Slechter voedsel door prijzenslag

Super de Boer claimt trots dat zijn soepballetjes maar liefst 10eurocent goedkoper zijn dan bij Albert Heijn. Maar kan deze supermarkt zijn klanten ook garanderen dat er minder dubieus slachtafval in de vleesballetjes is verwerkt en dat de varkens niet onverdoofd zijn gecastreerd?

Minder betalen voor dezelfde kwaliteit – het reclamegeweld rond de prijzenslag moet ons laten geloven dat sprookjes bestaan. Maar wie zich nog presenteert als kwaliteitssupermarkt draait de consument een rad voor ogen. De werkelijkheid achter de prijzenslag is dat de kwaliteit van ons voedsel wordt aangetast.

Enkele jaren geleden presenteerde Albert Heijn het beleidsprogramma `Schoon en Residuvrij', waarmee AH toezegde binnen enkele jaren alleen nog levensmiddelen in de schappen te hebben zonder resten landbouwgif. Terecht kreeg het bedrijf hiermee positieve publiciteit.

Maar dit is geschiedenis, nu de vermeende kwaliteitssupermarkt half september toegaf dat deze ambities zijn losgelaten. In tijden van een prijzenoorlog is kwaliteit kennelijk geen prioriteit meer. Albert Heijn verweert zich nu met de stelling dat het niet mogelijk is 100 procent residuvrij te werken, het zou te veel `oogstverlies' opleveren. Dit verklaart in ieder geval waarom Milieudefensie zoveel gif op de aardbeien van Albert Heijn heeft aangetroffen: bij onze onafhankelijke metingen bij verschillende supermarkten kwam AH als één van de slechtste uit de bus. De fixatie op prijs gaat hier aantoonbaar ten koste van de kwaliteit van ons voedsel.

De prijzen van groente en fruit zijn de afgelopen jaren gedaald. Het aantal overschrijdingen van de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in groente en fruit stijgt over de gehele linie, zo laten opeenvolgende jaarverslagen van de Keuringsdienst van Waren zien. Niet alleen bij Albert Heijn zit vaak meer landbouwgif in groente en fruit dan wettelijk is toegestaan, ook bij supermarkten als C1000 en Super de Boer is dat het geval. Er zijn zelfs illegale middelen aangetroffen. Het vertrouwen van de klant die `schone' producten in de schappen verwacht, wordt beschaamd.

De Nederlandse supermarktketens treden volstrekt onvoldoende op tegen deze misstanden. Sterker, Nederland daalt qua prestatie op de Europese ranglijst, we behoren meer en meer tot de achterlopers. Aangezien bijvoorbeeld Britse supermarkten wél effectief werken aan het terugdringen van gif in voedsel, lijkt hier sprake van onwil.

De normen voor resten landbouwgif in voedsel beschermen de gezondheid van consumenten, van boeren en loonwerkers in de agrarische sector, en ze beschermen milieu en natuur. Risico's zijn er vooral voor jonge en voor ongeboren kinderen. De Gezondheidsraad heeft dit jaar nog onderstreept dat kinderen vaak veel gevoeliger zijn voor de negatieve gezondheidseffecten van bepaalde bestrijdingsmiddelen dan volwassenen.

Een recent rapport van de Europese Commissie (met resultaten uit 19 onderzochte landen) laat zien dat groente en fruit in ons land het vaakst meer dan de wettelijk toegestane hoeveelheid landbouwgif bevatten. Bij gelijke normen doet ieder ander land, van IJsland tot Italië, het beter dan Nederland.

De Nederlandse supermarkten behoorden binnen Europa al tot de achterhoede als het gaat om maatschappelijk ondernemen. Neem het aanbod biologische producten in de schappen. In Nederland is Albert Heijn dan nog de best presterende supermarkt, met het afgelopen jaar 130 verschillende biologische producten in de winkel. Maar vergeleken met onze buurlanden is dit aantal treurig. Het Duitse Karstad heeft een aanbod van 530 biologische producten en Delhaize in België komt uit op 650. In Groot-Brittannië, Zweden en Zwitserland bieden de supermarkten zelfs meer dan 1.100 verschillende producten aan die zijn geproduceerd zonder gif, kunstmest of dierenleed. De Nederlandse achterstand neemt verder toe onder invloed van de huidige prijzenslag. Albert Heijn heeft onlangs het biologische aanbod verminderd ,,om economische redenen''.

Alle levensmiddelen die in supermarkten worden verkocht, komen uiteindelijk van de boerderij, van een akker, uit een boomgaard of een stal. Als we willen dat boeren op een maatschappelijk verantwoorde manier produceren, zal daar ook een fatsoenlijke prijs voor moeten worden betaald. Maar door de zinloze concurrentieslag tussen de supermarkten staan de prijzen van voedsel onder druk. Boeren worden door de supermarkten gedwongen te produceren ten koste van landschap, dierwelzijn en milieu. Dat pakt ook negatief uit voor de kwaliteit van de voedselproductie. Het is duidelijk dat aan de supermarktoorlog een verborgen prijskaartje hangt.

De Nederlandse supermarkten spenderen miljoenen aan reclamecampagnes om hun klanten toe te schreeuwen dat ze zo goedkoop zijn. Tegelijkertijd wordt het vertrouwen van diezelfde klanten beschaamd door een aanbod waarvan de kwaliteit verder afneemt. Het wordt tijd om te stoppen met deze debilisering van de consument.

Vera Dalm en Wouter van Eck zijn respectievelijk directeur en campagneleider Landbouw en Voedsel bij Milieudefensie.