De eeuwige schietschijf

Hij is nu 82 en heeft net een nieuw boek geschreven: de Democratische politicus George McGovern. In 1972 verloor hij de presidentsverkiezingen van Richard Nixon, en het imago van eeuwige loser liet hem nooit meer los. Gesprek met een historicus en oorlogsheld, die door de Republikeinen werd weggezet als babykiller, weifelaar en drugspropagandist.

Hij stapt uit de lift, kijkt aarzelend om zich heen, loopt naar het midden van de hotellobby en blijft staan, verloren tussen de toeristen in regenpakken en met paraplu's die het noodweer buiten van zich afschuddden.

George McGovern, Democratisch presidentskandidaat in 1972, is smaakvol gekleed: maatkostuum, wit overhemd met mauve en groene strepen, auberginekleurige stropdas. Hij heeft zijn nieuwe boek The Essential America onder zijn arm geklemd, alsof het hem moet behoeden voor de totale ontreddering. Ik loop op hem af, een exemplaar van zijn boek in mijn hand. Hij kijkt me aan, ziet het, en zegt blij verrast: 'Je hebt het weten te bemachtigen. Dat is bijzonder! Waar heb je het gekocht?' 'In een boekhandel in Baltimore, een week geleden', antwoord ik. 'Let op', zegt hij hoopvol, 'dit is waarschijnlijk mijn beste werk. Een boek waar ik echt trots op ben. Dit gaat het goed doen.'

De 82-jarige McGovern is in New York voor een promotietour. Hij geeft een interview aan een plaatselijk radiostation en is de gast van (Sean) Hannity en (Alan) Colmes, de populaire talkshow van het rechtse tv-station Fox.

The Essential America is zowel een pamflet als McGoverns politieke testament. Het heeft de pretentie om de traditie van het liberalism - de Amerikaanse variant van progressieve politiek - nieuw leven in te blazen, met als plezierig bijverschijnsel dat daarmee de reputatie van de auteur wordt opgepoetst.

McGovern verkeert in een vreemde positie. Democraten wensen niet herinnerd te worden aan zijn persoon, zijn campagne en zijn politieke erfenis. Republikeinen kunnen er niet genoeg van krijgen. In een land dat verzot is op winnen, leeft McGovern voort in zijn nederlagen. Hij dient al dertig jaar als boksbal van de Republikeinen. Als symbool, als politiek scheldwoord, is hij voorlopig onverslaanbaar. Een mcgovernik is een politieke loser, een man (of vrouw) die wordt geassocieerd met de schaduwzijde van de jaren zestig en zeventig: drugs, experimentele seks, verzet tegen de autoriteiten. Word je uitgemaakt voor een mcgovernik, of, erger nog, een countercultural mcgovernik, dan ben je politiek vogelvrij verklaard. Dan kan het prijsschieten beginnen.

Nootjes

We lopen naar de bar van het hotel, waar we midden op de dag de enige gasten zijn. McGovern gaat zitten, graait in een schaal met nootjes en steekt van wal. 'Wat ik met mijn nieuwe boek wil bereiken, is dat de Amerikanen liberalism weer serieus gaan nemen. Dat ze zullen inzien dat het als politieke stroming net zo belangrijk, nee, belangrijker is dan de conservatieve beweging die nu de boventoon voert. Ik verwacht, eerlijk gezegd, dat liberalism het de komende 25 jaar beter zal doen dan de afgelopen kwart eeuw. Waarom? Omdat de conservatieven er niet in slagen de problemen waarmee dit land is opgezadeld op te lossen. 'Ik noem er een: infrastructuur, mass transportation. Of nog een: gezondheidszorg. Het is een kwestie van tijd voordat het electoraat dat beseft.'

