Weer een normale bloedwaarde? Gefeliciteerd!

Wie effectief doping wil bestrijden, organiseert weer net zoals vroeger wielerklassiekers over monsterafstanden.

Vorige week eenmaal zo onbedaarlijk in de lach geschoten dat de thee me door de neusgaten naar buiten spoot. De Vuelta-commentator voor de VRT verklaarde kurkdroog dat de Nederlander Lon Schattenberg, voorzitter van de medische commissie van de UCI, in een Spaanse krant de renners van Euskaltel had gefeliciteerd met het feit dat hun bloedwaarden eindelijk weer normaal waren. Dat is inderdaad een felicitatie waard. Het is in de uitslagen ook terug te lezen. Collectief spartelden de jongens van Euskaltel dagelijks voor de bezemwagen uit.

Een nieuwe Australische test bracht aan het licht dat Tyler Hamilton in dezelfde Vuelta met andermans bloed in de aderen zou hebben gereden. De contra-expertise kwam tot geen andere conclusie. Plots daarop kwam het bericht door dat zijn olympische goud op de individuele tijdrit op dezelfde wijze was vergaard. De olympische contra-expertise viel gelukkiger uit voor Hamilton. Zij kon namelijk niet plaatsvinden. Het bloedstaal was ingevroren en dus ongeschikt.

Een van de redenen om de etappes van de Vuelta zo kort te houden is om de renners niet in de verleiding te brengen naar d'n Drog te grijpen. Een drogreden. De moderne `therapieën' zijn juist efficiënter bij kortere afstanden. Niet voor niets pleit ik al jaren voor een terugkeer naar de monsterafstanden uit de oertijd van het cyclisme.

Wie effectief doping wil bestrijden, gaat qua afstand zitten boven het maximale bereik van het eigentijdse spul, een kilometer of 450. Ik denk bijvoorbeeld aan de herinvoering van een wielerklassieker als Parijs-Brest-Parijs; 600 kilometer heen, 600 terug. En dat op één dag.

Richard Virenque nam afscheid van de sport in het Parijse theater Olympia. Goed gekozen locatie. Virenque, dat was altijd al variété. Een netkousencoureur. Toen zijn verzorger Willy Voet in 1998 met een pallet epo in zijn auto werd aangehouden en gelijk in het cachot werd gestoken, schijnt Richard kreunend te hebben uitgeroepen: oh, als ze mijn spulletjes maar niet hebben opgesloten. Virenque, de meest bezongen dopingmartelaar uit de geschiedenis.

Interessant fenomeen, supportersliefde. Zo redeneren supporters: onrechtvaardig dat juist míjn held de klos is, want iedereen doet het. Daarom pleit ik nu voor een revolutionair maar technisch reeds uitvoerbaar systeem. Vervang de rugnummers door een streepjescode. De supporter (lees: consument) voor zijn televisiescherm kan met dezelfde handscanner die gebruikt wordt bij de winkelkassa elke informatie oproepen die hij wenst. Naam, leeftijd, gewicht, maar ook welke hulp- en vulstoffen in dat lichaam zitten, en in welke dosering? Laat de consument naar eigen inzicht zijn mythes creëren.

Toen Voet uit de lik kwam, schreef hij het boek Prikken en Slikken, een nuttig en gedetailleerd naslagwerk voor de beginnende en gevorderde fietser; alle trucs betreffende het klassieke en moderne prepareren, het flikken van de dopingcontrole en nog veel meer, in een band verzameld.

Dat het boek slecht zou vallen in `het Milieu' stond bij voorbaat vast. ,,Voet maakt de sport kapot!'', werd geroepen. Ik noem het liever een belangrijk, emancipatoir werkstuk.