`Vriendschap is voor mij in 't café zitten en praten'

Even een telefoontje voor het gesprek echt kan beginnen. ,,Nee'', zegt Eddy Terstall in de hoorn. ,,Dat is als Camiel naar de papegaaienkooi loopt.''

Er is een zinnetje verdwenen. Uit zijn nieuwste film, Simon. Een zinnetje dat bij dit beeld hoorde. Raadsel. De film werd Engels ondertiteld om te kunnen meedingen naar de Oscar en toen bleek ineens dat zinnetje te zijn verdwenen. ,,Er staat essentiële informatie in'', zucht de 40-jarige regisseur aan tafel in zijn vaste café in de Amsterdamse Jordaan. ,,Hier legt de vertelstem uit dat Simon iedereen `buurman' noemt, of die nou in Apeldoorn woont of hier om de hoek.''

Simon zegt zelf de hele verdere film toch `buurman' tegen iedereen? Waarom moet een vertelstem dat dan van tevoren uitleggen?

,,Om te laten zien dat de ene hoofdpersoon, Camiel, een beetje beschouwelijk is. Dat hij aankijkt wat voor iemand de andere is, Simon dus. Dat je niet denkt, dat Camiel zich alles wat Simon zegt laat aanleunen.''

Het duurt een kwartier eer duidelijk wordt van wie de stem is en dan komt de film pas goed op gang.

,,Ja, al mijn films beginnen nogal gammel. Ik heb altijd zeker tien minuten nodig om mijn hoofdpersonen te leren kennen.''

De hoofdpersoon is een hasjhandelaar. ,,Een kleinschalige jongen. Deze film gaat over mensen die ik ken, over het Amsterdam dat ik ken, de Jordaan en Zuid. In Zuid staan de mooie huizen waar coffeeshophouders als Simon gingen wonen zodra ze een smak geld hadden verdiend.

,,Deze film hangt erg op de mores van Amsterdam. De grappen, het geouwehoer, de scheldwoorden. Amsterdammers die ik ken zeggen nooit `hee, eikel', daar zijn ze te origineel voor. Die zeggen `hee, grutto' of `hee, lapjeskut'. Of: `Hee, Pipo, is je zakdoek in de was?''

De film bestaat vrijwel geheel uit scènes van mensen die met elkaar praten. Is dat de ultieme vorm van vriendschap?

,,Voor mij wel. Ik ben opgegroeid in de Jordaan, waar een heel verbale cultuur heerst. In het café zitten praten.''

De belangrijkste elementen van Terstalls dagelijks leven zijn de belangrijkste elementen van zijn films. Ouwehoeren. Café. Voetbal. ,,Een vrije trap waarvan je zodra je schopt al voelt dat het een doelpunt zal worden. Daarbij vergeleken is film een heel secundaire ervaring.''

De nonchalance van Eddy Terstall wanneer hij over zijn werk als filmer praat. Hoe eenvoudig hij het scenario aanpakt. In het café zitten, pen in de aanslag, proberen zijn personages te kennen en dan afwachten hoe ze beginnen te spreken. ,,Hee, nu zegt-ie dit, en dan onmiddellijk reageren.'' Hoe simpel hij filmt. Niet al te veel stilering, dat noemt hij dodelijk voor comedy. Een medium tot wijd kader en de grap overlaten aan de timing van de acteurs. ,,Ik let vooral op de intonatie.''

Zijn eerste twee films, Transit en Walhalla kwalificeert hij nu als ,,viertjes, vijfjes''. Te veel pretenties. ,,Ik wilde iets heel groots vertellen en bedacht daar karakters en situaties bij. Nu werk ik precies andersom, ik denk vanuit de personages.''

Sinds Hufters en Hofdames werkt hij met een vast groepje gelijkgezinden en sindsdien gaat het beter. Simon vindt hij het best tot nog toe. Hij is lyrisch over zijn acteurs. Ze hebben razendsnel moeten werken. Vooral omdat het weer op een koopje moest. De film was op 2,4 miljoen euro begroot, maar de producent kon niet meer dan 1,1 miljoen vinden.

Hij denkt ernstig aan stoppen met filmen. Eén, misschien nog twee films wil hij maken. De volgende staat al op stapel. Vox populi heet die. ,,Over de rechtsstaat'', zegt Terstall losjes.

Dan belt de producent. Slecht nieuws van Buitenlandse Zaken. De vorige films van Terstall zaten meestal in een reispakket van het ministerie. Maar Simon willen ze niet. Als hij met een laconiek `nou ja' heeft opgehangen, telt Terstall de diplomatieke belemmeringen op. ,,Simon gaat over het homohuwelijk en over euthanasie en er komen misschien wat te veel tieten in voor.''

En er wordt flink in geblowd.

,,Ja. Allemaal dingen die voor mij doodgewoon zijn. Maar dat is 10 september-denken. De wereld die ik ken, is aan flarden gegaan na de aanslagen van 11 september. De resten ervan liggen nu onder schot vanuit de rechterkant van de samenleving, de Balkenendes en de Donners. En dat is dan nog mild rechts. Mild vergeleken bij het extreem-fascisme van een land als Saoedi-Arabië. Of bij ultra-fascist Osama bin Laden. Die mensen haten ons niet om wat we doen, maar om wat we zijn.'' De nonchalance is op slag verdwenen. ,,Dit is acuut'', zegt hij. Terstalls wereld van ruimhartige tolerantie dreigt te worden vermalen en dat vraagt om ,,krachtdadige redelijkheid''. Om geweld? ,,Fascisme moet je desnoods met geweld bestrijden.''