Historicus

George McGovern is een tot politicus omgeschoolde historicus. Tijdens zijn eerste campagne, in 1956 voor het Huis van Afgevaardigden namens zijn thuisstaat South Dakota, werd hij door de Republikeinse senator Karl Mundt - een geestverwant van Richard Nixon - met nauw verholen minachting uitgemaakt voor 'die leraar die zijn baan heeft opgegeven voor de Democraten'. Toen al dachten de Republikeinen een ideale tegenstander in hem te hebben: een denker in plaats van een doener. Toch werd McGovern gekozen, en nog wel in een staat die tot de meest conservatieve van Amerika wordt gerekend. In Grassroots (1977), zijn fraaie politieke biografie, legt hij uit waarom: hij liet niet zijn hersens, maar zijn benen en handen het werk doen. Twee jaar lang reisde hij zijn kiesdistrict in South Dakota af. Hij schudde de hand van vrijwel iedere inwoner, en hield op een kaartsysteem de beroepen, huishoudelijke omstandigheden en ziektes van de South Dakotans bij. Die kennis had hij paraat als hij op campagne ging. Dat werkte.

Als Congreslid in Washington verloochende hij zijn idealen niet. Hij stelde zich op aan de linkerkant van het politieke spectrum. Drie onderwerpen stonden voor hem centraal: Vietnam, landbouw en hongerbestrijding. Het belangrijkste daarvan was Vietnam. McGovern keerde zich als een van de eerste politici tegen de inmenging van Amerika in Zuid-Oost Azië, waarmee hij zich onderscheidde van de Democratische presidenten John Kennedy en Lyndon Johnson. In 1968 stond hij sympathiek tegenover de presidentscampagne van Robert Kennedy. Na diens dood nam McGovern zijn campagnestaf over en verwierf hij de steun van studenten en jongeren. Als Kennedy's erfgenaam woonde hij de desastreus verlopen Democratische conventie in Chicago van 1968 bij. Daar verwierf hij landelijke bekendheid doordat een geestverwant vanaf het podium riep dat 'onder McGovern de Gestapo-tactiek (van de politie, die hard insloeg op demonstranten; MdG) niet in de straten in Chicago zou zijn toegepast'. In het kolkende politieke klimaat van de late jaren zestig was hij ineens een onvermijdelijke presidentskandidaat.

Destijds was 'Vietnam' een omstreden oorlog, net als 'Irak' nu. Wat vindt hij van het Amerikaanse avontuur in Irak? McGovern: 'Je moet allereerst vaststellen dat beide oorlogen, ondanks de nodige verschillen, dit gemeenschappelijk hebben: militair overwicht, gekoppeld aan politiek en cultureel onvermogen. Net als in Vietnam zijn we militair superieur, maar weten we ons geen raad met de situatie op de grond. Vervolgens: deze regering noemt zich conservatief, maar wat is er zo conservatief aan het sturen van Amerikaanse jongens naar de Arabische woestijn? Dat is niet conservatief, maar roekeloos. Onze soldaten dienen daar als schietschijf voor het verzet, waar we geen greep op krijgen. Er wordt nu wel bewonderend gesproken over onze snelle opmars en de overwinning op het leger van Saddam, maar de keerzijde daarvan is dat we met onze bombardementen het elektriciteitsnet, de waterbronnen en de infrastructuur in Irak hebben vernietigd. Het land is veranderd in een economische puinhoop. Je moet daarnaast vaststellen dat noch vice-president Dick Cheney noch George Bush, noch (onderminister van Defensie) Paul Wolfowitz of (defensie) adviseur Richard Perle uit eigen ervaring weet wat het is om in een oorlogssituatie te verkeren. Ze sturen andermans kinderen zonder aarzelingen naar het strijdtoneel. Het zijn theoretici die achter de tekentafel oorlogen bedenken waar jonge mannen en vrouwen in sneuvelen. Het doet mijn bloed koken, als ik zie hoe de Republikeinen zich op de borst slaan, hoe ze zwaaien met de vlag, hoe ze pal staan voor een patriottisme waar anderen hun levens voor moeten opofferen.'

Heldenstatus

McGovern was tijdens de Tweede Wereldoorlog als piloot gestationeerd in Italië. Zijn oorlogsavonturen zijn vastgelegd in The Wild Blue (2001), geschreven door zijn (onlangs overleden) vriend en collega-historicus Stephen Ambrose. Het werd een bestseller.

