine behoefte aan hebben.'

Praatradiomannen

Praatradio op de middengolf is misschien de opvallendste ontwikkeling in het Amerikaanse medialandschap. Waar je komt of waar je rijdt, je hoort overal zenders waarop rap pratende mannen - Melanie Morgan in San Francisco is een uitzondering - uitleggen dat het een schande is. Tijdens de acht Clinton-jaren was het persoonlijke leven van de president een oneindige bron van opwinding. Hillary werkt nog steeds als een rode lap op een stier.

Een flink deel van de 'schandalen' rond de Clintons bleken op weinig of niets gebaseerd. Dat vertelden de praatradiomannen meestal niet. Zij hadden jaren werk aan het verspreiden van de beschuldigingen over dubieuze onroerend-goed-transacties in Arkansas en de (zelf)moord op Witte Huis-medewerker Vince Foster. Dat Clintons escapades soms wel waar bleken, maakte de rest alleen maar geloofwaardiger.

Een peiling in 2003 van onderzoeksbureau Gallup wees uit dat 31 procent van de Amerikanen hun nieuws één of enkele keren per week van talkradio halen. Het is een verschijnsel dat niet alleen kranten en andere lokale omroepen klanten kost, het heeft ook de regels van de journalistiek grondig overhoop gehaald. Volgens de oude normen ís het geen journalistiek. Maar de klassieke journalistiek is in de verdediging gedrukt door de populariteit van het schreeuwradio-fenomeen.

Over heel Amerika zijn intussen meer dan duizend van deze zenders waarop alleen wordt gepraat. Behalve weer en verkeer is er geen nieuws in de gebruikelijke zin. En ook geen hoor en wederhoor. 'Deskundigen' worden niet uitgenodigd. Correspondenten zijn er niet. De gastheren hebben een strijdbaar conservatieve visie. Zijn er dan geen progressieve of neutrale gastheren? Nee, vrijwel niet. Luisteraars mogen opbellen, maar zij dienen alleen maar als kanonnenvoer.

Zoals Bill Handle, spreekstalmeester van de ochtendspits in Los Angeles (kfi640 am Radio) me in zijn kleine studio tijdens de reclames vertelde: 'Iedereen mag bellen, links, rechts, grappenmakers, windenlaters, als het maar onderhoudend is. Het enige verbod is saai zijn. En als ze te stom zijn om naar te luisteren, hang ik op. Ik heb geen politieke agenda, maar het programma pakt nogal rechts uit. Dat is nu eenmaal het publiek. Linkse mensen hebben National Public Radio. Conservatieven houden meer van de actie die wij brengen.'

Handle, wiens voorkomen ideaal voor radio is, geeft hoog op van zijn vermogen om over ieder onderwerp drie uur radio te maken. Zijn researchers zorgen voor genoeg stof en hij maakt het wel spannend. Het Midden-Oosten, een rijbewijs voor illegalen, het Californische begrotingstekort, alles kan. Hij stemde op Bill Clinton, maar steunt nu president Bush in de oorlog tegen het terrorisme. 'Californië is behoorlijk links. Ik heb niet de illusie dat ik dat verander, al kan ik wel de richting van het debat sturen en kneden. Dat is praatradio. Het is onderdeel van de nieuwe politieke verhoudingen.'

Stadskranten

Dertig jaar geleden leek Amerika overzichtelijk. De mensen reden niet harder dan de toegestane 70 of 80 kilometer per uur. De drie tv-netwerken CBS, abc en NBC brachten 's avonds het nieuws en de regionale krant ging er de volgende ochtend nog wat op door. New York, Washington, Los Angeles en Chicago hadden stadskranten met een landelijke reputatie, hoewel die elders niet te koop waren.

