Blair ziet veel opvolgers

De gedoodverfde opvolger van premier Blair, minister van Financiën Gordon Brown, zal nog wel even in de startblokken moeten blijven staan.

Gordon Brown, de Britse minister van Financiën die zich al tien jaar als premier warmloopt, was net in Washington geland, toen hij het bericht kreeg dat Tony Blair opnieuw het ziekenhuis in moest voor een ingreep aan zijn hart. Browns ,,gedachten zullen het hele weekeinde bij de premier zijn'', zei Browns woordvoerder.

Als Browns gedachten bij IMF en G7 afdwalen, is het inderdaad niet verwonderlijk. Want Blair – inmiddels alweer thuis na de geslaagde behandeling tegen hartkloppingen van gisteren – zei óók dat de problemen met zijn hart geen reden waren om af te zien van een volledige derde termijn als premier. Dat betekent op zijn minst dat Brown nóg een paar jaar geduld moet hebben. Maar het kan óók betekenen dat hij nooit premier zal worden.

Blair (51), premier sinds 1997 en herkozen in 2001, zei weliswaar geen ambitie te hebben om een vierde termijn, vanaf 2009, premier te zijn. Maar het lijkt nogal overmoedig van de premier te suggereren dat Labour die verkiezingen wint. Het is zelfs waarschijnlijk dat Labour al ernstig verzwakt uit de komende parlementsverkiezingen komt, verwacht in mei 2005. Door het geslonken vertrouwen in Blair over `Irak', door de angst voor hogere belastingen, of – wie weet – een nieuwe golf euroscepsis. Dan kan Labour de `radicale hervormingen' die Blair deze week beloofde wel vergeten. In dat geval erft Brown een regeringspartij in haar nadagen, waarna hij de oppositie mag leiden.

En zelfs dat is mogelijk nog te optimistisch. Want zelf gaat Brown (53) er van uit kroonprins te zijn. Maar in zijn explosieve vraaggesprek met de BBC zei Blair donderdagavond óók dat er ,,een heleboel mensen zijn die the job zouden kunnen doen''. Het was een openlijke verwijzing naar de mogelijke kandidatuur van Alan Milburn, de Blairgezinde ex-minister van Gezondheidszorg, die vorige maand werd teruggehaald in het kabinet om de verkiezingscampagne te leiden; een post die in 1997 en 2001 door Brown werd bekleed. Milburn is in 2008 net 50. Blair wilde vermoedelijk rust in de partij brengen, maar hij heeft vrijwel zeker het startschot gegeven voor de eindstrijd om zijn opvolging.

Toen Labour-leider John Smith in 1994 overleed aan een hartaanval, zag Brown, ouder en orthodoxer in de leer, zichzelf als de juiste opvolger. Toch maakte hij plaats voor de jongere Tony Blair, die meer stemmen uit de middenklasse zou kunnen trekken. Op voorwaarde dat Blair te gelegener tijd zou plaatsmaken. De twee sloten hun akkoord tijdens een etentje in een restaurant in Islington.

De tien jaar dat Brown daarop wacht zijn gevuld met gemengde signalen. Deze zomer leken zijn kansen opnieuw te stijgen, met hardnekkige geruchten dat Blair zwakke knieën had gekregen over Irak en een crisis in zijn gezin. Maar na de zomer maakte een zelfverzekerde Blair duidelijk dat er geen deal was. Tijdens het Labourcongres in Brighton en in het BBC-interview kondigde de premier aan dat hij zelf de partij naar de komende verkiezingen wil voeren.

Maar Blairs boodschap was niettemin van een bizarre dubbelzinnigheid: hij moest het ziekenhuis in voor een hartoperatie, zei hij, maar hij was óók van plan om er een jaar of vijf als premier aan vast te plakken. En overigens had hij net een huis gekocht van 3,6 miljoen pond voor als hij met pensioen zou gaan als premier.

Inderdaad stof tot nadenken voor Brown. Te meer als je weet dat Margaret Thatcher, wier regeerrecord van twaalf jaar Blair graag wil breken, óók zei dat ze van plan was om ,,on and on and on'' te gaan. Dat was vlak voordat haar partij haar tot aftreden dwong.