McGovern heeft 'zijn oorlog' nooit zelf op papier gezet of geromantiseerd. Als kandidaat in 1972 weigerde hij zijn heldenstatus uit te buiten - een groot verschil met de campagnetactiek van Kerry. Als ik hem vraag waarom niet, reageert hij fel: 'Ik heb in mijn politieke carrière nooit iets gezegd waarvoor ik mij achteraf heb hoeven schamen. Ik ben nooit uitgeweest op effectbejag. De prijs die je daarvoor betaalt is dat je af en toe oploopt tegen nederlagen. Maar ik heb vier jaar in het Huis van Afgevaardigden gediend, en 18 jaar in de Senaat. Dat is niet slecht, voor iemand die uit South Dakota komt.'

Zijn afzien van effectbejag maakte hem wel kwetsbaar voor aanvallen van politieke tegenstanders. Begin jaren zeventig werd hij de kandidaat van acid, abortion en amnesty (voor dienstweigeraars in Vietnam) genoemd, eerst door Republikeinen in de Senaat, daarna door tegenstanders in de Democratische voorverkiezingen, ten slotte zeer effectief door Richard Nixon tijdens de presidentsverkiezingen. Nixon, die al in een vroeg stadium wist dat hij niets had te vrezen van McGovern als tegenstander, ergerde zich blauw aan diens prekerige optredens en ging voluit in de aanval. Zo werd McGovern geassocieerd met de 'tegencultuur', hoewel hij daar niets mee te maken had (zijn enige concessie aan de jaren zestig vormde het dragen van bakkebaarden). McGovern de oorlogsheld, de historicus, de belijdende methodist met een voorliefde voor de social gospel, was allesbehalve een hippie of een gezagsondermijner. Hij was bovendien tegen landelijke wetgeving die het recht op abortus zou vastleggen en tegen de legalisering van drugsgebruik. Maar zijn standpunten leken er niet veel toe te doen. De beschuldigingen beklijfden. Het was, voor zijn tegenstanders, prijsschieten.

'Al die aanvallen op mijn persoon', zegt hij, 'deden mij niet veel. Ik herkende mij er niet in, snapte er ook niet veel van. En nog steeds: iedere keer als ze mijn naam misbruiken, als ik het woord mcgovernik hoor, krijg ik een opgewekt humeur. Dan denk ik: 'Ik doe er blijbaar nog steeds toe. Ik ben nog steeds geen geschiedenis.

'Natuurlijk, ik weet waarom ze het doen. Door mijn grote verkiezingsnederlaag tegen Richard Nixon in 1972 - 39 tegen 61 procent; MdG - ben ik in een karikatuur veranderd. De media deden daar overigens even gretig aan mee als de Republikeinse partij. Het was een label dat ze op mij en mijn opvolgers meenden te kunnen plakken.'

Heeft hij ooit geprobeerd zich in zijn tegenstanders te verplaatsen? McGovern, geschrokken: 'Nee, natuurlijk niet. Waarom zou ik dat doen? Zoals ik zei: ik herkende mij niet in hun aanvallen. Waarom zou ik dan de moeite doen om mij in hun gedachten te verplaatsen? Ik kan goed overweg met sommige Republikeinen, bijvoorbeeld met (oud-presidentskandidaat en ex-senator; MdG) Bob Dole, met wie ik betrokken ben bij een internationaal project voor de bestrijding van honger in de wereld. Maar er zijn veel Republikeinen waar ik geen moment mee zou willen doorbrengen. Het zijn humorloze extremisten.'

Watergate

De presidentscampagne van 1972 is, ten onrechte, in de vergetelheid geraakt. Politiek geïnteresseerden weten zich hooguit te herinneren dat Nixon werd herkozen nadat hij George McGovern verpletterend had verslagen. Watergate, de inbraak in het hoofdkwartier van de Democratische partij, had weliswaar al plaatsgevonden, maar speelde tijdens de verkiezingen nog geen rol. Vietnam was wel een onderwerp, maar slechts een minderheid van het electoraat liet zijn stem erdoor bepalen. Het gros van de Democratische kiezers maakte zich zorgen om ontwikkelingen binnen hun partij. Deze was, na een culturele revolutie, overgenomen door minderheden en de jeugd. De oude partijbonzen in de grote steden en het Oude Zuiden waren als patriarchaal en racistisch terzijde geschoven. George McGovern, begonnen als outsider, profiteerde daarvan. Hij wist zijn steun bij progressief Amerika maximaal uit te buiten en werd in Miami Beach tot presidentskandidaat bekroond. Nu zegt hij daarover: 'We waren verder dan de bevolking. We hadden de partij opengesteld voor nieuwe invloeden: vrouwen, minderheden, jongeren. Maar daarmee maak je je kwetsbaar. Dat de vakbonden ons niet steunden, dat hun leider George Meany zich persoonlijk van mij afkeerde, was schandalig. Maar het proces was onomkeerbaar.'

