Palestijnen betalen zelf hoge prijs voor intifadah

Israël heeft een groot offensief gelanceerd in het Palestijnse kamp Jabalya in de Gazastrook. Jabalya is volledig afgesloten. Maar ook Nablus en Jenin zijn stedelijke slagvelden. Tijdens een gevechtspauze was Jenin even open.

Israëlische F-16's scheren in wijde cirkels over de Palestijnse stad Jenin, sonoor gebrom verraadt de aanwezigheid van een onbemand Israëlisch vliegtuigje, uitgerust met camera's en raketten. Tanks en scherpschutters hebben zich voor een pauze in het aanhoudende offensief teruggetrokken.

Op de markt, in de winkels en bij de centrale taxistandplaats heerst even de schijn van lawaaiige normaliteit. ,,Omsingelingen, uitgaansverboden, arrestaties, liquidaties – het is totale chaos'', vertelt Ziad Shelbak, oprichter/presentator van het populaire radio-station Medina in Jenin, een van de stedelijke slagvelden van de Israëlisch-Palestijnse oorlog.

,,We verslaan het nieuws, maar we draaien veel muziek, vooral liefdesliedjes. We leven hier midden in de gekte. Iedereen zoekt daarom naar een klein, eigen hoekje voor zichzelf, thuis achter gebarricadeerde deuren met muziek uit een andere wereld'', zegt Shelbak, werkloos timmerman die van zijn passies muziek en radio een culturele nering maakte. Nationalistische Palestijnse liederen, waarin de daden van oude en nieuwe `martelaren' worden bezongen, doceert hij. ,,Dat doen we alleen nog als er inwoners van Jenin zijn gedood en dat gebeurt elke dag. Eerbetoon aan elders gedode Palestijnen, een hoge figuur daargelaten, is onbegonnen werk; dan hebben we geen tijd meer voor muziek.''

In het befaamde hummus-restaurant Abu Nawas van zakenman Khalil Ghanem en het aanpalende koffiehuis Saadi's Café worden de details besproken van de honderden arrestaties, de identiteit van neergeschoten bewoners, onder wie een geestelijk gehandicapte man, die niets wist van het nachtelijk uitgaansverbod. Hij is collateral damage, net als de drie jongens die met een vierde jongen, lid van de Islamitische Jihad, aan een auto knutselden toen een undercovereenheid hem wilde arresteren.

In het restaurant en het café hangen posters van jongemannen in stoere poses, martelaren voor de Palestijnen, terroristen volgens de Israëliërs. De gezichten op de posters en van de clientèle zijn uitwisselbaar: werkloze jongens – lachende tieners, macho-twintigers – die zijn opgegroeid in een klimaat van geweld en niets omhanden hebben.

Alle sportclubs zijn gesloten, Jenin Cinema, gespecialiseerd in karate- en cowboyfilms, is al jaren dicht, reizen naar het grotere Nablus of het wereldse Ramallah met disco's en restaurants is wegens de checkpoints uitgesloten. Werken in Israël is geen optie meer. Werk in Jenin is er nauwelijks. ,,Jenin is failliet. Zelfs de nutsbedrijven hebben grote schulden en moeten dicht'', zegt zakenman Ghanem, ,,Jenin leeft van de internationale bijstand, zoals bijna alle Palestijnen. Tóch gaan we voor de joden niet uit de weg, nooit.''

De Palestijnen betalen zelf een hoge prijs voor de intifadah, die in Jenin en de Gazastrook voorop.

Toch is de roep om wraak en voortzetting van de intifadah niet verstomd. De stroom kandidaten voor allerlei vormen van verzet is niet in te dammen. ,,Ik zou het liefst naar Amman willen om te studeren voor computerprogrammeur'', vertelt de 21-jarige Mahmoud Sabar. Hij ontbeert de juiste papieren, want valt in de risicogroep door zijn leeftijd. Of hij lid is van de Aqsabrigades laat hij in het midden. Waarschijnlijk dus wel.

Vraag of de gewapende intifadah gestaakt moet worden, en een boos ,,nee, nooit'' is het antwoord. Vraag in Saadi's Café naar Zacharya Zubeidi, met 30 jaar al de hoogste leider van de Aqsabrigades in Jenin, en de duimen gaan omhoog. Zubeidi is de meest gezochte man in Jenin en omgeving want hij is populair, mediageniek en betrokken bij de organisatie van aanslagen in Israël.

Aan het tafeltje met Mahmoud Sabar wordt plechtig ja geknikt op de vraag of zij hem kennen en helpen. ,,Hij, wij vechten tegen de bezetting. Dat is ons recht, dat is onze plicht. Hij is de enige die wat doet. Wat doen Arafat en zijn corrupte bende?'', roept een jongen die zich alleen voorstelt als Ahad.