Tijdens de roemloos geëindigde regering van Richard Nixon ontstond het verlangen naar een 'eigen' pers, die de werkelijkheid zou beschrijven zoals de Republikeinse conservatieven haar zagen. Rijke miljardairs als Joseph Coors (van Coors' bier) en Richard Scaife (erfgenaam van een deel van het Mellon-kapitaal) gaven de miljoenen die de oprichting mogelijk maakten van conservatieve denktanks als de Heritage Foundation, het American Enterprise Institute, het Center for Strategic and International Studies en de Hoover Institution.

Daar groeiden een soort universiteiten zonder studenten uit, waar conservatieve 'deskundigen' werden gekweekt die in het openbare debat tegenwicht gingen bieden aan 'het linkse vooroordeel' bij de 'gewone media'. Zij kregen niet alleen een groot aantal bladen (The Washington Times, The National Interest, The American Spectator, The Weekly Standard, de opiniepagina van The Wall Street Journal), maar ook vele honderden radiostations en Fox News op de televisie direct ter beschikking.

Zij vonden ook steeds vaker hun weg in de zogenaamde 'mainstream' media. De komst van 24-uurs kabel-nieuwszenders (CNN, MSNBC, CNBC en Fox News) deed de behoefte aan 'talking heads' alleen maar verder groeien. De conservatieve 'deskundigen' stonden steeds paraat, dat was hun werk. Conservatieve waakhond-stichtingen als 'Accuracy in Media' (www.aim.org) dwongen die toegang af als het niet vanzelf ging.

Een voorbeeld van de conservatief gedreven deskundigheidsproliferatie is de Federalist Society (fed-soc.org), die 'recht en openbaar beleid' bestudeert. In de praktijk is de met Scaife-geld opgezette vereniging een pressiegroep tegen wat men noemt 'rechterlijk activisme door linkse rechters' en vóór de benoeming van zeer conservatieve rechters. Vrijwel alle belangrijke justitiële benoemingen van president Bush komen uit deze kring.

Zo ontstond, wat David Brock noemt 'The Republican Noise Machine'. Brock, wiens dit jaar verschenen boek als ondertitel draagt Right Wing Media and how it Corrupts Democracy, kan het weten. Hij heeft jaren gewerkt bij die media wier enige taak is verbreiding van de conservatieve boodschap. Tot zijn bekering eind jaren '90 en zijn bekentenis-memoires Blinded by the Right uit 2002. Brock drijft nu een tegenstichting die de conservatieve poging tot overname van de Amerikaanse media blootlegt, 'Media Matters for America' (www.mediamatters.org).

Rush Limbaugh

In zijn boek schetst Brock een levendig portret van de koning van de Amerikaanse praatradio, Rush Limbaugh. Deze multimiljonair en volgens velen belangrijkste politieke commentator in het land, kon als onooglijke schooljongen zonder vriendjes een baantje krijgen als diskjockey, dankzij het toeval dat zijn vader een radiostation bezat in zijn geboortestadje Cape Girardeau in Missouri.

Limbaugh begon als Rusty Sharpe, werd Jeff Christie in Pittsburgh, die niet alleen muziek draaide, maar ook grappen en meningen verkocht. Die waren vaak grof, anti-vrouw (bewoonsters van landen als 'Ovaria', 'Hysteria' en 'Lesbanon'), anti-'mainstream media' en anti- 'liberals' (alles wat niet conservatief is). Via Kansas City en Sacramento kwam Limbaugh twintig jaar geleden aan zijn eerste wijder gedistribueerde talkshow toe. In 1995 werd hij door 660 stations in het hele land uitgezonden. 'Rush' is een cultus geworden, met drie uur dagelijkse radio. Voor de nazorg en extra inkomsten zorgt de fansite www.rushlimbaugh.com.

De miljoenen luisteraars van Limbaugh zijn volgens de opinieonderzoeker Andrew Kohut (Pew Foundation) over het algemeen blanke, oudere, teleurgestelde, conservatieve mannen met redelijke, maar niet geweldige banen, bang voor sociale verandering en vrouwen. Volgens de New Yorkse psycholoog Paul Ginnety (geciteerd door Brock) ontlenen Limbaughs luisteraars een soort gevoel van erbij horen en intimiteit aan deze uitzendingen met hun voorspelbare, gesloten wereldbeeld.