Op de conventie in Miami Beach werd weliswaar niet gevochten, zoals vier jaar daarvoor in Chicago wel gebeurde, maar een geoliede show voerden de Democraten niet op. Het beeld dat de partij, onder regie van McGovern, aan de bevolking voorschotelde was rampzalig. Er werd in de zaal geblowd, geruzied over de status van homoseksuelen en oeverloos gediscussieerd over de kandidatuur van de vice-president. Senator Thomas Eagleton van Missouri kon pas als vice-presidentskandidaat worden gepresenteerd nadat andere (en soms fictieve) tegenkandidaten als tv-antiheld Archie Bunker, de Chinese leider Mao en de excentrieke echtgenote van Nixons minister van Justitie waren opgevoerd en weggestemd. McGovern aanvaardde daardoor zijn nominatie pas om half drie in de nacht, zodat zijn acceptatierede door vrijwel niemand werd gezien. Alleen de Amerikanen op het Aziatische eiland Guam, zei het andere kamp, hadden er van kunnen genieten, vanwege het verschil in tijdzones. Bovendien: ruim een week nadat McGovern zijn vice-presidentskandidaat Eagleton aan de bevolking had voorgesteld, moest hij hem weer terugtrekken. Eagleton bleek onder psychiatrische behandeling te zijn geweest, en was met elektroshocks weer op de been geholpen. McGovern had in een eerste opwelling gezegd 'voor 1000 procent' achter zijn kandidaat te staan, maar liet hem na aanhoudende negatieve publiciteit vallen. Na dit anarchistische en surrealistische politieke theater was McGovern voer voor de Republikeinse aanvalsmachine. Nixon en zijn campagneteam lustten hem rauw.

'Eagleton', zegt McGovern, 'was een klap. Absoluut. Ik wist niet wat ik ermee aan moest. We raadpleegden artsen, maar die gaven ons tegenstrijdig advies. Het had een verlammende werking, op mij zowel als op de campagne. Toen heb ik ervaren wat de kracht van de pers kan zijn. Journalisten roken bloed en lieten het onderwerp niet met rust.

'Ik had het slimmer moeten aanpakken. Ik had, achteraf gezien, niets over mijn onvoorwaardelijke steun aan Eagleton moeten zeggen, maar een mededeling moeten opschorten tot de campagne medisch advies had ingewonnen en met Eagleton zelf had gesproken. Nu waren er tegenstrijdige verklaringen, en die pakten slecht uit.'

Dodelijke spotjes

'Nog erger was dat Richard Nixon vervolgens dodelijke reclamespotjes op de televisie vertoonde. Dag in dag uit. Ik zie ze nog voor me: McGovern zegt de ene dag dit - steun voor Eagleton - en de andere dag dat - hij trekt die steun in. En daarna de climax: hij is blijkbaar niet zo zeker van zijn zaak. Elke dag, tot de verkiezingen, dezelfde beelden, dezelfde tekst.' Hij is even stil. 'Nixon had nog twee spotjes die hij regelmatig toonde. In het ene suggereerde hij dat ik tegen een sterke verdediging was, in het andere dat ik iedereen een uitkering wilde verstrekken die geen zin meer had om te werken. Onzin! Ik was tegen de oorlog in Vietnam, maar niet tegen een sterke verdediging. Ik ben geen pacifist, maar vind dat we alleen ten strijde moeten trekken als we worden aangevallen. En waar hij dat met die uitkering vandaan haalde weet ik niet.'

(McGovern had voorgesteld 1000 dollar aan miljoenen behoeftige gezinnen te verstrekken; MdG)

Waarom vocht hij destijds niet terug?

