`Verkrachting in Rwanda niet bestraft'

Tien jaar na de genocide in Rwanda wachten de vrouwen die destijds werden verkracht nog altijd op gerechtigheid. Het leeuwendeel leeft in grote armoe en heeft geen toegang tot gezondheidszorg.

Veel van de vrouwen zijn door hun verkrachters met het aidsvirus besmet, aldus een rapport van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch dat gisteren is verschenen. Een speciale rapporteur van de Verenigde Naties schatte in 1996 dat ten minste 250.000 vrouwen tijdens de genocide zijn verkracht. Niet meer dan enkele tientallen daders zijn sindsdien vervolgd.

,,Het stemt me triest om te horen dat ze me `iemand die het gered heeft tijdens de genocide' noemen'', zei een vrouw die bij een groepsverkrachting tien jaar geleden zwaar gewond en getraumatiseerd raakte tegen Human Rights Watch. ,,Ik heb het niet gered. Ik ben nog steeds aan het worstelen.''

Zwakheden in het Rwandese juridische systeem belemmeren het onderzoek naar seksueel geweld en de vervolging van de daders, aldus het rapport. Verkrachting is in de wet niet nauwgezet omschreven, wat leidt tot tegenstrijdige vonnissen, verwarring binnen het juridisch apparaat en wijdverbreide veronachtzaming van seksueel geweld.

Daarnaast genieten de slachtoffers onvoldoende bescherming. Dat geldt vooral voor de gacaca, de gemeenschapsrechtpleging die drie jaar geleden werd ingevoerd omdat het justitieel systeem de stroom van verdachten niet aankon. Veel vrouwen die verkracht zijn, vrezen dat de gemeenschap hen verwerpt als ze in het openbaar vertellen wat hun is aangedaan. Getrouwde vrouwen zeggen niks tegen hun mannen uit vrees te worden verstoten. Vrijgezelle vrouwen zwijgen om hun trouwkansen niet te verspelen. De meeste vrouwen gaan ervan uit dat de daders toch vrijuit gaan omdat eventuele getuigen in de meeste gevallen uit de weg zijn geruimd.

Volgens het rapport van Human Rights Watch zijn politie en justitie ook niet toegerust op het omgaan met seksueel geweld. Vrouwen zijn binnen die overheidsapparaten sterk ondervertegenwoordigd. Ze maken maar vier procent van het politiekorps uit. Van de vrouwen die tussen 1998 en 2003 een klacht indienden omdat ze tijdens de genocide waren verkracht, heeft de helft nooit meer iets gehoord. Hun klacht werd niets eens geregistreerd.

De meeste verkrachte vrouwen hebben het gevoel dat hun lijden niet wordt erkend en dat ze geen enkele kans maken op gerechtigheid. Ze doen daar ook geen moeite meer voor en houden hun ervaringen voor zichzelf. Ze hebben hun handen al meer dan vol aan de dagelijkse strijd om voedsel, onderdak, medische zorg en onderwijs voor hun kinderen. ,,Hoe kun je de man aanpakken die jou heeft verkracht'', zegt een vrouw in het rapport, ,,terwijl hij een gezin heeft en jij alleen bent, zonder iemand die je steunt''.