David Barker, politicoloog aan de Universiteit van Pittsburgh, beschreef in Rushed to Judgment hoe Limbaugh zijn lijst antipathieën zo knap afwerkt dat ook niet-conservatieven zijn boodschap overnemen. Wie hem met enige regelmaat beluistert hecht meer waarde aan zelfredzaamheid en heeft een afkeer van de overheid. Hij werft zielen voor de instincten en de leer van de Republikeinen. Limbaughs onlangs uitgekomen verslaving aan pijnstillende middelen heeft de geloofwaardigheid van zijn tirades tegen drugsgebruikers niet aangetast. Hij is meer dan ooit de stadsomroeper van de Bush-campagne.

Rupert Murdoch

Het meest recente succesverhaal van de conservatieve verovering van Amerika's oren en ogen is Fox News, de 24 uur per dag uitzendende nieuws-tv-zender, in 1996 in het leven geroepen door mediamagnaat Rupert Murdoch. De baas van Fox, Roger Ailes, oud-medewerker van de Republikeinse presidenten Nixon, Reagan en Bush senior, beloofde dat Fox 'de objectiviteit in de Amerikaanse journalistiek waar nodig [zou] herstellen'.

Met voortdurend in beeld vertoonde slagzinnen als 'We report, you decide', 'Fox, America's Newsroom' en 'Fox, Fair and Balanced' heeft Ailes Fox neergezet als de norm, het middelpunt van het journalistieke spectrum. Een net op dvd uitgebrachte documentaire laat zien hoe het systeem-Fox werkt. Robert Greenwalds film 'Outfoxed' is gebaseerd op getuigenissen van ex-werknemers van Fox, interne memo's en maandenlang (met hulp van een groep vrijwilligers) kijken naar alle uitzendingen.

Dag in dag uit blijkt dat het onderscheid tussen nieuws, analyse en opinie is opgeheven bij Fox, alle grenzen zijn vervloeid. Een voormalig nieuwslezer aan de Westkust: 'We werden niet geacht aan nieuwsgaring te doen, we waren uitdragers van een standpunt'. In een memo aan de medewerkers (9 mei 2003) gaf de directie opdracht het nieuws in dienst te stellen van de voordracht van ultra-conservatieve rechters door de regering: 'Laten we vandaag flink tijd besteden aan de strijd om rechterlijke benoemingen, waar president Bush vanmorgen over spreekt. Kandidaten, die volgens beide kanten competente juristen zijn, worden [door de Democraten] geblokkeerd omdat zij 'mogelijk' standpunten hebben over één onderwerp, abortus. Dit is voor Fox News Channel hét thema de komende dagen.'

Een memo van begin dit jaar zegt over 'de zogenaamde 911-commissie': 'Laten we er geen Watergate van maken.' En op 6 april instrueert de leiding: 'John Kerry's toespraak op Georgetown University over de economie zal waarschijnlijk ook over Irak gaan. Laten we kijken of er in de eerste tien minuten nieuws zit en dan overgaan op urgenter nieuws. We hoeven niet de hele toespraak te verslaan.'

Door uren en uren te kijken, te tapen en te turven, kon 'Outfoxed' de methodes van Fox documenteren. Gastheer Bill O'Reilly, prominent in de vroege avond, ontkende dat hij al eens eerder 'Hou je kop' had gezegd tegen een gast die hem tegensprak. Maar in de film zitten nog negen andere, recente fragmenten waarin de ambassadeur van het gezonde verstand 'Shut Up!' tegen zijn gesprekspartner roept.

Slecht geknipt

Tenminste even herkenbaar is de kunstgreep om in een discussie of een nieuwsbericht een conservatieve mening te smokkelen door te zeggen 'Sommige mensen menen ...'. Daar zitten 25 voorbeelden van in de film. Meestal is het niet nodig. Een typisch Fox-gesprek wordt geleid door een conservatieve gastheer of - dame met een sterke gast van rechts en een zwakkere gast uit het centrum. Die laatste wordt door de eerste twee de linkerhoek in geslagen, waar hij zich amper thuisvoelt.

