President: drink koffie tegen terreur

De Colombiaanse president Alvaro Uribe heeft deze week een direct verband gelegd tussen koffie en terreur. ,,Elke kop koffie die men waar ook ter wereld drinkt, voorkomt dat de teelt van illegale gewassen toeneemt, dat het terrorisme in Colombia toeneemt.''

Uribe deed deze uitspraak tijdens de opening van een nieuw filiaal van de Colombiaanse koffieketen `Juan Valdez' in hartje New York.

Een grotere vraag naar Colombiaanse koffie zou, volgens Uribe, een alternatief kunnen bieden voor de boeren die coca, hennep of papaver telen.

In Colombia woedt al veertig jaar een burgeroorlog, waarin de gewapende groepen hun strijd financieren met de handel in verdovende middelen. Zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie plaatste deze groeperingen na 11 september op hun lijsten van terroristische organisaties.

De koffiebar in Manhattan is de tweede Amerikaanse vestiging van de koffiewinkel. Juan Valdez is de fictieve woordvoerder van de Colombiaanse koffiebranche, die eind jaren '50 in het leven werd geroepen door een federatie van koffieboeren. President Uribe stelde in de New Yorkse koffiebar dat ,,zij die hier Juan Valdez op de gevel lezen, lezen dat Colombia vastberaden is het terrorisme uit te roeien''.

In 1989 viel het internationale koffiepact uiteen, een systeem van quota en prijsafspraken. Hierdoor daalden de koffieprijzen en verslechterde de positie van de kleine koffieboer.

De prijs van een pond kelderde van 3,50 dollar begin jaren '80 naar zo'n 70 dollarcent (56 eurocent) nu. Die prijs dekt de productiekosten niet eens: de kostprijs is 1 dollar per pond. Dit maakt het voor boeren aanlokkelijk over te stappen op de drugsteelt. Vredesbewegingen pleiten daarom voor hogere koffieprijzen.

Colombia is de derde koffieproducent ter wereld, na het snel opgekomen `nieuwe' koffieland Vietnam. Maar voor de arabica-variëteit die in Colombia wordt geteeld, wordt een hogere prijs betaald dan voor de robusta-soort uit Vietnam.