De natuur is een onveilige plek

Vier jonge kunstenaars, Thomas Raat, Marjolein Rothman, Peter Vos en Barbara Wijnveld, ontvingen gisteren de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst uit handen van de koningin. De prijs, die in 1871 voor het eerst werd uitgereikt, is bedoeld als aanmoedigingsprijs voor schilders. Naast de vier winnaars die ieder met twee werken vertegenwoordigd zijn, nemen ook twintig andere kunstenaars deel aan de expositie. Ze zijn gekozen uit de 68 inzenders die meededen aan de tweede ronde.

Bij het bekijken van de expositie valt meteen op dat een flink aantal van de vierentwintig kunstenaars de natuur een rol laat spelen, meestal als iets onprettigs, dreigends. Soms lopen er mannen in maanpakken rond, zoals bij Marjolein de Wits werk en soms vinden er geheime rituelen plaats met dennenbomen in een pentagram. Net buiten de kring die uit dit teken oplicht, doemen twee schedels op in het werk Helvete van Pär Strömberg.

Zelden is de natuur een veilige plaats, ook niet in het werk van winnaar Peter Vos. Hij schilderde een lieftallige deerne in lichtblauw en, in dezelfde zachte kleurtinten, het berglandschap Jungfrau. Scherpe contrasten zijn niet aanwezig. Beide schilderijen doen denken aan iets te perfecte reclameplaatjes, die een duistere boodschap zouden kunnen verhullen.

Opvallend is ook de hang naar rommelig en donkerviezig schilderen met uitgelopen verf en lukrake kwaststreken. Dit versterkt een ongemakkelijke sfeer, zoals Malin Perssons bos met fletsrode slingers die van boom naar boom lopen in Remains of Panthatlon. Maar het kan ook een trucje worden, zoals in East Coast van Jaring Lokhorst die een blauw geruit colbert en passant van wat zwarte vegen voorzag. Ze zijn willekeurig aangebracht en maken het geheel er niet sterker op.

Viezig en rommelig was vorig jaar het werk van Thomas Raat, die toen ook bij de winnaars hoorde. De mannen in maanpakken van De Wit figureerden vorig jaar in een doek van Raat met zwarte en fel neonkleurige slierten plakband en opeenhopingen van ronde plakkertjes, die deden denken aan zwermen enge insecten. Dit jaar zet Raat zijn tape in om een gebouw te creëren met roodgapende deuren en ramen, in een explosie van felle neonkleuren. Hij recyclet geen beelden meer uit de media, maar schept een vreemd onheilspellend bouwsel.

In het werk van winnaar Marjolein Rothman speelt de architectuur ook een rol. Ze weet de essentie van gebouwen te vangen in zwart, wit en grijs. In Monument for an emperor roept zij, in een heldere vlakverdeling, de Engelenburcht in Rome op als grote kolos. Ze stileert, maar zonder dat haar schilderijen strak en naadloos zijn.

De vierde winnaar, Barbara Wijnveld, schildert kleurrijke vrouwsportretten, met grote groene ogen als blikvanger. Uitgelopen verf drupt naar beneden in kleine stroompjes en geeft de portretten iets grimmigs, dat tegen het vrolijke kleurgebruik indruist.

Het juryrapport rept van `figuratie die allesbehalve brutaal is.' In eerste instantie was de jury, onder voorzitterschap van Pietje Tegenbosch, niet onder de indruk van de kwaliteit van de ingezonden werken.

Tijdens de tweede ronde bleek dit toch mee te vallen. Ook merkt de jury op dat de houding van de jonge schilders weifelend is, bij gebrek aan een rolmodel in de Nederlandse schilderkunst. En inderdaad, veel schilders kiezen voor sferische en associatieve beelden waarbij vaak sprake is van een onderhuidse, ingehouden spanning. Maar doordat deze schilders te weinig uitgesproken zijn en grote thema's mijden, blijven ze toch teveel aan de oppervlakte.

Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst tentoonstelling 2- 24 oktober, dagelijks 12.30-17.00; Koninklijk Paleis, Nieuwezijds Voorburgwal 147 Amsterdam.