Cel dreigt voor de bouw

Dinsdag begint het proces tegen de bouw. Justitie spreekt over `criminele organisaties'. Telefoontaps, invallen en 121 verhoren moeten dat bewijzen.

Het lijken doodnormale factuurteksten: ,,Hierbij brengen wij u in rekening zoals overeengekomen.'' En: ,,extra kosten welke gemaakt zijn vanwege de versnelde oplevering.'' Maar achter de standaard omschrijvingen zoals ze terug te lezen zijn in de dagvaardingen die de rechtszaken tegen vier bouwbedrijven en twaalf bestuurders aankondigen, gaat een wereld van geheimen schuil.

Justitie heeft er even over gedaan ze te onthullen. Het landelijk parket doet sinds december 2001 onderzoek naar de bouwfraude, viel ,,enkele tientallen'' keren in bij bedrijven, plaatste telefoontaps en verhoorde 121 verdachten.

En dat terwijl de illegale praktijken van bouwbedrijven sinds het bekend worden van de schaduwadministratie van Koop Tjuchem in 2001 al meerdere keren zijn onderzocht, blootgelegd en bestraft.

Eerst deed een parlementaire enquêtecommissie onderzoek. Zij concludeerde dat bijna alle Nederlandse bouwers jarenlang deelnamen aan ,,een cultuur van smeren en fêteren'' en zich schuldig maakte aan structurele bouwfraude. Daarnaast deed kartelautoriteit NMa onderzoek en deelde miljoenboetes uit. De teller staat inmiddels op meer dan twintig bedrijven die samen ruim honderd miljoen euro boete hebben gekregen. Binnenkort volgen nieuwe boetes.

En dan nu de derde akte. Dinsdag beginnen de rechtszaken. De weerslag van het strafrechtelijk onderzoek was gisteren voor het eerst in te zien in de dagvaardingen.

Het gaat om dochterondernemingen van vier van Nederlands grootste bouwers: Koop, Heijmans, VolkerWessels en BAM. Die laatste is de grootste: 30.000 werknemers. De eerste is het meest omstreden. In 2001 werd via de schaduwadministratie van het groningse bouwbedrijf Koop Tjuchem de zaak aan het rollen gebracht. Sindsdien heeft bestuurder Henk Koop er niets over willen zeggen. Ook nu niet, nu ook hij hoofdverdachte is met 22 ten laste gelegde feiten.

Want dat is een ander opvallend aspect: de prominentie van de gedagvaarde bouwers. Stuk voor stuk bestuurders, de een lid van de raad van bestuur van Heijmans, de ander een regiodirecteur van BAM. Inhoudelijk mag hun functie veranderd zijn – de bouwers zelf zeggen zich tegenwoordig aan de wet te houden – op papier is er maar weinig verschil. Een enkeling is met pensioen, de Heijmans-bestuurder concentreert zich even op de rechtszaak maar treedt niet af, Koop is nog steeds bestuursvoorzitter van zijn bouwconcern.

Diezelfde Koop is de spil in de rechtszaken. De beschuldigingen van overtreding van de Mededingingswet (door het maken van illegale prijsafspraken), oplichting, valsheid in geschrift (de gefingeerde facturen), justitie legt het allemaal bij hem neer.

Het bedrijf Koop verstrekte gegevens over de vooroverleggen, was bij de prijsafspraken, verstuurde de facturen, kocht de ambtenaren om met golftassen, reisjes naar Zwitserland en bezoeken aan een luxe hotel en club met dames van plezier.

Justitie had eerder gezegd zich op acht zaken (allen tussen 1995- 1998) te richten, het werden er zeven. Tijdens het onderzoek bleek dat een kwestie verjaard was. De zaken lijken van beperkte omvang: een rioolwerk in Hillegom, de omlegging van Rijksweg 4 in Haarlemmerliede en Spaarnwoude en baanverbreding bij Eindhoven.

Maar de zeven zijn niet het hele verhaal. Justitie heeft nog meer mogelijk besmette projecten, inclusief meer dan honderd verdachte bedrijven en personen.

Er is nog niet beslist of tegen hen ook vervolging wordt ingesteld. Dat werpt licht op het waarom van het relatief late tijdstip van de rechtszaken. Het openbaar ministerie heeft eenvoudigweg niet de capaciteit om alle bouwzaken te onderzoeken.

Daarmee komen sommige bedrijven vooralsnog met de schrik vrij. Zoals Mercon Steel Structures en machinefabriek Hollandia. Beide wel voorkomend in de dagvaardingen, beide eigendom van de familie van ex-premier Ruud Lubbers. Sterker nog: Lubbers was commissaris bij de Mercon Groep ten tijde van de overtredingen.

De grootste bedreiging van de bedrijven is nog wel imagoschade. Boetes kunnen per vergrijp oplopen tot 45.000 euro, een schijntje vergeleken met de NMa-bedragen. En een bedrijf kan de cel niet in. Maar voor de bestuurders is dat een stuk beangstigender. Op het plegen van vooroverleg staat maximaal vier jaar celstraf.