De digitale Clusius

Binnen de botanische wereld van de zestiende eeuw was Carolus Clusius een spilfiguur. Zo'n 1.500 brieven getuigen van zijn internationale contacten. Digitalisering helpt dit licht anarchistische netwerk ontsluiten.

`JE KUNT DE watermerken zien!' zegt Cambridge. `Wat een scherpte vergeleken met die microfilms', voegt Boedapest toe. Lund: `Dit gaat mij een hoop reistijd besparen.' Maar ook Oxford: `Technical ingenuity might be self defeating.' De twintig Clusius-onderzoekers die vorige week vrijdag in een computerzaaltje van de Leidse universiteitsbibliotheek met de digitale correspondentie van de botanist Carolus Clusius (1526-1609) kennismaakten, waren enthousiast over de kwaliteit van de scans (600 dpi). Tegelijk rees de vraag hoe ze als Europees netwerk van Clusius-kenners via het toevoegen van trefwoorden, annotaties, transcripties, vertalingen, plaatjes en links zo'n database meerwaarde konden geven. Goede raad van het bezoek: denk aan het digitale onderhoud en maak het niet te arbeidsintensief.

symboliek

In de tweede helft van de zestiende werd botanie steeds vaker omwille van de botanie zelf bedreven. Ging voor die tijd de aandacht uit naar praktisch nut (voedsel, geneeskrachtige kruiden) of symboliek, vanaf 1550 ging het ook om de naturalia zelf. Aan de universiteiten (Padua, Pisa, Leiden, Bologna, Basel) deden botanische tuinen hun intrede en werden de eerste leerstoelen gesticht. Ontdekkingsreizigers introduceerden in Europa exotische gewassen, tuinieren en het kweken van planten nam zowel aan hoven als bij `gewone' burgers een hoge vlucht en empirisch ingestelde onderzoekers ondernamen botaniseerexpedities om via veldwerk hun kennis te verbreden. Er werd volop verzameld ten behoeve van Kunst- und Wunderkammern en de nieuwe kennis werd vastgelegd in geïllustreerde botanische encyclopedieën.

Spilfiguur in die dynamische botanische wereld was Carolus Clusius. Geboren in Arras als zoon van een edelman, studeerde hij rechten in Leuven en geneeskunde en botanie in Wittenburg. Hij reisde door heel Europa, introduceerde de tulp en de aardappel in de Lage Landen, adviseerde prinsen en aristocraten (onder wie keizer Maximiliaan II in Wenen), sprak acht talen, publiceerde belangrijke botanische werken en correspondeerde met honderden personen uit alle lagen van de bevolking. In 1593 vestigde Clusius zich in Leiden, waar hij als hoogleraar botanie de Hortus Botanicus stichtte.

Clusius is binnen de wetenschapsgeschiedenis tot nu toe een wat onderbelichte figuur. Het grootste deel van zijn correspondentie, te weten 1.100 brieven aan Clusius en 300 van hem aan anderen, bevindt zich in Leiden – ook het Duitse Erlangen heeft er 200. De correspondenten (veel artsen en apothekers) kwamen uit heel Europa, van Engeland tot Hongarije, van Italië en Griekenland tot Zweden en Polen. De meeste van die brieven (van in totaal 300 personen) zijn nooit bestudeerd en slechts een beperkt deel is uitgegeven. Om die reden is het Scaliger Instituut, opgericht om onderzoek aan bijzondere collecties van de Leidse universiteitsbibliotheek te stimuleren, een Clusius-project gestart: `Clusius in a New Context'. Vorige week vrijdag ging het officieel van start met een driedaagse conferentie voor een select internationaal gezelschap aan Clusiuskenners. Doel van het project is een analyse van Clusius' leven, werk en netwerk, niet alleen bezien in het (traditionele) licht van botanie en geneeskunde maar met ruim aandacht voor de sociaal-culturele omstandigheden waarbinnen hij opereerde.

Belangrijk onderdeel van het project is het wereldwijd toegankelijk maken van de Clusius-correspondentie. Een flink deel van die brieven is niet in het Latijn, de taal van de humanisten, omdat veel praktische botanische kennis aanwezig was buiten de kring van geleerden. De stijl van de correspondentie is opvallend levendig en kenmerkt zich door een zekere anarchie. Van alles en nog wat komt aan bod: patronage, het functioneren van de post, het uitwisselen van giften, klachten, roddel, reisverhalen – en natuurlijk veel botanie. Die losse omgang binnen de botanische gemeenschap had zijn oorzaak in de diversiteit van het gezelschap: een expertgemeenschap waar praktische kennis op waarde geschat werd, waartoe ook vrouwen behoorden, zonder grenzen en zonder afgebakende status.

proefproject

Het ontsluiten van de Clusius-correspondentie gebeurt niet via een gedrukte brievenuitgave, zoals in het geval van Hugo Grotius en Anthoni van Leeuwenhoek (de laatste is nog niet voltooid), maar door de brieven te digitaliseren en op het internet te zetten. Dat biedt extra mogelijkheden, en de omvang van de collectie maakt Clusius tot een aantrekkelijk proefproject. De conferentie in Leiden was ook bedoeld als startschot bij het in zekere zin reconstrueren van het Clusius-netwerk: het formeren van een team experts afkomstig uit de landen waar Clusius actief was, experts die de komende jaren in eendrachtige samenwerking de database aan brieven van nadere informatie moet gaan voorzien. Die added value kan variëren van elementaire sleutelwoorden en biografieën van respondenten tot links naar transcripties van brieven (maar hoe betrouwbaar zijn die?), botanische aquarellen en brievenuitgaven van andere humanisten. Het Scaliger Instituut, in het bijzonder directeur Paul Hoftijzer en fellow Florike Egmond, staat voor de opdracht het werk binnen de perken te houden en het overzicht te behouden. Over vijf jaar zou de database publiek toegankelijk moeten worden.

Op dat moment zou ook de onderzoekscomponent binnen het Clusius-project moeten zijn afgerond. Het ligt in de bedoeling drie promovendi aan het werk te zetten en Florike Egmond een overkoepelende monografie te laten schrijven – januari beslist NWO over de aanvraag (die los staat van het brievenproject). De drie promovendi, die september 2005 moeten beginnen, bekijken Clusius in het licht van het Habsburgse hof en laat-zestiende-eeuwse aristocratische cultuur, het gebruik van het Frans en het Latijn in de Clusius-correspondentie, en Clusius' botanische onderzoeksprogramma. De empirische benadering die binnen de botanie van de tweede helft van de zestiende eeuw onder aanvoering van Clusius opgeld deed, met groeiende aandacht voor waarneming, praktische ervaring, experiment, registratie en classificatie, geldt als een voorloper van de wetenschappelijke revolutie van een eeuw later. Wellicht dat `Clusius in a New Context' die rol opwaardeert tot die van aanjager.