Column

Rouwdouwen

Willem Oltmans is dood. Zal Frits Barend speechen? Er zijn al Bekende Nederlanders die na de veelbesproken Hazesdienst in de Amsterdam Arena onmiddellijk naar de notaris zijn gerend om in hun testament te laten vastleggen dat Frits niet als beste vriend mag spreken op hun crematie, begrafenis of vriesdroging. De curieus gekapte journalist bedoelt het ongetwijfeld goed, maar het komt zo andersom over.

Donderdagmiddag hoorde ik al dat Oltmans ‘s avonds zou sterven. Heel journalistiek Nederland was op de hoogte. Hij heeft zijn heengaan minutieus geregisseerd. De media konden zich op die manier goed voorbereiden. De slechterik in mij dacht even: misschien wilde Willem vorige week al hemelen, maar werd ook hij overvallen door de plotselinge dood van onze volkszanger en heeft hij het toen een dag of wat uitgesteld. Uit angst te worden ondergesneeuwd. Dit zijn van die gedachten die ik altijd netjes voor mezelf hou en nooit hardop zal uitspreken. Zelfs niet dronken. Het zegt namelijk meer over mij dan over de overledene.

Wie zal er bij Willem gaan speechen? Soekarno is dood, Saddam Hoessein verhinderd en de in de ogen van de overledene onschuldige Bouterse durft vast niet. Misschien wil Adriaan van Dis een paar roerende herinneringen ophalen. Zal er een krans namens de regering op de kist liggen? Ik vrees van niet. Het is jammer dat hij dood is. Het was een mooie flamboyante paradijsvogel in ons oh zo saaie kippenhok.

Wat ik wil na mijn dood? Ik wil niks. Maar ik heb dan ook niks meer te willen. Iedereen gaat zijn gang maar. Als mijn vrouw vanaf mijn sterfbed rechtstreeks naar de borreltafel van Barend & Van Dorp rent om het weduwe-aanwezigheidsrecord van de vrouwen van Bram Vermeulen en André Hazes te verbeteren, dan moet ze dat vooral doen. En als het volk wil smullen van het door haar vertelde en door reclameblokken onderbroken relaas over mijn laatste adem, dan moet het volk maar lekker smullen. En als men het laatste persoonlijke liefdesbriefje van mij aan mijn vrouw op de hoes van een dvd of cd wil afdrukken, vind ik het best. Wat is smaak? En wat is smakeloos? Ik weet het zo langzamerhand niet meer, maar het zal me dan ook jeuken. Ik ben dood en geef me op dat moment over aan het ongedierte dat mijn botten schoon zal knagen.

Wel wil ik mijn fans verzoeken om mijn kleine voortuintje niet te bedelven onder pluchen Flappies, flesjes Buckler en van die intens treurige in cellofaan verpakte benzinepompboeketjes. En ik hoef ook geen waxientjes. In het voortuintje staan namelijk de kinderfietsen. Vandaar. Ik begrijp de goed bedoelde steun, maar bespaar ons de rotzooi. Ook geen rouwadvertenties. Zeker niet met bedrijfslogo. Schrijf mijn familie een lieve brief. Het gaat toch verder niemand wat aan wat je van me vond.

Ik hoef ook geen condoleanceregister op internet. Hoewel? Dat is wel lekker vlug, schoon en goedkoop rouwen. En misschien kom ik dan wel in de condoleanceregistertoptien. Eerste zal ik niet worden, maar achter André en Pim kan ik misschien wel als goede derde eindigen. En ik hoop dan dat de mensen die mijn familie via de computer sterkte gaan wensen, ook nog even langs Juliana, Freddie Heineken, Claus en Herman Brood surfen. Al is het maar voor de gezelligheid. En er valt taaltechnisch een hoop te lachen.

Het mooiste was natuurlijk de doodstille minuut voor de wedstrijd Ajax-Roda. Vijftigduizend zwijgende voetbalsupporters. Geen onvertogen lettergreep. Misschien was het een minuutje stil uit solidariteit met de doofheid van Hazes. Bij die arme man was het namelijk al maanden dood- en doodstil. Of rouwden de Ajax-supporters over het nu al verloren seizoen?

Doe bij mijn dood ook maar een stille minuut. Hoewel? Ik merk meestal dat ik in die minuut aan hele andere dingen denk. Ik acteer droefheid en laat onderhand de komende week door mijn kop gaan. Wat moet ik allemaal? Er zit altijd wel een etentje, een feestje of een vrolijke bijeenkomst met een stuk of wat vrienden tussen. Ik huil, maar denk juist met uitzicht op de kist: het leven is wél leuk!