Waar ze niet over spraken

Inzet was het Amerikaanse buitenlands beleid, speerpunt was Irak. De twee kemphanen George W. Bush en John Kerry duelleerden vannacht voor het eerst live op televisie. Over ruim een maand zijn de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Het debat ging, hoe kan het anders, vooral over oorlog en terreur.

Eén onderwerp kwam er bekaaid af: het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Beiden noemden Israël een enkele keer in de marge. Op de dag van hun discussie kondigde Israëls premier Sharon een ,,grootschalig en aanhoudend'' offensief in de Gazastrook aan tegen Palestijnse brigades die Israëlische steden met raketten en mortieren bestoken. Terwijl Bush en Kerry elkaar met woorden te lijf gingen over Irak, laaide de oorlog tussen de twee erfvijanden in het Midden-Oosten in volle hevigheid op. Van enig Israëlisch-Palestijns `vredesproces' is al lange tijd geen sprake meer. Het overleg, de bemiddeling, de initiatieven – er zit geen enkele vooruitgang in. Het vredesproces, een volkomen uitgehold woord, is dood.

Aan John Kerry werd onlangs gevraagd wat zijn visie is op dit splijtende conflict in het Midden-Oosten. Hij begon een meanderend betoog dat overal over ging, maar dat geen antwoord gaf op de vraag. Ook president Bush heeft de kwestie de laatste tijd zorgvuldig gemeden, wetend in wat voor wespennest hij zich steekt als hij daar in dit stadium van de verkiezingsrace al te stellige uitspraken over doet. Beiden zien in dat er geen winst mee te behalen is; daarom gingen ze het onderwerp vannacht ook uit de weg. Electoraal is dit begrijpelijk, maar overigens is het struisvogelpolitiek.

Of het vredesproces tot leven kan worden gewekt, hangt af van de inzet en goede wil van de belangrijkste deelnemers. De Israëlische regering en de politieke leiders van de Palestijnen staan verder van elkaar af dan ooit. Iedere toenaderingspoging is gedoemd te mislukken. De Europese Unie zwijgt in alle talen, Rusland ook – mede-initiatiefnemers van het laatste vredesplan – en dus zullen de Verenigde Staten vroeg of laat de dialoog weer op gang moeten brengen.

Tot aan de presidentsverkiezingen in november zal dat niet gebeuren, maar een nieuwe president zal aan het conflict prioriteit moeten geven. De symboolwaarde ervan is enorm, niet alleen in het Midden-Oosten maar ook elders. Het gaat te ver om te zeggen dat een (begin van een) vredesregeling tussen Israël en de Palestijnen een temperend effect op de gewelddadigheden in Irak heeft, laat staan dat de moslimterreur in de wereld erdoor wordt gestopt. Terroristen in Al-Qaeda-achtige groepen hebben een eigen agenda. Ze laten zich weinig gelegen liggen aan de troebelen op de Westelijke Jordaanoever of in Gaza. Toch helpt het als het vredesproces weer op gang komt. De wereld mag zich er niet bij neerleggen dat er nu niets gebeurt.

De Britse premier Tony Blair stak deze week wèl zijn nek uit. Hij zei het als een persoonlijke nederlaag op te vatten als het vredesproces geen her-start krijgt. Mooie woorden; nu de daden nog.

De `Routekaart naar vrede', het laatste en langgeleden geparkeerde vredesplan, blijft een aanknopingspunt voor nieuw overleg. Wel is het de vraag of de intussen op de grond geschapen feiten – de aanslagen, het veiligheidshek, de dubbele nederzettingenpolitiek, de hele staat van oorlog – het plan niet achterhaald hebben gemaakt. Hoe dit ook zij, en wie ook president van de Verenigde Staten wordt, een tweestatenoplossing is en blijft de enig realistische optie.