McGovern, verongelijkt: 'Ik vocht wel terug. De aanvallen van rechts waren een voortdurend probleem, maar ik liet mij er niet door intimideren. Bovendien: wat had ik moeten doen? Als je ergens van wordt beschuldigd, en die beschuldiging wordt telkens herhaald, ook al is zij onzinnig, dan is het heel erg moeilijk om je er op een redelijke manier tegen te verweren. De ontkenning heeft nooit de kracht van de beschuldiging.'

In Grassroots schrijft hij over Nixon: 'Het blijft voor mij het grootste raadsel dat deze gewetenloze man er in is geslaagd de Amerikaanse bevolking zo lang te misleiden.'

Als ik hem nu vraag waarom hij twee decennia na zijn nederlaag toch naar de begrafenis is geweest van de man die zo bedreven was in het plegen van karaktermoord, antwoordt hij schouderophalend. 'Je kunt niet altijd kwaad blijven. Bovendien voerde hij als president een gematigd binnenlands beleid. En Nixon was verfijnder in zijn aanvallen dan de groepering die zich later tegen mij keerde.'

Foetussen

Toen McGovern in 1980 tijdens de Senaatscampagne in zijn staat South Dakota een kerkdienst verliet, zag hij op auto's in de parkeerplaats affiches met foto's van bloederige geaborteerde foetussen naast zijn beeltenis, met een grote rode x door zijn gezicht.

McGovern babykiller stond er in zwarte letters onder gedrukt. 'Ik zal het nooit vergeten', zegt hij nu. 'Mijn echtgenote en ik hadden die bijeenkomst bijgewoond, zo'n samenzijn waar je beroerd eten krijgt voorgeschoteld, en toen we buiten kwamen zagen we al die afschuwelijke folders onder de ruitenwissers. Honderden. Dat was een schok.'

Het was onderdeel van een gecoördineerde aanval van de National Conservative Political Action Committee (ncpac) en de anti-abortusgroep Stop the Babykillers. Zowel de NCPAC als de anti-abortusgroepering vormde een betrekkelijk nieuw fenomeen. Stop the Babykillers was opgericht nadat het Hooggerechtshof zich in 1973 had uitgesproken voor de legalisering van abortus. De NCPAC, een bundeling van een aantal conservatieve lobbygroepen, financierde campagnes tegen liberals. De leider ervan, John Dolan, verklaarde dat McGovern doelwit was omdat hij 'er niets van bakte' in Washington. Dolan was openhartig: 'We zijn geïnteresseerd in ideologie. We geven niet om respect.' De politieke reclame tegen McGovern was, zei hij, 'totaal en openlijk negatief'. De ncpac toonde spotjes van McGovern op bezoek in Cuba, in een jeep met Fidel Castro, en McGovern die belastingcenten besteedt aan abortus(klinieken).

McGovern: 'Aanvankelijk zeiden mijn vrienden en collega's in de Senaat: ” George, daar moet je geen aandacht aan besteden, dat zijn idioten die daar achter zitten, maak je er niet druk om.”' Dat is, achteraf, een grote vergissing geweest, zegt hij: 'Deze club richtte zijn aanval in 1980 naast mij op vier senatoren. Alle vijf werden we verslagen door relatief onbekende kandidaten. Zij deden er eigenlijk niet toe, het ging om de boodschap die zij uitdroegen. Neem mijn tegenstander in de primaries. De spotjes tegen mij waren er eerder dan zijn kandidatuur. Hij was door een anti- abortus-organisatie geselecteerd. Hij was een 58-jarige wiskundeleraar, een vrijgezel, maar dat belette hem niet de 'waarden van het gezin' aan te prijzen. Hij liep de markten van South Dakota af, waarbij hij iedere baby in z'n armen sloot die hij tegenkwam. Zo werd hij 's avonds in het plaatselijke nieuws getoond. Ik dacht: ” Ik maak van deze verkiezingen geen strijd om de vraag wie het beste met baby's omgaat. Dat kan ik die baby's niet aandoen.” Ik was sinds 1943 getrouwd met dezelfde vrouw, had vijf kinderen, en werd voor vijand van gezinswaarden uitgemaakt, alleen vanwege mijn steun voor het recht op abortus.

