Poetin spint garen bij `Kyoto'

De ratificatie van `Kyoto' levert Rusland geld op. Toch had Moskou geen haast: het heeft lang gewacht met instemming om de winst tot een maximum op te schroeven.

Niemand begreep het. Waarom heeft de Russische president Vladimir Poetin zo lang geaarzeld over ratificatie van het Kyoto-protocol? Rusland, zo lijkt het, wordt er alleen maar beter van om mee te doen aan het internationale klimaatakkoord over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen.

`Kyoto' legt het huidige Rusland geen enkele verplichting op. In tegendeel, door de economische crisis in de jaren negentig is de uitstoot van broeikasgassen als kooldioxide in Rusland gekelderd. Het land kan nooit zoveel kooldioxide uitstoten als waarop het volgens Kyoto – dat 1990 als ijkjaar gebruikt – recht heeft. Dat betekent dat Rusland een groot deel van die rechten te gelde kan maken via zogeheten emissiehandel, waarbij de rechten worden doorverkocht aan landen die niet aan hun eigen verplichtingen kunnen (of willen) voldoen.

Vanwaar dan die Russische twijfel? In het Kremlin zelf bleken de meningen uiteen te lopen. Andrej Illarionov, Poetins belangrijkste economische adviseur, wijst voortdurend op de gevaren. Omdat de Verenigde Staten niet meedoen, betoogt Illarionov, valt er voor Rusland weinig aan te verdienen. Joeri Izrael, hoofd van het instituut voor klimaat en ecologie van de Russische Academie van Wetenschappen, becijferde de inkomsten op maximaal 400 miljoen euro. Mocht de Russische economie in een stroomversnelling komen, bestaat volgens Illarionov het risico dat Kyoto nadelig voor Rusland uitpakt, waardoor alsnog maatregelen nodig zijn.

Bovendien vereist naleving van Kyoto controle door internationale instanties en dat soort bemoeienis met binnenlandse aangelegenheden is volgens Illarionov ongewenst. Hij schetst een doemscenario van buitenlanders die in Rusland rondsnuffelen en voortdurend aandringen op (dure) modernisering van de energieverslindende Russische industrie.

Steeds als dit soort kritische geluiden de kop opstaken, was er wel weer een minister of een andere adviseur die vond dat Kyoto zo gek nog niet was en dat het slechts een kwestie van tijd was, voordat tot ratificatie zou worden besloten.

Door die vertragingstactiek heeft Rusland zich uiteindelijk in een machtige positie gemanoeuvreerd. Toen de Amerikaanse president George Bush het Kyoto-protocol kort na zijn aantreden afwees, was al snel duidelijk dat het zonder Russische steun niet van kracht zou worden. Daarvoor moeten namelijk minimaal 55 landen die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor 55 procent van de broeikasgassen het protocol ratificeren. Europa (zelf verantwoordelijk voor 24 procent), dat zeer gebrand is op inwerkingtreding van Kyoto, heeft de 17 procent van Rusland absoluut nodig.

Daarmee werd Kyoto een Russische troef in het pokerspel met de Europese Unie. En Rusland heeft zijn troef lang achter de hand gehouden. Europa, dat merkte dat de Kyoto-doelstellingen niet haalbaar zijn zonder elders emissierechten in te kopen, heeft het sindsdien steeds benauwder gekregen. De Europese bereidheid om Rusland tegemoet te komen (bij voorbeeld in Europese steun voor een Russisch lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie WTO) is daardoor gestegen – en wellicht voor de korte termijn ook de prijs van emissierechten.

Zonder Rusland was het Kyoto-protocol in de prullenmand beland. Mét Rusland zal het weliswaar in werking treden, maar is het de vraag of het klimaat er iets mee opschiet. De Europese Unie koopt Russische emissierechten en hoeft in eigen land nauwelijks iets te doen. Een ongecontroleerde geldstroom naar Rusland komt op gang, waarmee de economie een forse impuls kan krijgen. Dat zal de uitstoot van kooldioxide niet ten goede komen. Maar al in 2012 loopt Kyoto af. En wie dan leeft, die dan zorgt.