Een alternatief is een formule als de 'Hannity & Colmes'-show, waarin een Amerikaans-knappe, keiharde, non-stop orerende conservatief (Sean Hannity) wordt bijgestaan door een slecht geknipte Democraat, zo te zien van de afdeling Inkoop (Alan Colmes). Zo kan Murdoch voor een Congrescommissie zeggen: 'Wij zorgen voor de diversiteit van opinievorming, ook binnen onze uitzendingen.' Als Colmes iets zegt, laat Hannity de Amerikaanse vlag op de achtergrond iets harder wapperen.

Een media-studiegroep die niet alleen Fox in de gaten houdt (fair: Fairness and Accuracy In Reporting) keek 19 weken naar het vlaggenschip van Fox, 'Special Report with Brit Hume'. Het bleek dat 65 van de 92 gasten (71 procent) conservatieven waren; de overige 29 procent waren gematigde Republikeinen, Democraten en partijlozen. Bij CNN's 'Wolf Blitzer Reports' waren in dezelfde periode 57 van de gasten Republikeinen, tegen 43 procent Democraten.

O'Reilly belichaamt wat Fox pretendeert. In de aanloop naar de oorlog zei hij: 'Vertrouw op ''The O'Reilly Factor” voor de waarheid over de naderende oorlog tegen Irak. wij hebben geen ideologische vooroordelen.' Maar hij zei ook: 'Wie het niet eens is met de plannen van de regering beschouwen wij als vijanden van de staat.' Het is om dat soort trekken dat media-criticus Eric Alterman in zijn boek What Liberal Media? schrijft: 'Fox maakt bang, en als er echt iets gevaarlijks gebeurt, gaan zij helemaal uit hun dak. Precies volgens het draaiboek van de regering-Bush.'

Ook de directe concurrenten op de kabel, CNN en MSNBC, worden er bang van. Fox wint voortdurend kijkers, de andere twee leggen het af in de kijkcijferrace. Terugkijkend op de eerste fase van de oorlog in Irak, zei CNN'S ster-verslaggever Christiane Amanpour: 'Mijn zender werd geïntimideerd door de regering en door haar infanteristen bij Fox News. Het gevolg was: angst en zelfcensuur.'

Fairness and Accuracy in the Media heeft gemeten dat 33 procent van de Fox-kijkers meent dat in Irak massavernietigingswapens zijn gevonden; 11 procent van de gebruikers van de publieke radio en - tv (NPR/PBS) dacht dat. 67 procent van de Fox-kijkers denkt dat Irak en Al-Qaeda samenwerkten bij de aanslagen van 11 september 2001; 16 procent bij de Amerikaanse publieke omroep denkt dat.

Aardverschuivingen

Wat is er gebeurd met het openbare leven in Amerika? Waar zijn de drie netwerken ABC, BCS en NBC die 's avonds het nieuws brachten zoals het was? Waar is The New York Times met zijn intussen bijna landelijke verspreiding - de krant wordt minder geciteerd en bewonderd dan vroeger. Is er nog een gouden standaard voor eerlijke verslaggeving? Vragen voor een oudgediende.

Jim Fallows is 'national editor' van The Atlantic Monthly, een verslaggever en schrijver met lange ervaring in Washington en Japan. Net als Bill Clinton studeerde hij met een Rhodes-beurs in Oxford. Hij was speechschrijver van president Jimmy Carter en publiceerde onder meer Breaking the News: How the Media undermine American Democracy. Fallows is mede-oprichter van de New America Foundation, een van de politiek meest onafhankelijke denktanks van Washington.