De Israëlische variant van de oorlog tegen terrorisme heeft dit soort jongens als mikpunt, sommigen wél en anderen geen lid van de sterk gefragmenteerde Palestijnse milities. De internationale gemeenschap en Israël verwachten van de gouverneur van het district Jenin, Qadoura Mousa, dat hij deze losjes georganiseerde groepen aanpakt. ,,Met welke middelen? Met wie?'', vraagt Mousa, de hoogste Fatah-ambtenaar in Jenin, zich af. Zijn ongewapende manschappen van de politie- en veiligheidsdiensten brengen de dagen hangend en rokend door op pleinen en in politiebureautjes. Mousa geeft grif toe niet de minste aandrang te voelen om de terreurgroepen aan te pakken. ,,Wij hebben het recht ons met alle middelen te verzetten tegen de illegale bezetting van ons land. Muur of geen muur'', zegt Mousa. Hij is het symbool van de stuurloosheid van Arafat en de Palestijnse Autoriteit, het bestuursapparaat van de Palestijnen dat in de maalstroom van vier jaar intifadah en het meedogenloze Israëlische offensief verpulverd wordt.

Vanuit zijn werkkamer heeft Mousa uitzicht op het afscheidingshek in de verte. Sinds de voltooiing daarvan is het aantal zelfmoordaanslagen vanuit Jenin en Nablus met 80 procent afgenomen. Mousa beseft terdege dat achter het hek een andere wereld is ontstaan, met min of meer zorgeloze vakantiegangers op de stranden en op de terrassen, die niet taalt naar het lot van de Palestijnen, die de chaos steeds groter zien worden.

De vergeefse zoektocht naar de werkelijke leider van Jenin, Zakariya Zubeidi, voert door het centrum van het vluchtelingenkamp. Een surrealistische ervaring, want op de ruïnes van het in maart 2002 vernietigde kamphart is een blok van 450 okergele appartementen verrezen. Mocht er een prijs bestaan voor fraaie architectuur in vluchtelingenkampen dan zou Jenin, althans dit door de Verenigde Arabische Emiraten gefinancieerde deel van het kamp, hoog scoren. Strakke, heldere lijnen, ruime balkons, keukens met Duitse koelkasten en vrolijk klaterende fonteintjes op de binnenpleinen. Opvallend detail: de straten zijn 8 tot 10 meter breed. Het was de onwrikbare voorwaarde die de Israëliërs aan de stadsplanners stelden: als jullie niet het risico willen lopen dat de nieuwbouw alras in puin ligt, hou dan ruimte vrij voor de Merkava Mark 3-tank.

Het huis van Zubeidi is vernietigd, zijn broers gearresteerd of gedood, net als zijn moeder, die in de jaren negentig samen met een Israëlische het plaatselijke kindertheater stichtte. Dat theater is het onderwerp van de bekroonde Israëlisch/Nederlandse documentaire Arna's Children. Zubeidi, eens een vredesactivist, is aan het slot van die documentaire even te zien. Nu is hij ondergedoken. Zijn ondercommandanten zijn de afgelopen weken allemaal gedood, Jenin wacht en Israël hoopt op het bericht van zijn liquidatie.

Het huis van de familie Jaradat is herkenbaar aan de prominente poster van de oudste dochter des huizes, Hanadi. De 29-jarige advocate met haar sjaal en gestifte lippen voerde half oktober 2003 een zelfmoordaanslag uit in het restaurant Maxim bij Haifa, waarbij 23 joodse en Arabische bezoekers werden gedood. Vader Taisir (62), werkloos bouwvakker, en moeder Rahmi (54) wonen met hun zeven kinderen sinds de vernietiging van hun huis in drie kamers.

De hal van het appartement is met foto's, kransen van plastic bloemen, en Koranteksten een vereringsplaats voor Hanadi en haar broer Fadi die, net als haar verloofde, voor haar ogen door Israëlische soldaten werd gedood. Taisir en Rahmi praten vrijelijk over hun armoede, de nachtelijke huiszoekingen en vooral graag over hun dochter, haar talent en haar opofferingsgezindheid. Vader zegt trots te zijn op Hanadi en legt de schuld voor haar terreurdaad volledig bij de ,,monsterachtige'' Israëliërs, die ,,maar moorden en bezetten''. Moeder is mogelijk nog harder in haar veroordeling. Op de vraag of zij compassie kan opbrengen voor Israëlische moeders die hun kinderen verloren, antwoordt zij fel: ,,Als wij in vrijheid leven, dan leven zij in vrede. Als wij sterven, dan sterven zij ook. Sterven onze kinderen, dan sterven hun kinderen.'' Haar vijf gesluierde dochters luisteren geconcentreerd mee. En knikken bevestigend met gesloten gezichten. Wat zou er in hun hoofden omgaan?