Politie in Belgrado laat verdachte generaal lopen

De VS hebben gisteren de autoriteiten in Belgrado laten weten dat de uiterste datum waarop Servische verdachten van oorlogsmisdaden aan het Joegoslavië-tribunaal moesten worden uitgeleverd ,,gisteren'' is verstreken. Niettemin liet de politie in Belgrado gisteren een van de gezochte verdachten ongehinderd lopen.

De Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Marc Grossman sprak gisteren in Belgrado met prominente leiders van Servië en van de unie Servië en Montenegro. Hij zei dat de uitlevering van Ratko Mladic, de vroegere legerleider van de Bosnische Serviërs, en van vier Servische generaals ,,een absolute prioriteit'' is en hield hun voor dat Servië ,,helaas'' niet voldoet aan zijn verplichtingen jegens het Joegoslavië-tribunaal.

Verdere tekortkomingen, aldus Grossman, leiden tot ,,verder internationaal isolement''. ,,U wordt weggehouden van integratie in de Europese Unie en het NAVO-programma Partnership for Peace. U wilt niet dat Servië-Montenegro een geïsoleerd eiland wordt, maar dat gebeurt nu al'', zo zei hij na een gesprek met de minister van Buitenlandse Zaken van de unie, Vuk Draškovic.

Alle gesprekspartners van Grossman – Draškovic, maar ook president Boris Tadic van Servië, de Servische premier Vojislav Koštunica en de president van de unie Servië en Montenegro, Svetozar Marovic – onderstreepten gisteren de noodzaak van volledige medewerking met het Joegoslavië-tribunaal. Tadic beloofde ,,binnen enkele dagen een concreet antwoord'' op het probleem van de haperende samenwerking. Marovic zei dat volledige medewerking ,,de deur naar de toekomst opent'' en Draškovic onderstreepte dat er ,,geen rechtvaardiging bestaat'' voor de vertraging waarmee Servië aan zijn verplichtingen voldoet. Ook Koštunica – verklaard tegenstander van het Joegoslavië-tribunaal – benadrukte ,,het belang van het vervullen van internationale verplichtingen'', maar hij tekende wel aan dat ,,de stabiliteit van het land ook moet worden meegewogen als het erom gaat aan verplichtingen te voldoen''.

Ondanks al die verklaringen liet gisteren de politie van Belgrado een van de gezochte generaals, Sreten Lukic, ongehinderd een politiebureau verlaten, hoewel een dag eerder een arrestatiebevel tegen hem was uitgevaardigd. Lukic kwam met zijn verdediger het politiebureau binnen om de formele aanklacht van het VN-tribunaal op te halen. Hij nam het document in ontvangst en vertrok, zonder dat de politie hem aanhield, het arrestatiebevel van woensdag ten spijt.

Lukic maakt deel uit van een groep van vier generaals, onder wie één voormalige stafchef, die door het Joegoslavië-tribunaal worden gezocht wegens oorlogsmisdaden in Kosovo. Lukic, die van juli 1998 tot juni 1999 commandant was van de Servische politie in Kosovo, is nog in actieve dienst. Van de vier generaals is er één in 2001 ondergedoken en waarschijnlijk naar Rusland gevlucht. De andere wonen gewoon in Belgrado.