Strak geregisseerde emotie versus rede

34 pagina's afspraken gingen aan het eerste presidentiële debat in Florida vooraf. Maar de kandidaten waren fel en geen feit bleef onweersproken.

Niemand mocht fatale fouten maken, en dat is ook niet gebeurd. Kerry's grootste misser was overigens dat hij steeds naar de vragensteller keek, terwijl Bush anderhalf uur de Amerikaanse kijker in de huiskamer aankeek. Daarmee won hij de empathieprijs, terwijl Kerry een grotere beheersing van de problemen toonde.

Het eerste presidentiële debat, dat gisteravond in Zuid-Florida werd gehouden, was een geritualiseerde affaire. De kandidaten mochten volgens de 34 pagina's afspraken zo veel níet dat hun mondelinge treffen gisteravond leek op een serie door elkaar gemonteerde monoloogjes.

Alleen door de felheid waarmee de twee elkaar aanvielen, en de noodzaak voor beiden geen verwijt onweersproken te laten, ontaardde deze overgestructureerde ontmoeting toch in een debat.

Een paar dingen vielen op. George W. Bush was minder vrij dan toen hij in 2000 als Texaan op de poorten van Washington klopte. Dit keer droeg hij de last van het moeten verdedigen van vier jaar Witte Huis. Dat deed hij vooral door de morele noodzaak te onderstrepen van wat hij deed. Hij liet zich amper verleiden in te gaan op de kritische opsomming van mislukkingen waar zijn tegenstander hem mee om de oren sloeg.

De president was het overigens zichtbaar niet meer gewend te worden aangevallen. Zijn blik vernauwde zich dan, zoals de terzijde-shots van de tv lieten zien, die in strijd met de wensen van de twee campagnes werden uitgezonden. Hoewel hij op vrijwel iedere aanvalslijn van senator Kerry voorbereid moet zijn geweest, beviel het president Bush slecht toen John Kerry meteen overging tot de aanval.

Gaandeweg kreeg de president meer greep op het debat. Hij liet geen kans voorbij gaan om Kerry te verwijten steeds van standpunt inzake Irak te veranderen. Zijn tweede vaste aanvalspunt was het omdraaien van Kerry's kritiek dat `Irak' afleidt van de echte oorlog tegen het terrorisme, en het in Afghanistan tijdig pakken van Bin Laden. Bush: hoe kan je meer bondgenoten bij de oorlog betrekken als die oorlog een zijpad is, hoe kan je onze soldaten vragen te geloven in een oorlog die een vergissing is? Kerry zat even klem toen hem ook nog werd gevraagd of de meer dan duizend dode Amerikaanse militairen voor een vergissing waren gestorven. Hij kon dat niet toegeven, hoewel zijn eigen logica een ja-antwoord suggereerde.

Aan de andere kant rekende Kerry duidelijker dan ooit af met de knagende onduidelijkheid van zijn Irak-standpunt. Nadat Bush hem voor de zoveelste keer had herinnerd aan zijn aanvankelijke steun voor oorlog tegen Irak, kwam Kerry terug: ,,Ik heb steeds één en het zelfde standpunt gehad, namelijk dat Saddam Hussein een gevaar was. Er was een goede en foute manier om hem te ontwapenen. En de president koos de verkeerde manier.'' Waarop Bush: ,,Het enige consistente in het standpunt van mijn tegenstander is dat hij inconsistent is. Je kunt de oorlog tegen het terrorisme niet winnen als je je standpunt steeds verandert.'' Terwijl Kerry in zijn slotverklaring opnieuw pleitte voor sterke bondgenootschappen, zond Bush een boodschap in code naar zijn christelijke luisteraars: ,,We've climbed the mighty mountain. I see the valley below, and it's a valley of peace''.

Deze laatste woorden waren nog amper verstorven of het meta-debat begon, het gevecht om wie welke punten had gescoord, en wie als de winnaar moest worden beschouwd. In een sportzaaltje op de campus van de Universiteit van Miami verschenen de belangrijkste adviseurs van beide kemphanen om hun draai te geven aan de afgelopen negentig minuten. Dat is de in de Verenigde Staten goed ontwikkelde traditie van de spin room of spin alley.

Karl Rove en Karen Hughes, de opper-strateeg, respectievelijk communicatie-kundige van president Bush, senator McCain, Rudi Giuliani, generaal Tommy Franks, zij liepen allemaal namens president Bush in de zelfde ruimte als Kerry-ondersteuners Richard Holbrooke, Madeline Albright, en Kerry's nieuwe buitenlands beleid-woordvoerster Susan Rice. Voor Joe Lockhart, de ex-woordvoerder van president Clinton, leed het geen twijfel dat Kerry winnaar was: ,,Hij heeft vanavond aangetoond dat hij een sterke leider is met een betere strategie voor Irak. Bovendien heeft hij 50 miljoen mensen laten zien dat alle maatregelen om ons land beter te verdedigen tegen terrorisme niet zijn genomen omdat president Bush het geld liever weggaf aan de rijksten.''

Matthew Dowd, strateeg van de Bush-campagne, beschreef hoe Kerry achterop was geraakt door op de Democratische conventie niets nieuws te vertellen en in augustus nog drie keer van standpunt te veranderen. ,,Daarna gaf president Bush op de Republikeinse conventie een sterk voorbeeld van leiderschap en vanavond is de zaak beklonken: van een gelijk opgaande race is het er een waarin de president vijf à zes procent voorligt''.

Karen Hughes, die zich graag als security mom tolk maakt van verstandige, Republikeinse huisvrouwen, beschreef uiterst bekwaam in verschillende toonsoorten voor een Arabische zender, voor de BBC en voor het krantenvolk hoe president Bush heeft geworsteld met de noodzaak van een oorlog. ,,Hij werd gedragen door zijn overtuiging, maar het is zwaar om zulke gewichtige beslissingen te nemen.''

Begin volgende week op zijn vroegst wordt duidelijk wie in het Amerikaanse geheugen wordt bijgeschreven als winnaar van het eerste presidentiële debat van dit seizoen. Voorlopig geldt wat een van de serieuze kenners van de Amerikaanse politiek, Norm Ornstein van het American Enterprise Institute, gisteravond opmerkte: ,,Democraten vroegen de afgelopen weken met afgezakte schouders wat ik er van dacht. Na vanavond kunnen zij weer met rechte schouders lopen.''