Zwemmen is en blijft een sport in de marge, alle successen ten spijt

Het kostte hem vorige week moeite om toe te geven. Cees Vervoorn is niet alleen voorzitter van Topzwemmen Amsterdam (TZA), de oud-topzwemmer is bovenal een groot zwemliefhebber. Maar uiteindelijk was de pijnlijke conclusie onontkoombaar. Ook voor de geboren optimist uit Den Haag: ,,We kunnen het geld maar niet uit de markt halen.''

Wat ruim drie jaar geleden begon als een ambitieus zwemproject, deinend op de golven van de `Sydney'-successen, is inmiddels verworden tot een schip in nood. Bij gebrek aan voldoende financiële slagkracht ziet het bestuur zich gedwongen een paar forse stappen terug in de tijd te doen. TZA gaat als het al lukt de vereiste 100.000 euro bijeen te krijgen en de zeven aangesloten zwemmers niet opstappen verder als het eliteklasje van de Amsterdamse vereniging De Dolfijn.

Vervoorn deed nog wel zijn best die uitgeklede variant te verkopen als ,,nog altijd beter dan wat de clubs elders in Nederland te bieden hebben''. Dat mag zo zijn, maar van het oorspronkelijke voornemen is weinig (meer) over: een volwassen professionele ploeg met een dito begeleiding en een dito ambitieniveau. Tenzij zich een dezer dagen alsnog een welwillende suikeroom meldt in het Sloterparkbad.

Die kans is niet groot, gelet op de verwoede maar vruchteloze pogingen die het TZA-bestuur de afgelopen maanden ondernam. Liet (en laat) de daadkracht van sommige topzwemmers al te wensen over, voor potentiële sponsors geldt hetzelfde.

Illustratief voor de armoede was de `badmutsenaffaire', die begin dit jaar de toch al broze verstandhouding tussen de twee profploegen (Amsterdam en Eindhoven) en de Stichting Topzwemmen Nederland (STN) op scherp zette. Voor een appel en een ei (16.000 euro voor het logorecht) hield het ooit als slagvaardig bedoelde topsportorgaan van de Nederlandse zwembond (KNZB) uitverkoop.

DSB was de verbaasde maar lachende derde, die bij toeval in aanraking was gekomen met de zwemsport. Ex-marathonzwemmer Hans van Goor is in dienst bij het bedrijf, en getrouwd met langeafstandsspecialiste Edith van Dijk. Namens haar moest DSB-manager Toon Gerbrands om de tafel met STN. Voor de oud-volleybalcoach het goed en wel besefte, had hij voor ,,een habbekrats'' de rechten verworven van de gehele ploeg.

Het voedde de woede van Vervoorn en collega Cees-Rein van den Hoogenband in Eindhoven. Hun eigen sponsors voelden zich bekocht. Geen wonder dat de twee hemelbestormers de STN-organisatie neersabelden als ,,een inefficiënt apparaat, dat de groeimogelijkheden van het topzwemmen in de weg staat''.

Het voorval zei niet alleen veel over het topsportvijandige denken van de papieren tijger STN, het zei bovendien veel, zoniet alles, over de zwemsport zelf. Zwemmen is, alle successen van met name Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn ten spijt, geen mediagenieke (lees: tv-genieke) sport. Te weinig topwedstrijden, te weinig reclamemogelijkheden (slechts de badmuts) en te weinig topzwemmers. Bestierd bovendien door een van oudsher op de breedtesport georiënteerde bond, die vier disciplines (synchroonzwemmen, schoonspringen, waterpolo en zwemmen) moet bedienen en onder leiding staat van een directeur (Jos Kusters) die nooit heeft geloofd in topsportdivisie.

Maar ook de zwemmers dienen een blik in de spiegel te werpen. In Amsterdam bestempelt een aantal van hen de vooraf geformuleerde ambities (olympische finales halen) nu ineens als `droomdoelen'. Zij zijn wél tevreden met de aanpak én de resultaten van trainer-coach Fedor Hes, wiens contract niet wordt verlengd mede door de teleurstellende, individuele prestaties tijdens het `afrekenmoment Athene'.

Het is de succesvolle `BV Van den Hoogenband' die geld weet te genereren in Nederland (Philips), meer niet. In Dordrecht is Topzwemmen West-Nederland allang blij het hoofd überhaupt boven water te houden. Het zijn bescheiden bedragen en al even bescheiden ambities, die de ploeg van manager Erik van Westen onderscheiden van een `gewone' zwemclub. Met dank aan een bedaagde hoofdcoach, die toevallig verzot is op zwemmen en zijn dagen niet achter de begonia's wil slijten: de gepensioneerde Dick Bergsma (66).

In Amersfoort wordt al vier jaar lang geroepen dat ook daar een profploeg annex steunpunt van de grond komt. Het is al die jaren bij loze woorden gebleven. Het eens zo trotse zwembolwerk AZ&PC ligt in duigen. Andere initiatieven (XLence Swimteam, Topzwemmen Limburg) vallen bij gebrek aan kennis en financiën amper serieus te nemen.

,,Het slagveld is nauwelijks te overzien'', verzuchtte bondscoach en STN-werknemer André Cats vorige week. Dat is zachtjes uitgedrukt. Eerst moest de communicatief incapabele directeur Marcel van der Togt het veld ruimen, vervolgens was het de beurt aan Cats zelf. Hij was volgens een deel van de zwemtop niet het beoogde `cement tussen de stenen', meer een blok aan hun been. Als excuus kon Cats aanvoeren dat hij zoveel binnenbrandjes bij STN moest blussen dat hij amper aan zijn kerntaken toekwam.

Pijnlijk of niet, maar vier jaar na `Sydney' luidt de trieste conclusie dat het mondiaal gezien vele malen grotere zwemmen geen schaatsen is. Erger nog: zelfs geen pijltjesgooien. Zwemmen is en blijft een sport die, net als in de Verenigde Staten, één keer in de vier jaar (Olympische Spelen) tot de verbeelding spreekt. Na afloop gaan het (tv-)publiek en (dus) de sponsors weer over tot de orde van de dag: voetbal.

Het enig tastbare bewijs van een talentvolle generatie onder aanvoering van Van den Hoogenband is straks het Nationaal Zwemstadion in Eindhoven. Vraag is alleen of Nederland tegen die tijd nog wel topzwemmers heeft die het bad kunnen (en willen) vullen.