Bij slapeloosheid werkt gedragstherapie beter dan slaapmiddel

Lijders aan slapeloosheid komen daar beter van af met cognitieve gedragstherapie dan met slaapmiddelen, zo blijkt uit een onderzoek van de Harvard Medical School. Een groot voordeel van de gedragstherapie is dat het effect ook op de lange termijn stand houdt, terwijl na stoppen met slaapmiddelen de slapeloosheid gewoon weer terugkomt (Archives of Internal Medicine, 27 sept).

De Amerikaanse slaaptherapeuten hebben via advertenties 63 deelnemers voor het onderzoek geselecteerd. Zij hadden allemaal minstens een half jaar drie of meer keer per week last van inslaapproblemen en waren daardoor ook overdag vermoeid, humeurig of afwezig. Als behandeling kregen ze cognitieve gedragstherapie, een slaapmiddel (zolpidem) of een combinatie van die twee. Er was ook nog een vierde groep die niets kreeg: geen gedragstherapie en een placebopil.

De cognitieve gedragstherapie bestond uit vier individuele sessies van een half uur. Daarin leerde de deelnemer om overspannen verwachtingen en opvattingen over het slapen te herkennen en bij te stellen. Veel voorkomende gedachten zijn bijvoorbeeld `Slapeloosheid ruïneert mijn leven', en: `Ik wil net als mijn partner meteen inslapen'. De deelnemers leerden om het bed weer te associëren met slapen in plaats van met frustraties over wakker liggen en krampachtige pogingen om in slaap te komen. Het bed mocht alleen gebruikt voor slapen en seks: dus pas naar bed als je slaperig bent of zin hebt in vrijen. Als in het eerste geval de slaap niet binnen 20 tot 30 minuten kwam, moest men naar een andere ruimte voor rustige en ontspannende bezigheden tot men wel slaperig was en dat zo vaak als nodig, ook midden in de nacht.

Na twee weken behandeling bleek uit bijgehouden slaapdagboeken dat 50% van de deelnemers met cognitieve gedragstherapie en een even groot percentage op de combinatie met een slaapmiddel normaal insliep, dat wil zeggen binnen 30 minuten. Met een slaapmiddel alleen lag dat op 36% en met een placebo op 21%. Na afloop was het resultaat bij de groep die alleen een slaapmiddel kreeg, meteen weer verdwenen. Die hele groep wilde meteen overstappen naar gedragstherapie. Ook bij de combinatie van gedragstherapie en een slaapmiddel was na het onderzoek een duidelijke verslechtering merkbaar bij het inslapen, terwijl het effect bij de gedragstherapiegroep gewoon bleef.

Het slaaponderzoek is financieel gesteund door de Amerikaanse National Institutes of Drug Abuse en dat schetst het probleem. In Nederlandse apotheken gaan volgens de Stichting Farmaceutische Kengetallen jaarlijks zo'n tien miljoen recepten voor oxazepam, temazepam en andere benzodiazepine-achtige slaapmiddelen over de toonbank. En dat terwijl ook de huisarts geleerd heeft dat hij de nadruk moet leggen op praktische adviezen over slapen en wakker zijn.