Volgens Jim Fallows zijn de aardverschuivingen in het media-landschap in de eerste plaats economisch. Vroeger waren het ook wel bedrijven, maar geen gewone. Het waren vaak familiebedrijven die hun krant of tv-station een publieke taak gunden, zolang er maar een beetje winst werd gemaakt. 'De laatste twintig jaar zijn al die regels vervallen. Nieuwsbedrijven worden net zo bestierd als andere bedrijven. Marketingbeslissingen bepalen wat er gebeurt bij kranten en omroepen.'

Aan de top van de media-piramide ziet hij er een paar die goed worden gemaakt, zowel journalistiek als commercieel. Fallows noemt zijn eigen Atlantic Monthly en The New York

Review of Books. En National Public Radio, de keten van door het publiek en stichtingen gefinancierde radiostations. 'De massa-informatie is veel minder serieus geworden. Veel orkaanschade en O.J. Simpson. Daar komt nog eens de opkomst van de rechtse agit-prop-media bij, die hun kans grepen toen de grote, algemene media hun journalistieke taak minder serieus gingen nemen.'

Fallows meent dat het door de conservatieven eindeloos herhaalde verwijt van 'liberal bias', de veronderstelde linkse neigingen van de algemene media, voor 90 procent nergens op slaat. 'Misschien dat veel journalisten iets links van het midden stonden ten opzichte van zulke zaken als homoseksualiteit of echtscheiding. Maar van een opzettelijke, algemene voorkeur voor links was geen sprake. Het blijft niettemin voor conservatieven een handig wapen in de strijd voor hun ideeën.'

Opiniepagina

De zogenaamde 'mainstream media' hebben een tik gekregen van de opkomst van al die conservatieve bladen, zenders en schrijvers. Volgens Fallows is ook een krant als The Washington Post, die eens tot het gematigd vooruitstrevende establishment behoorde, flink beïnvloed. 'De opiniepagina steunde de oorlog tegen Irak door dik en dun. Dat was een breuk met de traditie van de laatste dertig, veertig jaar, hoewel het aansloot bij hun steun voor de Vietnam-oorlog. Ook de berichtgeving gaf onvoldoende ruimte aan kritische vragen over de aanwezigheid in Irak van massavernietigingswapens. Zo streng als ze bij president Clinton waren, is de Post jegens Bush nooit geworden.'

The New York Times heeft in de persoon van verslaggever Judith Miller ook veel te veel de regeringslijn inzake Irak gevolgd. En daar laat afstand van genomen. Volgens Fallows is de krant sindsdien op haar schreden teruggekeerd en minder beland in het rechtse patroon dat hij bij de Post bespeurt.

Bij een nieuwszender als CNN ziet hij nog dramatischer effecten. 'Fox heeft hen de laatste drie jaar op alle fronten verslagen. Ze zoeken het nu in meer rechtse stemmen en meer show en spektakel, en minder in buitenlands nieuws. Iedere moord is goed. Als maar niemand denkt dat zij links zijn.'

Fallows deelt het pessimisme van sommige Democraten niet dat hun kant niet onderhoudend kan zijn op radio en tv. Michael Moore ('Fahrenheit 911') is succesvoller dan enige conservatieve documentairemaker. En Jon Stewart, gastheer van de 'Daily Show', een parodie op het nieuws van Fox, en de andere nieuwszenders, kent geen rechtse tegenhanger (www.comedycentral.com/tv-shows/thedailyshowwithjonstewart). De linkse humorist Al Franken is een eigen radiozender begonnen, Air America. Fallows: 'Rechts heeft het de laatste vijftien jaar beter gedaan op radio en tv, maar dat hoeft niet zo te blijven.'

Marc Chavannes is correspondent van NRC Handelsblad in Washington.

Tom Schamp is illustrator in Brussel.

[streamers]

Waar je komt of waar je rijdt, je hoort overal zenders met rap pratende mannen die uitleggen dat het een schande is.

Wie vaak naar Limbaugh luistert, hecht meer waarde aan zelfredzaamheid en heeft een afkeer van de overheid.