Absurd, meende ik. Maar veel kiezers lieten zich erdoor overtuigen.' (McGovern won de primaries uiteindelijk met moeite, maar werd in de algemene verkiezingen verslagen door zijn Republikeinse tegenstander; MdG)

Bloedbad

Ik vraag welke nederlaag belangrijker was, die in 1972 tegen Nixon of die in 1980 in de Senaat. 'Die van 1980', zegt hij meteen. 'Ik besefte pas wat er was gebeurd toen niet alleen ik, maar vier collega's met mij, uit de Senaat waren gewipt. Weggemept. Het was een bloedbad. Het bleef destijds onderbelicht vanwege de overwinning van Reagan in de presidentsverkiezingen, maar gelooft u mij, de klap kwam ontstellend hard aan. Wij, degenen die verloren, waren niet zo maar wat senatoren. We stonden ergens voor, we waren trotse liberals.' Hij zwijgt, komt dan tot een conclusie: 'De Senaat heeft zich hier naar mijn mening nooit van hersteld. It scared the living daylights out of the remaining senators. Van onderschatting van de groeperingen die hier achter zaten was meteen geen sprake meer. Wie wilde overleven, diende zich aan te passen aan de nieuwe realiteit.'

Welke realiteit, wil ik weten. Hij somt op: 'De rechtervleugel in dit land is heel sterk. Zij wordt gesteund door groepen met veel geld, ze zijn nietsontziend in hun aanvallen en schromen niet hun standpunten van de daken te schreeuwen.' Hij staat op, het is tijd voor een optreden bij Hannity and Colmes. Ik loop met hem mee naar de uitgang, en merk op dat hij onder de indruk lijkt van de macht van de conservatief Amerika. 'Ik ben onder de indruk van het slappe antwoord van liberals' zegt hij. Ze zijn gedesoriënteerd. Het geloof in zichzelf is tot in hun vezels aangetast. Daarom heb ik mijn boek geschreven.' En met die woorden loopt hij onder een paraplu de stromende regen in, op weg naar de tv-studio van Fox.

Sean Hannity blijkt een dag vrij te hebben, als ik die avond de tv aanzet. Zijn plaats is ingenomen door Monica Crowley, een opgewekte jonge vrouw met lange blonde manen van het soort waar conservatief Amerika het patent op heeft. Haar partner, de fletse liberal met uilenbril Alan Colmes, is perfect gecast als aangever. Crowley straalt als ze het gesprek met George McGovern aankondigt: 'Deze man denkt dat John Kerry nog niet progressief genoeg is!' Waarna McGovern aan Colmes mag uitleggen wat liberals Amerika voor goeds hebben gebracht: 'Ziektekostenverzekering voor gepensioneerden, elektrificering van het platteland', begint hij.

Ik zet het toestel uit. McGovern is de gedroomde gast voor Fox. Hij houdt voor de overwegend conservatieve kijkers de herinnering aan een gehaat progressief verleden levend. Door hem te associëren met John Kerry geeft Fox de verkiezingsuitslag alvast een duwtje.

Aan het begin van het interview vroeg ik McGovern waarom hij zich leent voor een optreden bij Hannity, een van de felste attack dogs van de Amerikaanse televisie. 'Kent u zijn laatste boek?' stelde hij als wedervraag. 'Nee', antwoordde ik. 'Het heet Deliver Us from Evil en heeft als ondertitel Defeating Terrorism, Despotism and Liberalism. Afschuwelijk natuurlijk, zo'n titel. Maar weet u, Hannity gedraagt zich altijd zeer hoffelijk tegen mij. Daarom treed ik graag op in zijn programma.'

Menno de Galan is redacteur van het televisieprogramma Nova. Hij werkt regelmatig voor M.

Dana Lixenberg is fotograaf in New York.

[streamers]

'Iedere keer als ze mijn naam misbruiken, als ik het woord mcgovernik hoor, krijg ik een opgewekt humeur.

'Er zijn veel Republikeinen waar ik geen moment mee zou willen doorbrengen. Het zijn humorloze extremisten.'

'Ik was getrouwd sinds 1943 en had vijf kinderen, en toch werd ik uitgemaakt voor vijand van gezinswaarden.'

Na het bekend worden van zijn psychiatrische verleden moest Thomas Eagleton (links), running mate van George McGovern (rechts), afzien van zijn kandidatuur voor het vice-presidentschap in 1972.