`Dapper duo' goochelde met vele miljoenen

Voor 180 miljoen euro ontving Joep van den Nieuwenhuyzen in twee jaar bankgaranties van directeur Willem Scholten van het Havenbedrijf: de warme band van een wapenhandelaar en gemeenteambtenaar.

Het overzicht van afzonderlijke bankgaranties, zoals dat gisteren werd vrijgegeven, maakt duidelijk hoe intensief de relatie van Willem Scholten met Joep van den Nieuwenhuyzen was. In een kleine twee jaar kreeg zakenman Van den Nieuwenhuyzen bankgaranties van 180 miljoen euro van het Havenbedrijf in Rotterdam, althans van Scholten. Het gebeurde tussen najaar 2002 en zomer dit jaar, in dertien transacties, met steeds een ander Joep-bedrijf als begunstigde. Ongeveer om de twee maanden was het raak. 36 miljoen op 12 september 2003 voor SS Rotterdam BV, 25 miljoen op 5 november voor RDM Vehicles, 16 miljoen op 24 december voor Wilton Feijenoord – zo ging dat maar door. Alsof ze een beleggingsfonds aan het vullen waren.

Maar dat waren ze niet. Van den Nieuwenhuyzen was wapenhandelaar, Scholten gemeenteambtenaar (sinds 1 januari 2004 directeur van een overheids-NV). Wat het ,,dappere duo'' (zoals president-commissaris en havenwethouder Wim van Sluis gisteren smaalde) bond was de Rotterdamse haven. Evengoed waren ze gebonden aan de gemeentelijke regels. En die werden door Scholten grootschalig geschonden, zei Van Sluis gisteren.

Veel circumstantial evidence is in het nadeel voor Scholten. Hij bewaarde alle papieren inzake de bankgaranties buiten de muren van het Havenbedrijf, zo is nu gebleken. Hij verwittigde intern niemand van de transacties, en hij gaf garanties af hoewel hem al in 2002 intern te verstaan was gegeven dat zulks niet door de beugel kon – hij was dus gemotiveerd de zaak onder de pet te houden.

Maar kraakhelder is het niet. Het onderzoeksresultaat dat gisteren bekend werd, heeft een voorlopig karakter. Medewerkers van PriceWaterhouseCoopers (PWC) lieten deze week op de gangen van het Havenbedrijf duidelijk weten dat zij nog niet weten wat met Scholten, Van den Nieuwenhuyzen en het Havenbedrijf aan de hand moet zijn geweest. Er is grootschalig met waardepapieren gegoocheld, er waren botsende belangen (Van den Nieuwenhuyzen zei duikboten te kunnen leveren aan Taiwan; dat zou de haven de – groeiende – Chinese inkomsten kosten), en er was een hechte vriendschap (Scholten en Van den Nieuwenhuyzen hadden privé ook intensief contact). Het PWC-onderzoek loopt nog door.

Evengoed had Scholten, op grond van jarenlang succesvol opereren, een zeer ruim mandaat om de belangen van de haven te dienen. Toen Van Sluis gisteren net had uitgelegd dat Scholten onbevoegd handelde, had de SP'er Theo Cornelissen al de brief uit zijn tas geplukt waarin de wethouder een paar maanden geleden aan de raad schreef dat Scholten ,,strikt formeel binnen het mandaat'' was gebleven. Toen ging het nog om bankgaranties van 25 miljoen euro, en was de omvang van het schandaal nog niet bekend. Die melding was ,,achteraf onjuist'', zei Van Sluis gisteren. Maar waarom daarover toen anders werd gedacht dan nu, weigerde de wethouder krampachtig toe te lichten.

Probleem is dat de documenten die over Scholtens mandaat in 2000 met de raad zijn gewisseld, niet van bankgaranties reppen. Op 17 april dat jaar werd de commissie Financiën achter gesloten deuren een `besluitenlijst' voorgelegd waarin het destijds verruimde mandaat in detail werd beschreven. Er blijkt uit dat Scholten het college en de raad over de meeste van zijn financiële handelingen moest informeren (bij voorbeeld zelfs participaties in bedrijven van minder dan 7 miljoen euro), maar het woord `bankgaranties' komt in het lijstje niet voor.

Het geldt ook voor het besluit van de raad, 10 oktober dat jaar, waarin B en W de ruimte kregen om de zaken met Scholten buiten de raad af te doen zolang het om participaties beneden de 22,5 miljoen euro ging. Navraag bij ervaren raadsleden leerde deze week dat ook zij niet precies weten of überhaupt iets was geregeld met Scholten over bankgaranties. Overigens heeft B en W hierover apart onderzoek gevraagd van ex-topambtenaar Lemstra.

Ongeacht zijn bevindingen (ze worden medio oktober verwacht) meldde Van Sluis gisteren al te weten dat de banken de garanties nooit hadden mogen afgeven. Het gaat om vijf banken: Commerzbank, Barclays, Staal Bankiers, Rabobank en Achmea-dochter Residex. Van Sluis zei dat het Havenbedrijf de geldigheid van de garanties zal bestrijden. Het heeft als gunstig bij-effect dat hij straks aan de raad kan uitleggen dat het negatief saldo van het schandaal (het staat nu op 110 miljoen euro; van de verstrekte leningen hebben RDM c.s. 70 miljoen terugbetaald) nog niet vaststaat: er lopen dan immers nog procedures tegen de banken.

Zo wordt in dit raadselachtige schandaal veel op de lange baan geschoven. Een lange, meeslepende zaak ligt in het verschiet. Gisteren werd duidelijk dat de interim-directie van het Havenbedrijf nog geen tijd heeft gehad het oog te werpen op verleende garanties aan andere bedrijven. Dat onderzoek begint pas volgende week; de voortekenen zijn ongunstig. En voor de goede verstaander is inmiddels ook duidelijk dat het Havenbedrijf erop uit is een zo pijnlijk mogelijk strafdossier over Van den Nieuwenhuyzen te verzamelen. Aangifte blijft voorlopig uit. Maar dat is tactiek. De inzage die het Havenbedrijf de laatste weken had in drie BV's van Van den Nieuwenhuyzen (die zoals gevreesd vermoedelijk geen stuiver waard zijn), biedt kansen op onderzoek in de goocheltrucs van de voormalige bedrijvendokter, zo is intern vastgesteld. Van Sluis beaamde dat gisteren indirect, door één voorbeeldje aan te halen. ,,Voor veertig procent weten we waar die 110 miljoen zijn gebleven'', zei hij. Eerst ging het naar RDM. ,,Daarna flitste het overal naar toe, van de Antillen tot en met China.''